Voor een gezonde huisartsenzorg

Huisarts is geen Superman

 
 
Kunnen we de huisarts nog wel vertrouwen? Je vraagt het je af als je de media volgt. Gedurende 2 jaar verzamelde de Landelijke Huisartsen Vereniging artikelen over wat de huisarts meer, minder, anders of beter zou moeten doen.
Huisarts is geen Superman
Paulus Lips, penningmeester

Vooral de kennis van de huisarts lijkt tekort te schieten. Hij weet volgens onderzoekers te weinig over huidkanker, te weinig over autisme, te weinig over weefseldonatie, te weinig over de ziekte van Bechterew én te weinig over de behandeling van patiënten na trombose. Om nog maar te zwijgen van mannelijke borstkanker, vrouwenbesnijdenis en ouder wordende verstandelijk gehandicapten. Bovendien vinden huisartsen het ingewikkeld om ziektebeelden als dementie, zaadbalkanker, ontstekingsrugpijn en cognitieve stoornissen te herkennen.

Toch willen we vooral dat de huisarts méér dingen doet. Meer e-health, meer bloeddruk meten, meer nazorg voor kankerpatiënten en meer gebruik maken van de stethoscoop. Want dat voorkomt dat huisartsen hartafwijkingen missen. Maar bovenal moet de huisarts meer zorg leveren in de eigen praktijk, die dezelfde openingstijden als de supermarkt heeft. En dat dan liefst met nog meer empathie.

Het beter doen is ook een belangrijk thema. Medische dossiers moeten beter worden bijgehouden, recepten moeten beter worden uitgeschreven. Patiënten moeten we minder lang laten wachten op de spoedeisende hulp. Bovendien moeten huisartsen beter de weg kennen naar collega zorgverleners. Minderen moeten huisartsen vooral met het onnodig verwijzen, het voorschrijven van antibiotica, slaappillen en antidepressiva. In plaats daarvan zou juist vaker ‘bewegen’ en ‘goede voeding’ moeten worden voorgeschreven als medicijn.

Maar wat verwachten we dan van de huisarts? Een superspecialist op iedere hoek van de straat?

Dat belangenclubs, patiëntenorganisaties of politici graag willen dat de huisarts ‘overal van is’, is niet vreemd. Ondanks alle berichtjes over wat ze anders of beter zouden moeten doen, blijft de huisarts de zorgverlener dichtbij, die iedereen vertrouwt. Die bovendien een enorme hoeveelheid zorg levert voor een fractie van het totale zorgbudget. Maar als we steeds meer werk, nieuwe taken en verwachtingen op het bord van de huisarts schuiven, dan ondermijnen we wel waar de huisarts zo goed in is: het leveren van persoonlijke zorg bij jou in de buurt. Bovendien kunnen we de huisarts dan binnen de kortste keren in het rijtje scharen van overwerkte zorgverleners waar de laatste tijd veel om te doen is.

Voor velen van ons is de huisarts die man of vrouw bij wie je al jaren komt en die je vertrouwt. Die jou kent, je medische voorgeschiedenis en in veel gevallen die van je familie. Bovenal is het een generalist. Iemand die juist van heel veel kwalen precies voldoende weet. En met succes. Nederlanders geven hun huisarts niet voor niets gemiddeld een 8,2.

Als we méér vragen van de huisarts, moeten we hem ook méér tijd geven. Meer tijd voor de patiënt. Bijvoorbeeld door het aantal patiënten per huisarts verder omlaag te brengen. Zodat we de komende jaren volmondig kunnen blijven zeggen: ja, ik heb het volste vertrouwen in mijn huisarts.

Paulus Lips, LHV-bestuurder en huisarts in Amsterdam
Kristof Franse, communicatieadviseur LHV

Deze bijdrage verscheen 15 maart 2017 in NRC Handelsblad en NRC Next.