Voor en door huisartsen
 

What the QOF…?!

 
 
Ik zit met twee Engelse huisartsen in de buurt van Leeds in een pub. Na een paar glazen bier zijn ze het erover eens dat een veel hoger inkomen het grootste voordeel is van de manier waarop huisartsen sinds 2004 betaald worden. Sinds dat jaar probeert de Britse overheid huisartsen te belonen op basis van de kwaliteit en de zorguitkomsten die ze leveren. Een mager resultaat voor een systeem dat moest leiden tot betere zorg en belonen van goed werk, zo beamen de twee beteuterd. En we bestellen er nog een.
What the QOF…?!
Paulus Lips, secretaris - Fotografie Babet Hogervorst

Om die kwaliteit en uitkomsten te kunnen meten introduceerden de Britten ruim tien jaar geleden QOF, het Quality and Outcomes Framework. Dat bestaat uit zo’n achttien medische domeinen met meer dan honderd indicatoren en een totaal van bijna zeshonderd punten die gescoord kunnen worden. Per behaald punt wordt zo’n 250 euro uitbetaald. Elk jaar worden de ijkpunten bijgesteld en wordt de lat iets hoger gelegd.

De nadelen van het systeem worden met de jaren steeds duidelijker: de landelijke criteria bieden weinig ruimte voor lokaal maatwerk, ‘zachte zorg’ wordt niet gemeten, een enorme administratieve rompslomp en gedemotiveerde dokters die goed zijn in vinken maar vinden dat ze slechte zorg leveren. Bovendien zijn de kosten van de huisartsenzorg mede door het QOF de laatste jaren enorm gestegen én er lijkt weinig zorgwinst te zijn, getuige de nog even hoge sterfte- of morbiditeitscijfers.

Ook in Nederland willen overheid en zorgverzekeraars over op een betalingssysteem dat zorgwinst beloont, en niet de losse consulten of verrichtingen. Dat leidt nu al tot meer indicatoren die vaak bewerkelijk, zonder bewezen nut en daarom reuze frustrerend zijn. Om ‘Engelse toestanden’ te voorkomen, werkt de LHV zelf aan transparantie. Met kiesuwhuisarts.nl; door patiënttevredenheid in beeld te brengen en door IQ healthcare te laten onderzoeken of we indicatoren op kunnen stellen die echt aansluiten op de kernwaarden van de huisartsenzorg. Bovendien kijkt een werkgroep van huisartsen, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid op dit moment hoe de kwaliteit van de huisartsenzorg op een zinvolle en behapbare manier inzichtelijk kan worden gemaakt. Zodat huisartsen alleen echt relevante informatie aan moeten leveren en hun tijd verder kunnen besteden aan de patiënt.

In de kroeg bestellen we -‘nu echt de laatste’- en ik vertel over hoe het in Nederland geregeld is, over de onvrede hier en hoe broodnodige verbeteringen nu met massale huisartsensteun door ‘Het Roer Moet Om’ en huisartsenorganisaties op de kaart zijn gezet. ‘Maar dat willen wij ook!’, reageren de twee Engelse artsen enthousiast. Zo nemen we alle drie een mooi idee mee naar huis. En we besluiten de avond met het uitroepen van een Engelse zusterorganisatie: ‘The helm must turn!’