Voor en door huisartsen
 
 

Onvrijwillige zorg

Laatst bijgewerkt: 17/10/2019 - 10:25
Onvrijwillige zorg
De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) wordt per 1 januari 2020 vervangen door de Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WVGGZ) en de Wet Zorg en Dwang (WZD). Bij beide wetten gaat het om onvrijwillige zorg bij de patiënt thuis, alleen als dit de enige manier is om ‘ernstig nadeel’ te voorkomen. De WZD richt zich op mensen met dementie en mensen met een verstandelijke beperking. De WVGGZ moet het mogelijk maken psychiatrische patiënten ook thuis gedwongen te behandelen.

Zorg tegen iemands zin is heel ingrijpend en daarom alleen een laatste redmiddel ‘ultimum remedium’ als er echt geen andere oplossing meer is. Dat betekent:

  • Geen alternatief
    Er is geen enkele vorm van vrijwillige zorg die het ernstig nadeel kan afwenden en waarmee de patiënt instemt.
  • Proportioneel
    De verplichte zorg moet in verhouding staan tot het beoogde doel ervan. Het verplicht moeten opleggen van zorg wordt afgewogen tegen het ernstig nadeel dat ontstaat als er geen verplichte zorg wordt toegepast. 
  • Effectief
    Het moet aannemelijk zijn dat de verplichte zorg het gewenste resultaat zal hebben, namelijk dat het ernstig nadeel wordt afgewend.

U kunt als huisarts te maken krijgen met patiënten waarbij onvrijwillige zorg wordt ingezet. Het kan gaan om patiënten die in een geclusterde woonzorginstelling wonen, en ook om patiënten die thuis wonen. Aangezien onvrijwillige zorg geen huisartsenzorg is en het de vertrouwensrelatie met de patiënt onder druk zet, hebben huisartsen geen rol bij de inzet van de onvrijwillige zorg (zie Standpunt LHV). Wel is het van belang dat u als huisarts, aangezien u vaak al langere tijd betrokken bent bij de patiënt, altijd betrokken wordt bij de afweging of onvrijwillige zorg thuis kan worden ingezet. Het moet veilig en verantwoord zijn om de huisartsenzorg te kunnen blijven bieden.

Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WVGGZ)

De behandelend psychiater is verantwoordelijk voor de onvrijwillige zorg, dat kan de huisarts nooit zijn. Voor u is het goed te weten wat de nieuwe werkwijze is van de ggz-instelling bij onvrijwillige zorg thuis en dat er altijd contact wordt opgenomen met de huisarts om af te stemmen of u de huisartsenzorg kunt bieden. Ook de bereikbaarheid 24/7 van de ggz-behandelaar is van belang, voor patiënt en familie, zodat u daarmee niet extra wordt belast.

Wet Zorg en Dwang (WZD)

De zorgaanbieder (thuiszorg of geclusterde woonzorgvoorziening) is verantwoordelijk voor de organisatie en kwaliteit van de zorg. Als zij onvrijwillige zorg wil inzetten, moet zij dit met behulp van haar eigen medewerkers organiseren. Wel is het essentieel dat de (door de zorgaanbieder aangestelde) zorgverantwoordelijke u informeert over de plannen en navraag doet of u de huisartsgeneeskundige zorg nog kunt bieden. Zorgaanbieders moeten ervoor zorgen dat u op een veilige en verantwoorde manier huisartsenzorg kunt leveren. Kan dit niet, dan kan er thuis ook geen onvrijwillige zorg worden toegepast. De patiënt zal opgenomen moeten worden.

Huisartsen krijgen helaas te maken met patiënten waarbij onvrijwillige zorg wordt toegepast. De LHV heeft de minister van VWS duidelijk laten weten dat huisartsen geen rol hebben bij de toepassing van onvrijwillige zorg thuis. Alleen als aan de juiste randvoorwaarden is voldaan, kan de huisarts de huisartsgeneeskundige zorg blijven leveren.

Deze randvoorwaarden zijn:

  • 24/7 bereikbaarheid en beschikbaarheid SO/AVG/psychiater
  • Zorgverantwoordelijke met voldoende kennis en kunde
  • Onmiddellijke opname indien de situatie hierom vraagt

De zorgaanbieder die besluit tot het inzetten van onvrijwillige zorg is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit en organisatie van zorg en moet dus ook zorgen dat de huisarts op een veilige en verantwoorde manier huisartsenzorg kan leveren.

Hoewel het regelgevend kader (wetten, besluiten en ministeriële regelingen) gereed is, is er nog heel veel onduidelijkheid over de wijze waarop in de praktijk invulling moet worden gegeven. De komende periode - 2020 is bestempeld als overgangsjaar - wordt door veldpartijen gewerkt aan de ontwikkeling van implementatiemateriaal. De LHV houdt hierbij vast aan ons standpunt dat onvrijwillige zorg geen huisartsenzorg is.

Wat we op dit moment wel weten:

Thuis

Vanaf 1 januari 2020 is het toegestaan om thuis (ambulant) onvrijwillige zorg te verlenen. Voordat hiertoe wordt overgegaan, moet dezelfde procedure worden gevolgd die geldt voor verlening van onvrijwillige zorg aan patiënten die in een instelling verblijven.

Voor psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte patiënten (WZD) moet door de zorgaanbieder een zorgverantwoordelijke worden aangewezen, die vervolgens een zorgplan opstelt op basis van het wettelijk stappenplan, een deskundige hierover consulteert en het plan laat beoordelen door een WZD-functionaris voordat kan worden overgegaan tot onvrijwillige zorg.

Wanneer onvrijwillige zorg wordt ingezet bij patiënten met een psychische stoornis (WVGGZ) moet de Geneesheer-Directeur na consultatie van een onafhankelijk psychiater, de naasten en indien mogelijk de huisarts en met ondersteuning van het door de zorgverantwoordelijke opgestelde zorgplan, zorgdragen voor een zorgmachtiging. In geval van spoed kan een crisismaatregel worden ingezet, maar ook dit moet zo snel mogelijk daarna door de rechter worden gelegitimeerd.

Geclusterde woonzorgvoorziening

In toenemende mate wonen psychogeriatrische patiënten en verstandelijk gehandicapten in een geclusterde/kleinschalige woonzorgvoorziening. De wetgever ziet deze woonzorgvoorzieningen niet als thuis maar als intramurale instelling, in de WZD ‘locatie’ genoemd.

Onvrijwillige zorg (WZD)

Onder ‘onvrijwillige zorg’ wordt zorg verstaan waarmee de cliënt of zijn vertegenwoordiger niet instemt en zorg waarmee de vertegenwoordiger heeft ingestemd, maar waartegen de cliënt zich verzet. Er worden negen categorieën onvrijwillige zorg onderscheiden:

  • A. Medische handelingen en therapeutische maatregelen (toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede doorvoeren van medische controles of andere medische handelingen en overige therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychogeriatrische aandoening, verstandelijke handicap, een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie hiervan, dan wel vanwege die aandoening, handicap of stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening);
  • B. Beperken van de bewegingsvrijheid;
  • C. Insluiten;
  • D. Uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • E. Onderzoek aan kleding of lichaam;
  • F.  Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen of gevaarlijke voorwerpen;
  • G. Controleren op de aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen;
  • H. Beperken van de vrijheid om het eigen leven in te richten;
  • I.  Beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

De LHV ziet geen rol voor de huisarts bij de inzet van onvrijwillige zorg dus ook niet bij het besluitvormingsproces hierover. De categorieën a t/m c zijn geen huisartsgeneeskundige zorg. Dit betekent ook dat een huisarts die betrokken is bij de zorg voor een patiënt, geen instemming kan geven voor het opnemen van onvrijwillige zorg. Wanneer de zorgverantwoordelijke overweegt een van deze vormen van onvrijwillige zorg in te zetten, zal deze advies moeten inwinnen bij de SO/AVG (WZD), dan wel psychiater (WVGGZ) voor hij dit in het zorgplan opneemt. 

De categorieën d t/m i hebben geen impact op de medische zorg, dus hiervoor hoeft geen advies ingewonnen te worden van een (ter zake kundig) arts.

Wel moet de huisarts, voordat wordt overgegaan tot toepassing van onvrijwillige zorg, hierover worden geïnformeerd en hem/haar worden gevraagd of hij/zij van mening is dat dit verantwoord is en dat daarom de huisartsgeneeskundige zorg geboden kan blijven worden. Als de huisarts dit niet kan, dan moet de zorgaanbieder de medische zorg op een andere manier organiseren, dan wel moet de patiënt worden opgenomen.

Opname

Vanaf 1 januari 2020 hoeft iemand niet meer opgenomen te worden als de toepassing onvrijwillige zorg noodzakelijk blijkt te zijn om ernstig nadeel te voorkomen. Toch kan het nodig zijn om iemand op te nemen, dit kan zowel vrijwillig als onvrijwillig.

Als een cliënt niet in staat is weloverwogen te beslissen over opname, maar zich ook niet tegen opname verzet, kan de cliënt alleen worden opgenomen op basis van een besluit tot opname en verblijf (rechtelijke machtiging). Dit is de nieuwe benaming van wat nu een Bopz-indicatie wordt genoemd. Het besluit tot opname en verblijf wordt genomen door het CIZ. Cliënten met een besluit tot opname en verblijf kunnen alleen worden opgenomen in een geregistreerde accommodatie. Een besluit tot opname en verblijf heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar. Als voortzetting van de opname nodig is, kan het CIZ een nieuw besluit tot opname en verblijf nemen. In crisissituaties blijft het mogelijk een beschikking tot inbewaringstelling aan de burgemeester (ibs) te vragen.

Stel uw vraag

Swanehilde Kooij

Swanehilde Kooij

085 04 80 076
Monica Terhal

Monica Terhal

085 04 80 024
Jelly Hogendorp

Jelly Hogendorp

085 04 80 075