Voor en door huisartsen
 

Vele oplossingen, één doel: meer tijd voor de patiënt

 
 
Twee derde van de huisartsen vindt de werkdruk te hoog. Dat blijkt uit recent onderzoek in opdracht van de LHV. Die hoge werkdruk brengt risico’s met zich mee voor de patiëntenzorg en is voor huisartsen zelf ook niet goed. Er móet iets gebeuren om de huisartsenzorg toekomstbestendig te maken. De realiteit leert dat één oplossing niet volstaat, want elke regio en praktijk is anders. Het gaat dus niet om een keuze tussen praktijkvergroting of praktijkverkleining; er zijn vele oplossingen nodig. Dat is waar de LHV zich samen met haar leden voor inzet, in alle kringen en overleggen in het land.
Vele oplossingen, één doel: meer tijd voor de patiënt
Ella Kalsbeek, Voorzitter LHV

Dit stuk is een reactie op een ingezonden brief in Medisch Contact

Versterk de eerste lijn

De oorzaken voor de toegenomen werkdruk zijn welbekend: de transities in de jeugdzorg, ggz en ouderenzorg, de toenemende vergrijzing en de verschuiving van zorg van de tweede naar de eerste lijn. Om de zorg betaalbaar te houden, krijgt de eerste lijn steeds meer taken toebedeeld. Op zichzelf een goede ontwikkeling. Dit biedt immers de kans om mensen de beste zorg dichtbij huis te geven en daar zetten huisartsen zich graag voor in.

Er moet echter wel wat tegenover staan. In de onderhandelingen over het hoofdlijnenakkoord voor de eerste lijn die momenteel gaande zijn, is onze boodschap dan ook luid en duidelijk: versterk de eerste lijn. Faciliteer huisartsen, wijkverpleegkundigen en alle andere eerstelijns zorgverleners om het groeiende takenpakket op een goede, gezonde manier uit te voeren.

Daar zijn vele mogelijkheden voor. Van het verminderen van het aantal patiënten per fte huisarts tot en met een breed ondersteunend team. Al die mogelijkheden hebben hetzelfde doel: meer tijd voor de patiënt. In het onderzoek dat onderzoeksbureau Newcom dit voorjaar in opdracht van de LHV heeft uitgevoerd, werden verschillende oplossingen genoemd, maar ‘minder patiënten per fte huisarts’ had duidelijk de voorkeur.

Laat elke praktijk zelf kiezen wat werkt

Ons pleidooi is: geef huisartsen en andere eerstelijns zorgverleners de middelen en mogelijkheden om de zorg te organiseren op een manier die bij hun praktijk past. Ik noem graag een paar voorbeelden.

Meer samenwerking. Huisarts Niels Rossen ziet de oplossing onder meer in meer samenwerking met andere eerstelijns zorgverleners, paramedici en het sociale domein, getuige zijn opiniestuk. Veel huisartsen zijn hier al mee bezig, maar er zijn nog veel kansen te benutten. Bijvoorbeeld door afspraken te maken met de sociale wijkteams, die goed zijn in het bestrijden van eenzaamheid en hulp bieden bij schulden.

Breed ondersteunend praktijkteam. Binnen de praktijk kunnen bepaalde taken aan (para)medisch personeel worden gedelegeerd. Ook daar zijn veel huisartsen hard mee bezig. Elke huisartsenpraktijk heeft inmiddels standaard vijf, zes mensen in dienst. Bij groepspraktijken zijn het er nog veel meer. De huisarts fungeert als regisseur en doet alleen die taken waarvoor een huisarts nodig is.

Inzet praktijkmanager. Steeds meer praktijken hebben een manager in dienst om de praktijk organisatorisch, financieel, juridisch en technisch (ict) in goede banen te leiden. Een praktijkmanager kan ook de samenwerking met externe partijen stroomlijnen. Daarom is het winst dat de praktijkmanager inmiddels een betaaltitel is geworden.

Investering in e-health. E-health oplossingen kunnen helpen om de werkdruk in de huisartsenpraktijk te verlagen. Maar laten we realistisch zijn in onze verwachtingen. Nog lang niet alle praktijken hebben hun website op e-health ingericht. En sommige patiëntgroepen, zoals kwetsbare oudere of laaggeletterden, zullen hier nooit ‘klaar’ voor zijn.

Minder patiënten per huisarts. Een veelbelovende oplossing zijn de pilots in Afferden en de regio Gorinchem. Zorgverzekeraar VGZ heeft de huisartsen daar financiële ruimte gegeven voor consulten van een kwartier in plaats van 10 minuten. Omdat de huisartsen minder patiënten zien, krijgen de praktijken in Gorinchem een vergoeding om een dag per week een waarnemer aan te stellen. Ook in Afferden wordt voor extra inzet van een huisarts betaald. Daarnaast krijgen de huisartsen een vast bedrag in plaats van een vergoeding per consult. In beide gevallen komt het neer op een verlaging van het aantal patiënten per huisarts naar ongeveer 1800. De huisartsen gaan er dus niet in inkomen op achteruit. De extra kosten van de zorgverzekeraar worden dik terugverdiend, zo bleek uit de eerste resultaten. Het aantal doorverwijzingen naar labonderzoek en specialisten ging significant omlaag. Een goed gesprek blijkt soms meer te helpen dan doorverwijzen. Veel kleine chirurgische ingrepen en oogonderzoek doen de huisartsen nu ook zelf. Het succes van de pilot wordt overigens niet alleen afgemeten aan de doorverwijzingen, maar ook aan het medicatiegebruik en de tevredenheid van patiënt en huisarts.

Minder regels en lasten. Een deel van de oplossing zit zeker ook in de vermindering van bureaucratie en het schrappen van overbodige regels. Daar moeten we continu mee bezig blijven, anders groeien de regels zomaar weer aan.

Pak het huisartsentekort aan

Minder patiënten per fte huisarts, langere consulten, een extra huisarts, voor veel praktijken zou dit de ideale oplossing zijn. Helaas is dat geen optie voor regio’s waar nu al een tekort aan huisartsen is, zoals ook Rossen stelt. Hetzelfde geldt voor praktijken in achterstandswijken waar moeilijk huisartsen voor te vinden zijn. Dit zien wij als een apart probleem dat om een eigen oplossing vraagt.

Het probleem is bekend. Maar wat precies de oorzaken zijn en wat we eraan kunnen doen om de huisartsen beter over het land te verdelen, dat is iets wat wij bij minister Bruno Bruins hebben aangekaart en waar VWS en LHV onderzoek naar gaan doen. Het betreft trouwens niet alleen huisartsen, er is in verschillende regio’s ook een tekort aan (para)medisch en ondersteunend personeel. Over dit vraagstuk moet dus veel breder worden nagedacht dan alleen door ons. Wij zorgen ervoor dat het op de agenda blijft staan.

Maak de zorg toekomstbestendig

Waar het ons om gaat, is dat patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben, op een manier die het vak van de huisarts recht doet. Meer tijd voor de patiënt. Dat is wat wij van de politiek, de minister van VWS en de zorgverzekeraars vragen. Die investering is noodzakelijk om de kwaliteit van de huisartsenzorg hoog te houden en om te zorgen dat huisartsen hun werk kunnen volhouden. En het is ook nog eens de beste investering om de zorg in de toekomst betaalbaar te houden.

Ella Kalsbeek
Voorzitter LHV

Deze bijdrage verscheen 7 juni 2018 ook in Medisch Contact.