ZZP’en in de huisartsenzorg – wet DBA

Laatst bijgewerkt: 02/07/2020 - 14:17
ZZP’en in de huisartsenzorg – wet DBA
De overheid wil schijnzelfstandigheid op de arbeidsmarkt aanpakken, de onderkant van de samenleving beter beschermen en oneerlijke concurrentie voorkomen. In 2016 is daartoe de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsmarktrelaties in het leven geroepen. Een wet die het “VAR-tijdperk” beëindigde en als doel had een evenwichtigere verdeling te bewerkstelligen door zowel de opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk te maken voor het bepalen van de arbeidsrelatie. Waar in het VAR tijdperk een verklaring werd afgegeven, waardoor opdrachtgevers geen risico konden lopen dat de arbeidsrelatie achteraf als dienstbetrekking werd aangemerkt, kan dat bij de Wet DBA wel. In dit dossier leest u welke ontwikkelingen er zijn, wat deze voor u betekenen en welke acties de LHV onderneemt.

In de praktijk is het kwalificeren van de arbeidsrelatie een complex geheel, waarin tal van factoren een rol spelen. Met behulp van nieuwe wetgeving wilde de overheid manco’s in de huidige wet DBA verhelpen. Inmiddels (zomer 2020) is bekend dat minister Koolmees (SZW) afziet van de voorgestelde wetgeving als vervanger van de huidige wet DBA. Hiermee vervalt de invoering van een wettelijk minimumtarief voor zzp’ers van 16 euro per uur. Ook de zelfstandigenverklaring voor zzp’ers die meer dan 75 euro per uur vragen is van de baan. Het kabinet blijft wel inzetten op meerdere acties om schijnzelfstandigheid en oneerlijke concurrentie te voorkomen.

De LHV heeft eerder kritisch gereageerd op de conceptplannen van het kabinet omdat het botste met huidige zorgwetgeving en het hoge administratieve lasten met zich mee zou brengen. Maar ook nu er geen nieuwe wetgeving komt, waarschuwt de LHV dat er wel degelijk veranderingen met impact voor de huisartsenzorg aankomen. Dit binnen het kader van de al bestaande wet DBA.

Naar alle veelgestelde vragen over de wet DBA

Ook interessant:

  • Wij zetten in onze lobby (als sinds 2016) erop in dat de voorstellen:

    • geen extra administratieve lasten voor onze leden met zich mee mogen brengen
    • dat voorstellen niet mogen scheuren met huidig gezondheidsrecht
    • en dat het mogelijk moet blijven om ook binnen de huisartsenzorg een flexibele schil middels zzp’ers te behouden. Minimaal moet er ruimte zijn voor de inzet bij ziekte, pieken en andere vormen van tijdelijke inzet. Onze waarnemers zijn onmisbaar voor het goed functioneren van de huisartsenzorg.

    Als LHV-lid mag u in 2020 van ons in ieder geval het volgende verwachten:

    • Wij gaan door met onze lobby
    • We houden de pilot van de Webmodule nauwlettend in de gaten;
    • Verder onderzoek naar een goedgekeurde modelovereenkomst praktijkmedewerking, welke naast de overeenkomst voor duurwaarneming en de overeenkomst voor incidentele  waarneming komt te staan, met de Belastingdienst. Het meest in het oog springende onderscheid is, dat de overeenkomst voor praktijkmedewerking een onbepaalde looptijd kent.
    • Opleveren van een overzicht van de meest gebruikelijke werkvormen voor duurzame praktijksamenwerking als alternatief voor “vast waarnemerschap” en uitleg van de mogelijkheden daarbinnen;
    • Opstellen van een actielijst voor de situatie dat waarneemwerkzaamheden worden gecombineerd met een dienstverband;
    • Organiseren van een webinar, gratis voor LHV-leden op 18 juni 2020. Meld u nu aan voor het webinar Wet DBA
    • Ontwikkelen van een leidraad gezagsverhouding: uitleg over wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Ook meer uitleg over de fiscale regels vanuit het gezichtspunt van de praktijkhouder (loonbelasting en sociale premies) én vanuit het gezichtspunt van de waarnemer (Inkomstenbelasting);
    • Overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden
    • Eerstelijns advies van onze juristen. Lees waar de LHV u mee kan helpen.
  • Het is goed om voorafgaand aan een opdracht duidelijk hebben dat de belastingdienst de samenwerking achteraf niet als dienstbetrekking ziet. Wanneer de belastingdienst dat achteraf constateert, volgt namelijk een naheffing loonbelasting en sociale premies bij de opdrachtgever en wordt de opdracht niet meegewogen in de onderneming van de zzp’er.  

    Afschaffing VAR

    Die duidelijkheid werd tot 2016 voorafgaand aan een opdracht gegeven door de Verklaring Arbeidsmarktrelaties (VAR). Wegens problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (goedkoop inhuren van personeel zonder bescherming), heeft de politiek besloten dat de VAR niet meer werkte en is er nieuwe wetgeving ingevoerd. Dat is de huidige Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), met de bijbehorende modelovereenkomsten.

    Daar waar voorheen (VAR-tijdperk) de duidelijkheid vooraf werd gegeven via de zzp’er, zijn bij de wet DBA beide partijen verantwoordelijk gemaakt en kan de belastingdienst achteraf concluderen dat er toch sprake is geweest van een dienstbetrekking, met alle financiële gevolgen van dien.

    Binnen de wet DBA geldt het volgende:

    1. De opdrachtgever moet bepalen of een opdracht in zzp-verband kan worden uitgeoefend of dat de opdracht in dienstbetrekking uitgevoerd moet worden. Wordt er achteraf een dienstbetrekking geconstateerd door de belastingdienst? Dan dient de opdrachtgever met terugwerkende kracht loonbelasting en sociale premies, vaak verhoogd met een boete, te betalen. Door te werken met én conform de zogenaamde modelovereenkomsten die u opmaakt via de contractengenerator, voorkomt u dat de opdracht gezien wordt als een dienstbetrekking.
    2. De zzp’er dient te voldoen aan de eisen die de belastingdienst stelt aan het ondernemerschap. Daarbij kijkt de belastingdienst niet naar een specifieke opdracht, maar naar de manier waarop de zzp’er overall werkt: zijn er meerdere opdrachten? Is er ondernemersrisico? Presenteert de zzp’er zich als ondernemer? Indien de belastingdienst constateert dat er géén sprake is van ondernemerschap, dan worden de ondernemersfaciliteiten voor de inkomstenbelasting (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, MKB-vrijstelling) met terugwerkende kracht ingetrokken en volgt een naheffing, vaak verhoogd met een boete. Via de website van belastingdienst kunt u een grofmazige check doen of de belastingdienst u als ondernemer voor de inkomstenbelasting ziet.

    Het feit dat er niet vooraf zekerheid wordt gegeven over de arbeidsrelatie en de complexiteit van het bepalen of een opdracht wel of niet in zzp-verband kan worden uitgevoerd, stuitte op veel kritiek. Het resulteerde in het instellen van een fiscaal handhavingsmoratorium tot 1 januari 2021. Dit handhavingsmoratorium geldt overigens alleen voor handhaving bij opdrachtgevers (loonbelasting en sociale premies) en niet voor handhaving bij zzp-ers (inkomstenbelasting: terugvordering ondernemersfaciliteiten)! 

    Het kabinet zet in op meerdere acties om schijnzelfstandigheid en oneerlijke concurrentie te voorkomen.

    • Duidelijkheid over de kwalificatie van de arbeidsrelatie
      • Via een Webmodule, waarmee de opdrachtgever middels verschillende vragen antwoord krijgt op de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking of dat de opdracht kan worden uitgevoerd als opdracht van overeenkomst (waarneming).
      • Via aanpassing van het gezagscriterium in het Handboek loonheffingen in 2019
        De LHV heeft voor u samen met BDO een memo opgesteld over dit complexe criterium.
      • Van de baan daarbij zijn: het wetsvoorstel om een minimum- en maximum tarief in te voeren (Wet Minimum beloning zelfstandigen (Wmz) en Wet Zelfstandigenverklaring (Wzv))
    • Nieuw pensioenstelsel met mogelijk vrijwillig aansluiten van zzp’ers
    • Wettelijke verzekeringsplicht voor zelfstandigen tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico
    • De afbouw van de zelfstandigenaftrek
    • Hoewel nog niet concreet uitgewerkt wil het kabinet het gesprek met de sectoren en experts aangaan om te onderzoeken hoe de voorstellen van de Commissie Regulering van werk kunnen bijdragen aan het :
      • Verkleinen van de verschillen
      • Meer verduidelijking
      • Modernisering.
  • Update: 18/06/2020

    Minister Koolmees (SZW) ziet af van een nieuwe wet als vervanger van de huidige wet DBA. Hiermee vervalt de invoering van een wettelijk minimumtarief voor zzp’ers van 16 euro per uur. Ook de zelfstandigenverklaring voor zzp’ers die meer dan 75 euro per uur vragen is van de baan.

    In een brief (met bijlage 1, bijlage 2 en bijlage 3) aan de tweede Kamer  schrijft minister Koolmees daarvan af te zien omdat ze voor alle zelfstandigen te veel administratieve lasten met zich mee zouden brengen. Ook was er veel kritiek op het voorstel vanuit het werkveld, zowel van werkgevers- als werknemerskant. Ook veel huisartsen hebben in de internetconsultatiefase zelf een kritische inbreng gedaan, evenals de LHV.

    Waar blijft het kabinet wél op inzetten?

    Pilot webmodule

    Het kabinet gaat wel verder met de zogenoemde webmodule. Dit hulpmiddel moet duidelijkheid geven aan opdrachtgevers of voor een bepaalde opdracht wel of niet een waarnemer of andere zzp’er ingehuurd kan worden. Na het invullen van enkele tientallen vragen geeft de webmodule uitsluitsel of dat kan. De webmodule is anoniem in te vullen en wordt niet verplicht.

    De webmodule wordt éérst uitgevoerd als pilot, naar verwachting vanaf het najaar 2020. De pilotfase van de webmodule zal het kabinet gebruiken om verder met relevante veldpartijen in gesprek te gaan. Hierbij heeft het kabinet een sectorale aanpak voor ogen. Samen met sectoren worden afspraken gemaakt over hoe er in de sector wordt gewerkt, onder welke voorwaarden buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt en of de webmodule daarbij behulpzaam kan zijn of dat voor de betreffende sector andere instrumenten nodig zijn. Na de pilotfase wil het kabinet de webmodule invoeren.

    Handhavingsmoratorium (opdrachtgever)

    In het najaar neemt het kabinet een besluit over het handhavingsmoratorium dat afloopt op 01-01-2021. Als de belastingdienst op dit moment meent dat een bepaalde arbeidsrelatie een (fictieve) dienstbetrekking is terwijl de opdracht in zzp-verband wordt uitgeoefend, geeft de inspecteur een aanwijzing. Er zal worden aangegeven wat het manco is en vervolgens krijgen partijen een aantal maanden de tijd om de situatie aan te passen. Dit kan betekenen dat de opdracht moet worden omgezet naar een loondienstverband, dat er bijvoorbeeld aanpassingen gedaan kunnen worden in de wijze waarop men met elkaar samenwerkt, of dat de opdrachtgever de arbeidsrelatie verder verduidelijkt.

    Pas als de aanpassingen niet worden doorgevoerd kan de belastingdienst een sanctie (boete) opleggen en loonbelasting en sociale premies naheffen, eventueel met terugwerkende kracht tot het moment dat de aanwijzing gevolgd had moeten worden. 

    Gelet op het gegeven dat de pilot met de webmodule pas start in het najaar en een halfjaar in beslag zal nemen is het niet ondenkbaar dat het kabinet in het najaar beslist het handhavingsmoratorium aan te houden tot in de loop van 2021.

    Wat vindt de LHV?

    De LHV heeft eerder gewaarschuwd voor de risico’s om een tarief in te voeren (€ 75) als afkappunt, zoals in het oude wetsvoorstel werd beschreven. Dit zou een prijsopdrijvend effect binnen huisartsenzorg tot gevolg kunnen hebben. Daarom hebben wij altijd gepleit voor meer onderzoek naar welk tarief passend is. Ook hebben wij gewezen op de enorme toename van de administratieve lasten voor waarnemers en praktijkhouders. Wij zijn derhalve verheugd dat dit wetsvoorstel van de baan is.

    Met de webmodule zijn wij echter ook zeker niet gelukkig. De afgelopen maanden is er proefgedraaid met de webmodule en hebben verschillende organisaties waaronder de LHV kunnen meepraten over de vragenlijst en het gebruik. De webmodule in deze vorm is voor de huisartsenzorg niet bruikbaar omdat het te generiek is opgezet en niet doet wat het moet doen: het bieden van zekerheid/duidelijkheid. De meeste opdrachten komen in het grote grijze gebied van “geen oordeel mogelijk” (met uitzondering van vaste waarnemingen voor langere tijd voor meer dan 24 uur per week, daarbij is – afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden – vaak sprake van “indicatie dienstbetrekking”). De webmodule maakt de pretenties van duidelijkheid geven dus allerminst waar.

  • Zowel de opdrachtgever (praktijkhouder) als de opdrachtnemer (waarnemer) dienen vanuit de wet DBA de aard van de arbeidsrelatie te bepalen.

    Daarbij is het van belang om niet uit te gaan van hetgeen op papier wordt gezet (bijvoorbeeld er is sprake van een overeenkomst van opdracht), maar van de daadwerkelijke praktijksituatie.  Kort gezegd: ga na of er geen sprake is van schijnzelfstandigheid.

    Gezagsverhouding

    De arbeidsrelatie wordt op basis van meerdere criteria geduid, waarbij met name wordt gekeken of er sprake is van een gezagsverhouding. Is er sprake van een gezagsverhouding, dan is er in de meeste gevallen automatisch sprake van een dienstbetrekking. De opdrachtgever moet in die situaties loonheffing en premies inhouden op het salaris en de zzp’er wordt (voor die opdracht) niet aangemerkt als ondernemer. Wanneer achteraf op basis van de feiten wordt geconstateerd dat er sprake was van een gezagsverhouding kan een naheffing volgen. Bij de bepaling van de gezagsverhouding zijn 2 aspecten van belang:

    1. Het materiële gezagscriterium (aanwijzingen kunnen geven);
    2. Het formele gezagscriterium (onderdeel van de organisatie);

    Er is kort gezegd sprake van een gezagsverhouding wanneer aan 1 van deze aspecten wordt voldaan. Naar verwachting van de LHV gaat met name handhaving op het formele gezagscriterium impact hebben op de inzet van langdurige structurele praktijkmedewerking door een zzp’er. Denk hierbij aan de inzet van een “vaste waarnemer”. Overigens zijn wij nog wel in gesprek met de belastingdienst om de overblijvende ruimte voor vaste waarneming te exploreren.

    Zo weinig mogelijk inbedden in organisatie

    Het is in dit verband van belang dat de werkzaamheden van zzp-medewerkers zo weinig mogelijk zijn ingebed in de organisatie, want, zo wijst de rechtspraak uit, “inbedding van werkzaamheden in de organisatie” is een sterke indicatie van uitoefening van (formeel) gezag. Werkt iemand langdurig in een organisatie, dan is het dit risico groter.

    In verband hiermee wilde de belastingdienst bij het tot stand komen van de modelovereenkomsten ook slechts goedkeuring geven voor modelovereenkomsten voor bepaalde tijd. Dit laatste is op dit moment overigens wel voorwerp van gesprek met de belastingdienst, wij zouden hierin graag meer flexibiliteit zien.

    Voorbeelden van zaken waaruit kan blijken dat de werkzaamheden van de vaste waarnemer zijn ingebed in de organisatie zijn:

    • vermelding van de zzp-er als medewerker op de website,
    • de waarnemer neemt structureel deel aan werkoverleggen,
    • de waarnemer voegt zich naar het rooster van de praktijk,
    • er worden allerlei praktische werkafspraken gemaakt, enzovoorts.

    Kernoverweging hierin is eigenlijk: werkt de waarnemer op een significant andere wijze binnen uw organisatie als een huisarts in dienstverband zou doen. Naarmate de tijd langer is en de inzet van de zzp’er in 1 opdracht omvangrijker, neemt het risico toe.

    Tijdelijke waarneming

    De LHV verwacht ook in de toekomst weinig problemen voor wat betreft de tijdelijke waarneming (denk aan ziekte vervanging, of opvang van een piekmoment). Voor deze situaties kan waarschijnlijk ook in de toekomst gewoon gebruik gemaakt worden van de modelovereenkomsten.

    "Vaste" waarneming

    Daar waar zzp’er echter wordt ingezet voor de reguliere praktijksituatie (bijvoorbeeld “vaste waarneming” of de zelfstandig POH-GGZ), bestaat echter al snel het risico dat dit tóch geduid wordt als schijnzelfstandigheid en de arbeidsrelatie moet worden aangepast. De modelovereenkomsten bieden in die situaties naar alle waarschijnlijkheid op dit moment ook onvoldoende fiscale bescherming, omdat die met name bedoeld zijn voor tijdelijke inzet.

    Blijkt uit uw inventarisatie dat de samenwerking niet in zzp-verband kan worden uitgevoerd, dan is het mogelijk om in samenspraak andere juridische samenwerkingsvormen in te zetten. De mogelijkheden en variaties binnen de bestaande alternatieve werkvormen (associatie / praktijkhouderschap en dienstverband) zijn wellicht groter dan u op voorhand denkt. De LHV komt met concrete producten om u te informeren over de verschillende samenwerkingsvormen en de mogelijkheden en variaties hierin.  

    Ga vooral het goede gesprek met elkaar aan over de arbeidsrelatie en de wijze waarop u beide wilt samenwerken.

  • De ontwikkelingen van de Wet DBA

    Najaar - eind 2020

    Gesprekken ministerie SZW met verschillende sectoren

    Najaar - eind 2020

    Besluit kabinet fiscaal handhavingsmoratorium 

    Najaar 2020

    Start pilot webmodule

    Na de zomer 2020

    Kabinetsreactie op het rapport van de commissie Borstlap

    Kort na de zomer 2020

    Brief staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) over uitrol pilot webmodule waarin hij ingaat op indicatoren/criteria en de weging ervan

    Februari 2020

    Stichting van de Arbeid komt met advies over uitwerking van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (onderdeel pensioenakkoord)

    Eind januari 2020

    Advies commissie Regulering van Werk

    Advies commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap), met daarin de meer structurele voorstellen over de positie van de zelfstandigen. De rode draad uit hun tussenrapport was het verkleinen van de fiscale en sociale zekerheidsverschillen tussen werknemers en zelfstandigen. De uitwerking van het advies van deze commissie is aan een volgend Kabinet.

    November 2019

    Nader bericht over webmodule

    Nader bericht over voortgang ‘webmodule’, de digitale manier om opdrachtgeversverklaring aan te vragen voor opdrachten boven minimumtarief. Mogelijk volgt dan ook weer een nieuw overleg met het werkveld, waarbij ook de LHV weer bij aanwezig zal zijn.

    November 2019

    LHV modelcontracten biedt zorgspecifieke invulling

    Het wetsvoorstel dat nu op tafel ligt, is onderdeel van een groter geheel. Voor de middencategorie van de zzp-markt (E 16 – E 75) komt er een webmodule die opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen invullen, daar komt dan uit of de opdracht als zelfstandige kan worden uitgevoerd. Daarvoor is geen wetswijziging nodig. De webmodule is echter een One size fits all product. Hoewel wij dit onophoudelijk hebben bepleit, is kans dat hierin rekening wordt gehouden met de zorgprofessional klein. Daarmee sluit de webmodule een groep uit die juist gebruik had kunnen maken van deze module. Gelukkig heeft Minister Koolmees wél expliciet benoemd dat de webmodule optioneel is: in plaats daarvan kan ook gebruik blijven worden gemaakt van de modelovereenkomsten die zijn afgestemd met de belastingdienst.

    De LHV heeft deze overeenkomsten in 2015 al afgestemd met de belastingdienst, deze contracten kunnen dus ook gewoon gebruikt blijven worden, als alternatief voor de webmodule. In de contracten zijn de zorgspecifieke zaken goed verwerkt. De contracten bieden daarmee nu en in de toekomst een goede uitgangspositie voor de huisarts. Wél loop je als praktijkhouder en waarnemer risico wanneer je dit jaarcontract jaar na jaar verlengt, omdat de kans dan wel aanzienlijk is dat er in de praktijk tóch anders wordt gewerkt dan in de overeenkomst staat. En dan vervalt de fiscale zekerheid. Vandaar dat wij aangeven vooral problemen te zien bij de vaste waarnemingen.  

    November 2019

    Gezamenlijke reactie op Internetconsultatie (vervanger Wet DBA)

    In het nieuwsbericht leest u de gezamenlijke reactie van LHV, KNMT, FMS en de VvAA.

    Oktober 2019 

    Start ‘internetconsultatie’ van concept over minimumtarief en zelfstandigenverklaring 

    Start ‘internetconsultatie’ van concept wetsvoorstel over minimumtarief en zelfstandigenverklaring (voor opdrachten boven 75,- per uur). Iedereen kan dan zijn/haar reactie op het wetsvoorstel geven. Voor de webmodule is geen wetswijziging nodig, daar komt dus ook geen internetconsultatie over.

    Oktober 2019

    Internetconsultatie voor regelgeving betreft bovenkant en onderkant markt 

    Dit najaar (oktober) volgt de internetconsultatie voor de regelgeving wat betreft de bovenkant van de markt (uurtarief meer dan 75 euro) en de onderkant markt (tarief tot 16 euro per uur), uiteraard gaan we dan ook weer een zienswijze indienen.

    10 september 2019

    Tweede Kamer wil mogelijkheid voor verruiming 1 jaar termijn

    De Tweede Kamer heeft op 10 september een motie van D66 en VVD aangenomen waarin aandacht gevraagd wordt voor interim opdrachten die langer dan een jaar kunnen duren met een tarief van boven de € 75,- per uur. Met de aangenomen motie roept het kabinet op om aandacht te hebben voor het feit dat complexe opdrachten vaak langer duren dan een jaar. Minister Koolmees gaf bij het indienen van de motie aan niet erg enthousiast te zijn over een verruiming van de termijn van 1 jaar.

    Ook voor vervangingen in de gezondheidszorg is een duur van 1 jaar beperkend. Dit is een eerste ontwikkeling op de duur van overeenkomsten. De LHV blijft de ontwikkelingen hierop volgen.

    23 augustus 2019

    Gesprek met Martin Flier, ambtenaar SZW (Directeur Arbeidsverhoudingen)

    De LHV zat aan tafel met de verantwoordelijke ambtenaar (directeur arbeidsverhoudingen) op het DBA dossier. We zijn daar geïnformeerd over de huidige stand van zaken en hebben (opnieuw) onze zorgen geuit.

    Heel kort samengevat is er meer reden om aan te nemen dat de bestaande flexibele schil rond de praktijk kan blijven bestaan. Duidelijk werd dat men erop inzet dat het huidige systeem met de modelovereenkomsten gewoon kan blijven bestaan. Dit naast de (nieuwe) webmodule (opdrachtgeversverklaring). Wel blijven er zorgen over de opdrachten langer dan een jaar. Daar kreeg de LHV in het gesprek niet meer duidelijkheid over.

    27 juni 2019

    Update Wet DBA: Handhaving uitgesteld tot 2021, scherpe randjes voor tijdelijke waarneming eraf

    Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft een zogenaamde “voortgangsbrief” gepubliceerd. In die brief laat hij weten wat de voortgang is met betrekking tot de vervanging van de Wet DBA. Uit de brief komt naar voren dat het Kabinet in 2021 met nieuwe wetgeving voor zzp’ers komt. Deze wetgeving wordt ook van toepassing op zelfstandig werkende zorgprofessionals zoals waarnemend huisartsen. Praktijkhouders die met waarnemers werken, krijgen er ook mee te maken.

    De contouren van de nieuwe regelgeving waren al wel bekend, hierover hebben wij u eerder al geïnformeerd. Maar de schets wordt nu al wel wat concreter. Wij schetsen de belangrijkste voornemens en de praktische gevolgen in ons nieuwsbericht, wat u hier kunt lezen.

    Verder staat in de voortgangsbrief dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen verplicht gaat worden.

    12 februari 2019

    Opvolger wet DBA vraagt om zorgspecifieke invulling

    Het Kabinet komt waarschijnlijk in 2020 met nieuwe wetgeving voor zzp’ers. Deze wetgeving wordt ook van toepassing op zelfstandig werkende zorgprofessionals zoals waarnemend huisartsen. Praktijkhouders die met waarnemers werken, krijgen er ook mee te maken. De LHV is samen met andere zorgorganisaties bezorgd dat zorgspecifieke punten onvoldoende worden meegenomen in het nieuwe wetsvoorstel met negatieve gevolgen voor de gezondheidszorg. Lees verder.

    27 juni 2018

    Wet DBA: betrek zorg bij vormgeven nieuwe wet

    Om te bereiken dat de bijzondere positie van zzp'ers in de zorg meer aandacht krijgt, heeft de LHV samen met de KNMT, Federatie Medisch Specialisten en VvAA een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. De beroepsorganisaties willen betrokken worden bij het vormgeven van de nieuwe zzp-wet. Lees verder.

    14 juni 2017

    Invoering wet DBA verder uitgesteld

    De overgangsperiode voor de invoering van de wet DBA als opvolger van de VAR wordt opnieuw verlengd. De overgangsperiode liep tot 1 januari 2018, nu is dat tot 1 juli 2018. Dat heeft voor u als huisarts geen gevolgen. Lees verder.

    6 april 2017

    Wet DBA: maak geen nieuwe regels die inzet waarnemers belemmert 

    De LHV waarschuwt de overheid voor het ontwerpen van nieuwe regels die de duur van waarneemcontracten beperken. De mogelijkheid om voor kortere of langere periode een waarnemer in te zetten is belangrijk voor de continuïteit en kwaliteit van patiëntenzorg. Zowel praktijkhouders als waarnemers zijn gebaat bij flexibiliteit. Lees verder.

    2 februari 2017

    Waarneemcontracten LHV: nu ook voor apotheekhoudende praktijk

    De LHV-generator voor waarneemcontracten biedt nu ook de mogelijkheid om contracten op te stellen voor waarnemingen van het apotheekdeel in een apotheekhoudende praktijk. Met de generator stelt u binnen enkele minuten een kant-en-klare overeenkomst op voor duurwaarnemingen en incidentele waarnemingen. Lees verder.

    22 november 2016

    Overgangsperiode voor invoering modelcontract verlengd

    De overgangsperiode voor de invoering van het nieuwe modelcontract als opvolger van de VAR wordt verlengd. De overgangsperiode van de VAR naar de wet DBA duurt niet tot 1 mei 2017 zoals aanvankelijk de bedoeling was, maar tot 1 januari 2018. Lees verder.

    2 februari 2016

    VAR verdwijnt definitief

    De Eerste kamer heeft besloten dat de VAR vanaf 1 mei 2016 definitief wordt vervangen door het modelcontract voor freelancers en zzp'ers. Dat heeft de Eerste Kamer besloten. Tussen 1 mei 2016 en 1 mei 2017 zal een overgangsperiode gelden, die praktijkhouders en waarnemers de tijd geeft hun werkwijze aan te passen aan de nieuwe wet. Lees verder.

Stel uw vraag

David Renkema

David Renkema

085 04 80 076