Vertrouwen

 
Vertrouwen is een groot goed in de zorg. Het is – ook voor de meest ervaren “zorggebruiker” – spannend om je lichaam of zelfs je leven in handen van een ander te leggen. Patiënten geven daarin dus een enorm vertrouwen aan hun zorgverleners. Tegelijkertijd is er in de zorg een hoop te doen rondom een gebrek aan vertrouwen. Controles, protocollen, geautomatiseerde waarschuwingen, verantwoording achteraf; het kan allemaal bijdragen aan het gevoel dat je niet wordt vertrouwd.
Vertrouwen
Ella Kalsbeek, Voorzitter LHV

Uit onderzoek weten we dat het vertrouwen van Nederlanders in hun eigen huisarts en in huisartsen in het algemeen groot is. Zo speelt bij de zorg rondom het levenseinde vertrouwen een prominente rol. Als (huis)arts betrokken zijn bij iemands sterven, zeker als iemand jouw hulp daarin vraagt, is aangrijpend en dat wordt nooit routine. Gelukkig zijn er adviezen en richtlijnen om je te helpen bepalen wat het beste aansluit bij de patiënt en de situatie. Je mag er dan op vertrouwen dat het goed gaat als je vanuit die lijnen werkt.

Soms zijn er ook situaties waar bestaande protocollen niet goed op zijn ingericht. Dan vertrouw je op je professionaliteit, ga je te rade bij collega’s en wijk je gemotiveerd af van de standaardwerkwijze. Het is daarin belangrijk dat je je veilig weet, dat als je je afwegingen goed uitlegt, je oordeel wordt vertrouwd.

Is het in die gevallen onlogisch dat er wordt nagegaan hoe je hebt gewerkt? Op zich niet. Patiënten moeten er immers ook op kunnen vertrouwen dat de grenzen bewaakt worden van wat wel en niet goede zorg is. Maar voor de zorgverlener is het nogal wat, als er onderzoek wordt gedaan naar je handelen. Een klacht bij het tuchtcollege, bijvoorbeeld, kan behoorlijk heftig zijn.

Het idee is dat het tuchtrecht niet alleen effect heeft voor de direct betrokkene, maar ook een lerend effect voor de rest van de beroepsgroep. Maar om dat effect te bereiken, is het noodzakelijk dat de beroepsgroep vertrouwen heeft in de beoordeling door het tuchtcollege. Een goede uitleg van een uitspraak is daarin cruciaal. Dat gaat niet altijd goed, zoals de recente onrust onder artsen over een aantal uitspraken aantoonde. Ik sprak daar onlangs over met leden van het Tuchtcollege.

Ook de ervaren willekeur rondom welke klachten bij de tuchtrechter belanden en welke niet, kwam ter sprake. Op zich is het goed dat patiënten het recht hebben om te klagen. Maar het kan het systeem ondergraven als er geen enkele toets plaatsvindt voordat iets echt een zaak wordt. De tuchtrechters herkenden – gelukkig – deze signalen. Daarmee is het nog niet opgelost, maar het kan een eerste stap zijn om het vertrouwen van artsen in het tuchtcollege te behouden dan wel terug te winnen.

Als artsen draagt u een belangrijke verantwoordelijkheid. Terecht dat u in ruil daarvoor vertrouwen vraagt. Tegelijkertijd mag u er op vertrouwen dat als uw handelen wordt getoetst, dat zorgvuldig verloopt. Op die manier zorgen we voor een omgeving waarin professionals met vertrouwen kunnen werken en de beste kwaliteit van zorg kunnen leveren.

Ella Kalsbeek
Voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging