Spring naar content

Veelgestelde vragen COVID-vaccinatie

Op deze pagina vindt u de antwoorden op veel vragen die er onder huisartsen leven over de COVID-19-vaccinatie. Ook veel andere organisaties en de overheid hebben belangrijke informatie voor u. Een van de doelen van deze pagina is om u te verwijzen naar de juiste bron voor uw vraag. Deze pagina wordt regelmatig geüpdatet. Versie 02-09-2021.

Rol van de huisarts in de vaccinatie van patiënten

In de vaccinatiestrategie heeft de overheid gesteld dat de huisartsen de volgende doelgroepen vaccineren:

  • De huisartsen zelf en het zorgpersoneel dat gaat vaccineren in de praktijk;
  • De op-naam-van-de -huisarts ingeschreven patiënten wonend in zorginstellingen en kleinschalige woonvormen (ouderen en mensen een verstandelijke beperking), middels mobiele teams die bevoorraad worden vanuit de huisartsenpost. Deze doelgroep is nader beschreven in een handleiding van InEen, NHG en LHV;
  • Patiënten van 60 tot en met 64 jaar (van oud naar jong) en 2 hoog-covid-19-risicogroepen: mensen met syndroom van Down en mensen met morbide obesitas (BMI > 40) van 18 t/m 74 jaar;
  • Thuiswonende, niet-mobiele personen van 60 jaar en ouder (niet-mobiel betekent: niet vervoerd kunnen worden naar een GGD-vaccinatielocatie);

U vindt hierover ook informatie in de NHG praktijkhandleiding.

De beschikbaarheid van covid-19-vaccins is anders dan bij de griepprik; de leveringen komen stapsgewijs het land binnen. Dat maakt het onmogelijk om u met één levering te voorzien van genoeg vaccins om uw hele “griepprik-populatie” te vaccineren.

Daarnaast heeft de overheid verschillende vaccins ingekocht, die verschillende gebruiksmogelijkheden hebben. Tevens heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om bepaalde vaccins specifiek in te zetten voor bepaalde doelgroepen.

Vanwege de omvang van de vaccinatie-operatie heeft de overheid ook de GGD’en gevraagd een grote rol te spelen in het vaccineren. Ook wordt een deel van de vaccinaties uitgevoerd door zorginstellingen, ggz-instellingen en ziekenhuizen.

Bepaalde groepen hebben een verhoogd risico om ernstig ziek te worden door corona. Deze groepen krijgen van de overheid daarom voorrang in de vaccinatievolgorde. Zij komen in aanmerking voor een MrNA-vaccin. Die vaccins worden door de GGD’en gebruikt, niet door de huisartsen zelf.

De huisartsen kennen de medische geschiedenis van hun patiënten, de overheid kent deze niet. Daarom worden huisartsen gevraagd om groepen patiënten met een verhoogd risico op ziekte te selecteren vanuit hun elektronisch patiëntendossier, zodat deze mensen gericht kunnen worden uitgenodigd voor vaccinatie door de GGD.

Bij de vaccinatievolgorde maakt de overheid onderscheid tussen twee groepen: tussen medische hoog-risicogroepen en andere medische risicogroepen. Van de mensen die in een medische hoog-risicogroep vallen, worden de volgende groepen door de huisarts uitgenodigd voor vaccinatie: mensen met morbide obesitas (BMI boven de 40) en mensen met het syndroom van Down. Aanvankelijk ging het daarbij om mensen van 18 tot en met 74 jaar. In april heeft de overheid besloten dat AstraZeneca alleen mag worden gebruikt voor mensen van 60 jaar en ouder. Sindsdien gaat het in deze medische risicogroepen om mensen van 60 tot en met 74 jaar.

Voor vijf andere hoog-risicogroepen is besloten dat deze door het ziekenhuis worden gevaccineerd. Bij 1 groep daarvan (mensen met neurologische aandoeningen waardoor de ademhaling is aangetast), is een deel niet-mobiel genoeg om naar het ziekenhuis te gaan voor vaccinatie. Zij kunnen dit na de uitnodiging van de specialist doorgeven en dan kan de huisarts hen thuis vaccineren als zij 60 jaar of ouder zijn. Als zij onder de 60 jaar zijn, worden zij gevaccineerd door Thuisvaccinatie.nl Meer informatie hierover vindt u op deze website van de Rijksoverheid.

Vaccinatie van huisartsen en personeel zelf

Omdat huisartsen onderdeel zijn van de acute zorg, vallen zij onder de voorrangsregels voor vaccinatie voor acute zorgmedewerkers. Op 22 januari is gestart met de vaccinatie van huisartsen en ondersteuners in de acute zorg (bepaalde medewerkers van de huisartsenposten). In een paar weken tijd hebben in alle regio’s in het land deze zorgprofessionals zich kunnen laten vaccineren.

Huisartsen die toen niet gevaccineerd zijn/konden worden, hebben later de mogelijkheid gekregen om zich te laten vaccineren vanuit de huisartsenpraktijk waar zij werken, dan wel via de GGD als zij niet onder de vaccinatiedoelgroep van AstraZeneca-vaccin vallen.

De medewerkers in de praktijk konden worden gevaccineerd toen er vanuit de praktijken gestart werd met het vaccineren van patiënten. Omdat de leveringen van de vaccins per regio gingen en dit in veel regio’s lang op zich liet wachten, hebben we als LHV geregeld dat medewerkers van de huisartsenpraktijken snel terecht konden bij de GGD voor vaccinatie met een ander vaccin.

Vaccinatie van praktijkpersoneel dat u zelf heeft gevaccineerd, registreert u in een speciale app, die heet de BRBA-app. Als de medewerker geen toestemming geeft, kan de vaccinatie anoniem gemeld worden zodat het RIVM wel zicht houdt op het aantal vaccinaties. In de praktijkhandleiding wordt dit verder uitgelegd.

Wat moet een huisarts-werkgever doen als hij weet dat zijn of haar praktijkmedewerker niet is gevaccineerd tegen COVID-19?
U mag besluiten om deze medewerker andere werkzaamheden te laten verrichten, als er risico’s bestaan voor de veiligheid van de zorgverlening in de praktijk. In het algemeen is het niet bezwaarlijk als die medewerker gewoon het werk blijft doen, mits voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt en de algemene coronaregels worden gevolgd.

Mag een huisarts-werkgever registreren welke praktijkmedewerkers zijn gevaccineerd tegen COVID-19?
Nee. Op grond van de huidige wetgeving is er geen juridische basis voor u als werkgever om gegevens over coronavaccinaties van praktijkmedewerkers vast te leggen.

Mag een huisarts-werkgever medewerkers zonder COVID-vaccinatiebewijs toegang tot de praktijk weigeren?
Nee. Er geldt geen vaccinatieplicht voor COVID-19, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat en de regering dat ook niet wenselijk vindt. Het is wel belangrijk dat zoveel mogelijk zorgmedewerkers zich laten vaccineren. Als werkgever mag u uw praktijkmedewerkers daarom wel stimuleren om zich te laten vaccineren.

Volgt u de LCI-richtlijn van het RIVM of raadpleeg de site van de KNMG.

Organisatie van de vaccinatie

In de NHG Handleiding COVID-19-vaccinatie vindt u hier meer informatie over.

Voor het organiseren van vaccinaties in de anderhalvemeter samenleving vindt u veel informatie in de handleiding die is gemaakt voor griep- en pneumokokkenvaccinatie van afgelopen najaar.

Op de SNPG-site vindt u verdere informatie over de bestelling en uitvoering van de vaccinatie door huisartsen.

ICT en registratie

Ja, de HIS-leveranciers hebben veel inzet gedaan om zo snel mogelijk de HIS’en gereed te hebben om de juiste selectie, uitnodiging en registratie van de vaccinaties te kunnen uitvoeren en om deze bij te werken aan de hand van wijzigingen in de vaccinatiestrategie.
De vaccinatie kan gewoon worden geregistreerd in uw eigen HIS. Als de gevaccineerde daar toestemming voor heeft gegeven, kunnen bepaalde vaccinatiegegevens doorgegeven worden aan het centraal register van het RIVM.

Dat ligt aan uw situatie. Heeft u een server in de praktijk staan (en dus geen gebruik van een HIS in de cloud)? Dan moet u uw HIS zelf (laten) updaten om de aanpassingen voor de coronavaccinatie in gebruik te nemen. Houd hiervoor de berichtgeving van uw eigen HIS-leverancier in de gaten. Heeft u hier vragen over, neemt u dan contact op met uw HIS-leverancier.

Wordt uw HIS bij de HIS-leverancier gehost, dan hoeft u niets te ondernemen. De update wordt door uw leverancier automatisch voor u geregeld.

Het RIVM heeft een centrale registratie opgezet (CIMS) om gegevens over gevaccineerden te kunnen bijhouden. Het RIVM geeft aan dat door deze centrale registratie de veiligheid beter te garanderen is  en de effectiviteit van de vaccins beter kan worden onderzocht. Gevaccineerden worden alleen in dit centrale register opgenomen als zij daarvoor toestemming geven. Meer informatie over het register vindt u op deze website van de Rijksoverheid.

Deze werkwijze is binnen de regels van het medisch beroepsgeheim en de AVG. Dat heeft de Autoriteit Persoonsgegevens bevestigd.

Als de patiënt die u vaccineert daar toestemming voor geeft, geeft u bij registratie in uw HIS aan dat er toestemming is voor uitwisseling met het centraal register. De koppeling tussen uw HIS en het centraal register is voor u geregeld, daar heeft u zelf niets extra’s voor te ondernemen.

Het registreren van de covid-vaccinaties die u uitvoert, verloopt wat anders dan u gewend bent vanuit de griepprikken. Bij deze vaccinaties moet namelijk ook geregistreerd worden of de gevaccineerde patiënt toestemming heeft gegeven voor uitwisseling met het RIVM-systeem CIMS. Het is belangrijk dat de vaccinaties kort na vaccinatie worden geregistreerd en dat de gegevens compleet zijn. Voor uitwisseling met het RIVM is het belangrijk dat de juiste gegevens van uw praktijk bekend zijn en dat de BSN-nummers van uw patiënten gevalideerd zijn. Bekijk al onze tips voor vaccinatieregistratie.

De overheid geeft sinds 24 juni 2021 test- en vaccinatiebewijzen uit, voor binnenlands en Europees gebruik. Sinds 1 juli kunnen deze bewijzen worden gebruikt om te reizen binnen de EU. De meeste mensen kunnen dit bewijs zelf verkrijgen via de CoronaCheck.

Als iemand geen DigiD heeft of niet digitaalvaardig is, dan kan deze persoon bellen met de centrale helpdesk van de overheid, die dan een bewijs kunnen printen en opsturen.
In uitzonderingsgevallen zullen mensen voor een vaccinatiebewijs aankloppen bij de zorgverlener die hen heeft gevaccineerd, dus ook bij u als huisarts. Als huisarts heeft u hiermee te maken als patiënten die u heeft gevaccineerd niet in het RIVM-register staan.

Op 1 juli lanceert de overheid een webportaal HKVI, waarmee vaccinatie-uitvoerders een bewijs van volledige vaccinatie kunnen aanmaken specifiek voor die patiënten die daar niet via de CoronaCheck zelf aan kunnen komen.

Lees dit bericht om daar meer over te weten te komen.

Financiële zaken

De LHV heeft met het ministerie van VWS afgesproken dat huisartsen een tarief van 21 euro per prik mogen declareren (omdat bij AstraZeneca mensen twee keer een vaccinatie moeten ontvangen, kan er dus twee keer 21 euro worden gedeclareerd). Daarnaast is er een tarief afgesproken voor de thuisvaccinaties, van niet-mobiele thuiswonende patiënten. Omdat deze vaccinaties aanzienlijk meer tijd en organisatie vergen, geldt hiervoor een tarief van 90 euro per prik.

Daarnaast hebben we gezorgd dat er een aanvullende vergoeding komt voor de extra tijd en kosten die zijn gaan zitten in dit vaccinatietraject. Zoals de werkzaamheden vanwege de pauzeringen met AstraZeneca-vaccinaties, de extra vragen die er komen van patiënten en de werkzaamheden voor het selecteren van patiënten voor vaccinatie door anderen. Daarvoor kan elke praktijk 2 euro per ingeschreven patiënt declareren. Lees meer hierover op deze factsheet Vergoedingen voor covid-19-vaccinaties.

Voor praktijken die kosten moeten maken voor een externe locatie, is afgesproken dat de gemeenten zorgen voor gratis locaties. Als dat niet het geval is, zullen de kosten voor de locaties worden vergoed door VWS. Zie ook de vraag hieronder.

We hebben met het ministerie van VWS afgesproken dat huisartsen kosteloos gebruik moeten kunnen maken van externe locaties om veilig, binnen de anderhalvemetermaatregelen, de vaccinatie van patiënten te kunnen uitvoeren. De gemeenten dienen daarvoor geschikte ruimtes beschikbaar te stellen. Komt u er met de gemeente niet uit? Neem dan contact op met het centrale loket van het RIVM via: dienstpostbusvaccinerenPDC19@minvws.nl. Geeft u daarbij aan om welke gemeente het gaat. Zij kunnen dan contact zoeken met de gemeente om te zorgen dat er een locatie komt en om de financiële afhandeling te regelen met de gemeente als dat nodig is.

Als u toch kosten heeft moeten maken voor een externe locatie, dan kunt u die kosten declareren, dus bewaar de bijbehorende factuur/facturen.

Ja, we hebben gezorgd dat daar een tarief voor is gekomen dat u kunt declareren.

De LHV heeft met het ministerie van VWS een tarief afgesproken, dat gedeclareerd mag worden voor alle werkzaamheden (tijd en kosten) die praktijken hebben gedaan voor het selecteren en uitnodigen van patiënten, waarbij een ander (mobiele HAP-team, GGD of Thuisvaccinatie.nl) de vaccinatie uitvoert. Daarvoor is een tarief van €1,22 afgesproken per ingeschreven patiënt.

Daarnaast is er een extra vergoeding afgesproken voor de tijd en kosten die zijn gaan zitten in het pauzeren en daarna weer opstarten van de vaccinaties met AstraZeneca, plus het hoge aantal vragen van patiënten over vaccinaties. Daarvoor is een tarief van €0,78 per ingeschreven patiënt vastgesteld.

In totaal kunnen huisartsenpraktijken voor deze extra werkzaamheden €2 per ingeschreven patiënt declareren. Dit is dus niet gekoppeld aan het aantal gevaccineerde patiënten, maar aan het totaal aantal patiënten in de praktijk.

Lees meer hierover op de factsheet Vergoedingen voor covid-19-vaccinaties.

Algemeen

Nieuwe informatie over de vaccins en de hoeveelheden leiden er geregeld toe dat de overheid de vaccinatiestrategie wijzigt of bijstuurt. De laatste stand van zaken en planning vindt u hier: Volgorde van vaccinatie tegen het coronavirus | Vaccinatie tegen het coronavirus | Rijksoverheid.nl

Patiënten met vragen over vaccinatie kunt u verwijzen naar corona.steffie.nl, voor begrijpelijke informatie in meer dan 10 talen. Gemaakt door en voor mensen voor wie het bedoeld is.

Meer materialen, bijvoorbeeld om als huisarts uit reiken in een gesprek is hier te vinden

Ook Thuisarts.nl voorziet in patiënteninformatie over de covid-vaccinaties.

Meer informatie

Bent u op zoek naar meer informatie over de COVID-vaccinaties? Bekijk dan ons thema COVID-vaccinatie.

Of bekijk de veelgestelde vragen over het coronavirus