Voor een gezonde huisartsenzorg
 

Een beoordeling-op-maat

 
 
De afgelopen maanden is er de nodige aandacht geweest in de media en de politiek voor de zorg op het platteland. Aanleiding waren twee apotheekhoudende huisartsenpraktijken (in Drenthe en Zuid-Holland) die beiden voor een deel van hun patiëntenpopulatie geen geneesmiddelen meer mogen leveren. Die patiënten zouden namelijk ook best met de bus naar de openbare apotheek in een ander dorp kunnen reizen. Dat is in ieder geval de logica achter het huidige vergunningsbeleid van VWS. Op papier klinkt dat misschien nog niet eens zo gek. Maar in de praktijk betekent dat bijvoorbeeld in Annen dat de bewoners van een verzorgingshuis – toch niet de meest mobiele patiënten – niet meer naar de apotheek van de huisarts mogen die recht tegenover het verzorgingshuis staat. Dat is natuurlijk niet uit te leggen.
Een beoordeling-op-maat
Ella Kalsbeek, Voorzitter LHV

Zo blijkt maar weer: de zorg kun je niet puur theoretisch benaderen, die moet je bekijken vanuit ‘het veld’. Dat betekent in dit geval dat je kijkt vanuit patiëntenperspectief, wat de maatregel in de praktijk voor hen betekent. Apotheekhoudende huisartsen leveren goed farmaceutische zorg: ze moeten aan dezelfde regels voldoen als openbare apothekers, ze worden even streng gecontroleerd door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en hun zorgverlening is niet duurder. En er is nu eenmaal geen openbare apotheek in deze dorpen. Waarom zou je dan voor een deel van de patiënten drempels opwerpen om van die zorg gebruik te maken?

Het is, ook zonder dit soort vergunningsproblematiek, toch al een uitdaging om de zorg in dunbevolkte gebieden op peil te houden. Juist hier slaat de vergrijzing sterk toe, onder patiënten én onder zorgprofessionals, waardoor er meer vraag én minder aanbod dreigt. En dan heb je nog te maken met zaken als het sluiten van (afdelingen van) ziekenhuizen, de moeilijkheid om praktijkopvolging te vinden, de afnemende beschikbaarheid van mantelzorgers doordat jongere generaties zijn weggetrokken. Allemaal factoren die de toegang tot de zorg flink onder druk zetten.

Willen we dat deze plekken leefbaar blijven en dat langer thuis blijven wonen ook hier verantwoord kan plaatsvinden? Dan moeten we zorgen dat de basisvereisten voor zorg in de buurt – huisarts, apotheek en wijkverpleging – gegarandeerd zijn. Dan moeten we niet vanuit strikte, landelijke kaders kijken, maar een beoordeling-op-maat maken. Want wat werkt in het Groene Hart is niet automatisch ook de beste aanpak voor Zeeuws-Vlaanderen. Wat is er in welke situatie voor nodig om goede zorg te kunnen bieden?

Wat betreft de apotheekhoudende huisartsen is een verbetering hopelijk in de maak. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen die de regering oproept om oplossingen te zoeken voor dit soort situaties. Bijvoorbeeld door bij de beoordeling van een vergunning breder te kijken dan alleen of er een busverbinding is en dus meer aspecten mee te wegen die vanuit de patiënt van belang zijn.

Misschien kan deze aanpak dan als voorbeeld dienen voor de zorg in bredere zin. Dat de zorg de ruimte krijgt om zich te vormen naar de lokale behoeften en uitdagingen. Wat mij betreft iets waar we als zorgverleners, patiënten, overheid en verzekeraars ons samen hard voor gaan maken.

Ella Kalsbeek
Voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging

Deze tekst is tevens verschenen als column in Medisch Contact, 12-5-2016.