Voor en door huisartsen
 

Naar een eerlijker systeem

 
 
Hoewel de beroepsgroep huisartsen behoorlijk divers is, zijn ze soms enorm eensgezind. Dat zien we nu bijvoorbeeld op het gebied van marktwerking in de (huisartsen)zorg.

Foto van Ella Kalsbeek, voorzitter LHV

De LHV verenigt en vertegenwoordigt allerlei ‘soorten’ huisartsen (praktijkhouders, waarnemers, in dienst van een huisarts of gezondheidscentrum, aios, gepensioneerden). Dat klinkt als een fikse uitdaging en dat is het ook, maar gelukkig is er veel dat hen bindt. Dan denk ik aan de laagdrempeligheid voor patiënten, de generalistische benadering, het zoeken naar oplossingen voor patiënten (ook als die strikt genomen buiten de eigen verantwoordelijkheid vallen).

Ook kenmerkend is de grote behoefte om zelf regie te voeren. Over hoe je zorg levert en organiseert. Niet voor niets ambieert nog altijd een groot deel van de niet-praktijkhoudende huisartsen op de lange(re) termijn een eigen praktijk. Niet voor niets pakken huisartsen een centrale rol in de ketenzorg en in het overnemen van zorg uit de tweede lijn. Je zou zeggen dat zo’n rol door iedereen wordt omarmd.

De LHV krijgt de laatste tijd echter veel signalen van huisartsen dat ze zich beknot voelen in hun rol. Ze kunnen bijvoorbeeld niet eens met de zorgverzekeraars in gesprek komen over hun ideeën voor het verbeteren van de zorg en voelen dat ze moeten ‘tekenen bij het kruisje’. Hoe komen de verzekeraars daar mee weg? Omdat 90 procent van de Nederlanders klant is bij (onderdelen van) één van de vier grote zorgverzekeraars. De marktmacht van deze verzekeraars is dus zeer groot. Daar lijk je als kleine zorgaanbieder weinig aan te kunnen doen, want de onderhandelingsposities zijn zeer ongelijk.

Dat is in mijn ogen volstrekt onwenselijk. Er moet ruimte zijn voor onderhandelingen en voor input vanuit de beroepsgroep. Je kunt niet een grotere rol van huisartsen verwachten en ze tegelijkertijd daar geen enkele invloed op laten uitoefenen. Dan neem je de professional niet serieus. We zijn daarom gaan kijken wat we als LHV aan deze situatie kunnen doen.

Zo hebben we recent, met input vanuit onze leden, in kaart gebracht hoe groot het probleem nou eigenlijk is. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met de NZa en gaan we dat ook doen met de individuele zorgverzekeraars. Tevens heb ik onlangs een gesprek met minister Schippers benut om dit onderwerp nogmaals onder haar aandacht te brengen.

Dat begint zijn vruchten af te werpen. Een betere onderhandelingspositie tussen zorgverzekeraars en individuele zorgaanbieders is namelijk een belangrijk onderwerp in de nieuwe zorgplannen van de minister. Schippers kondigt aan dat er een onafhankelijke geschillencommissie komt voor conflicten over contractering en dat ze de ontwikkeling van meerjarige contracten wil stimuleren, zodat er perspectief en meer ruimte is voor nieuwe initiatieven. Ook wordt er gekeken naar de ruimte binnen de Mededingingswet om het gesprek over inhoud, kwaliteit en service wél te laten plaatsvinden. En dan is er nog de motie van de Tweede Kamer waarin het Kabinet wordt opgeroepen te onderzoeken of de eerstelijnszorg een uitzonderingspositie binnen de Mededingingswet kan krijgen. Dat klinkt allemaal gunstig, maar we houden natuurlijk de druk op de ketel om te zorgen dat de gewenste verandering er ook echt komt. The proof of the pudding is in the eating, niet waar?

Ella Kalsbeek
Voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging

Wilt u naar aanleiding van dit blog reageren? Dat kan via HAweb.