Beroep LHV en VPH tegen NZa-tariefbeschikking voor de rechter

 
Beroep LHV en VPH tegen NZa-tariefbeschikking voor de rechter
Op donderdag 22 september diende het beroep van de LHV en de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) tegen de NZa-tariefbeschikking. De rechter heeft tijdens de zitting aangegeven binnen 6 weken met een uitspraak te willen komen. In dit bericht leest u waarom de gang naar de rechter ook alweer nodig was.

LHV en VPH stelden in mei 2016 samen beroep in tegen de NZa-tariefbeschikking, omdat wij vinden dat de NZa met de nieuwe tariefbeschikking over 2015 en 2016 geen recht doet aan de eerdere uitspraak van het CBbCBb.

Ook zonder contract

In die uitspraak staat dat huisartsen ook zonder contract bepaalde zorgprestaties moet kunnen leveren tegen een redelijke vergoeding. In de nieuwe tariefbeschikking biedt de NZa wel alternatieve declaratiemogelijkheden aan, maar dit is te weinig vinden wij. Met name in segment 2 en 3 biedt de NZa onvoldoende alternatieven voor huisartsen zonder overeenkomst en wordt er onvoldoende invulling gegeven aan de uitspraak van de rechter.

Kwaliteitseisen niet in tariefbeschikking

Waar de LHV en VPH het bovendien fundamenteel mee oneens zijn, is dat de NZa via de tariefbeschikking bepaalt welke zorg huisartsen moeten bieden en welke kwaliteitseisen van toepassing zijn. Bijvoorbeeld door de bepaling dat de inschrijftarieven voor dagzorg alleen gedeclareerd kunnen worden als de zorg gedurende de ANW-uren gewaarborgd is. Dit soort bepalingen horen niet thuis in de tariefbeschikking.