Het post-COVID-tijdperk

 
Gelukkig zijn er eindelijk wat hoopvolle berichten over de corona-uitbraak. Het aantal COVID-patiënten bij de huisarts en in de ziekenhuizen neemt zienderogen af. En we hopen natuurlijk ook in de verpleeghuizen dat verbeterde beeld te (blijven) zien.
Het post-COVID-tijdperk
Ella Kalsbeek, Voorzitter LHV

Tijd voor een adempauze, denkt u misschien. En dat heeft de zorg ook zeker verdiend. Dat zal echter nog niet zo gemakkelijk zijn. Er is nog steeds een hoop uitgestelde zorg plus de onzekerheid over een mogelijke nieuwe opleving van de pandemie. Daarnaast is het spannend wat de effecten op onze samenleving gaan zijn.

Het is ook zaak dat we ons gaan voorbereiden op de wat verdere toekomst. Het post-COVID-19-tijdperk, zeg maar. Dat klinkt mogelijk wat vroeg, maar wij zijn daar als huisartsenvereniging wel al mee bezig. We willen de kennis en ervaringen die we nu opdoen, benutten voor de toekomst. We buigen ons al langer over wat de huisartsenzorg in de toekomst nodig heeft, maar de corona-uitbraak heeft ons denken daarover een extra impuls gegeven.

Want opeens bleek de toekomst nu te zijn. Patiënten geleidelijk laten wennen aan zorg op afstand? Nee, per direct overstappen op beeldbellen en e-consults; het kon niet anders. En ook nu er weer vaker consulten in de spreekkamers gaan plaatsvinden, blijft er ongetwijfeld het nodige van die e-health in gebruik, naar tevredenheid van huisarts én patiënt.

De uitbraak zet ons ook aan het denken over de zorgvraag van patiënten. Daar zien we een grote afname in. Wordt er strenger getrieerd in de praktijk? Zijn mensen uit angst de zorg aan het mijden? Of wordt er meer aan zelftriage gedaan, waardoor mensen inschatten dat ze ook even kunnen afwachten hoe hun klacht zich ontwikkelt? De verminderde drukte tijdens de avond-, nacht- en weekenddiensten geeft de indruk dat het verschil tussen acuut en niet-acuut plots breder wordt begrepen. Het Nivel doet onderzoek naar die vraagafname. Dat geeft ons hopelijk de benodigde inzichten in hoe we invloed kunnen hebben op de zorgvraag, zonder daarbij de kwaliteit van de zorg te verliezen.

En dan is er nog de financiering. Voor een deel worden huisartsenpraktijken gefinancierd voor beschikbaarheid. Dat bleek een nuttige basis voor afspraken met de verzekeraars voor financiële ondersteuning van de praktijken, toen consulten en verrichtingen wegvielen. Maar we lopen ook aan tegen de vraag hoe goed het bekostigingssysteem aansluit bij hoe huisartsen werken en willen (samen)werken, nu en later. Dat stond al op ons lijstje om te agenderen en daarvoor hebben we nu extra ‘bewijsmateriaal’ verzameld.

Kortom: veel vragen en wat voorzichtige contouren van antwoorden. Er is nog veel dat we de komende maanden verder zullen uitzoeken en uitwerken. Met als uitgangspunt de belangrijke rol van de huisarts voor, tijdens en na deze pandemie: de poortwachter, het vertrouwde gezicht voor patiënten, degene die het gesprek aangaat over behandelwensen en de zorgverlener die palliatieve patiënten bijstaat. Hoe zorgen we dat die goed, veilig en met voldoende tijd en plezier kan werken, nu en in de toekomst?

Ella Kalsbeek
Voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging

Deze bestuursblog is ook verschenen in Medisch Contact – 4-6-2020