Voor en door huisartsen
 

Dreigende aanpassing meldcode helpt kind in nood niet

 
 
Dreigende aanpassing meldcode helpt kind in nood niet
Een meldplicht voor artsen bij een vermoeden van kindermishandeling komt akelig dichtbij. De KNMG is ontzet in de media te lezen dat VVD en PvdA middels een coalitieafspraak de meldcode kindermishandeling willen aanpassen, zodat een verkapte meldplicht werkelijkheid wordt. Dit heeft een averechts effect op de aanpak van kindermishandeling.

De VVD presenteerde maandag 16 november een initiatiefnota om de aanpak van kindermishandeling te verbeteren. Een van hun voorstellen is het invoeren van een meldplicht, omdat de partij vindt dat de huidige wettelijk verplichte meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling niet goed werkt. Zij willen minder vrijblijvendheid ten aanzien van het melden door professionals. Dit kan door stap 5 (beslissen over zelf hulp organiseren óf melden) van de verplichte meldcode aan te passen.

Niet anoniem

Maandag werd in de Tweede Kamer over de aanpak van kindermishandeling gesproken. Tijdens dit debat bleek dat de PvdA het voorstel van de VVD steunt. Onder het mom van ‘beter delen van informatie door zorgverleners en andere professionals’ wordt voorgesteld om altijd Veilig Thuis bij stap 5 te betrekken. Dit betekent dat de professionals de naam van kind en gezin moeten doorgeven aan Veilig Thuis. Dit gebeurt dus niet anoniem, waardoor sprake is van een registratieplicht.

Vertrouwensband onder druk

Het direct registreren van de naam van het kind en het gezin zet de vertrouwensband tussen arts, kind en ouders, zwaar onder druk. Hiermee wordt de registratieplicht een verkapte meldplicht omdat de arts gedwongen wordt zijn beroepsgeheim te doorbreken en een gezin 'door te geven' aan Veilig Thuis. De arts moet de ouders informeren dat er een registratie bij Veilig Thuis plaatsvindt, waardoor het etiket 'kindermishandeling' op het kind en het gezin wordt geplakt.

Belangrijkste bezwaren meldplicht

  • Zorgmijden door aantasting vertrouwensrelatie
    Het kind staat altijd centraal, maar hierbij mag niet vergeten worden dat juist ook hulp aan de ouders essentieel om de kindermishandeling te stoppen (denk aan middelenmisbruik, financiële problematiek en dergelijke). Ouders zullen zorg gaan mijden uit angst voor een registratie/melding. Het vroegtijdig signaleren van problemen en inschakelen van hulp zal daardoor niet meer plaats vinden.
  • Stuwmeer aan meldingen
    Ook zullen veel artsen voor de zekerheid gaan melden. Dit zal leiden tot een lawine aan zeer diverse meldingen/registraties die allemaal de aandacht vragen van Veilig Thuis. Veilig Thuis krijgt, met toch al onvoldoende capaciteit, de onmogelijke taak om te schiften. Het grootste deel van de kinderen in nood komt hierdoor niet beter in beeld, maar verdwijnt juist onder de radar.
  • Meer ongegronde meldingen
    Uit ervaringen in landen waar de meldplicht is ingevoerd, blijkt dat het aantal ongegronde meldingen vele malen hoger ligt dat het aantal gegronde meldingen (respectievelijk 60 procent versus 20 tot 40 procent). In landen waar geen meldplicht is ingevoerd, zien we juist het omgekeerde.
  • Meer meldingen betekent geen betere aanpak van kindermishandeling
    Ongeveer 40 procent van de meldingen bij Veilig Thuis bestaat uit hermeldingen (Polak et al 2013). Ook blijkt uit onderzoek dat een meldplicht de kwaliteit van die meldingen niet ten goede komt.

Waarde KNMG-meldcode

De huidige verplichte meldcode is zeker niet vrijblijvend. De meldcode dwingt de arts tot actie. We zijn dan ook van mening dat een aanpassing van de meldcode onnodig en overbodig is. Wel blijft de KNMG pleiten voor het intensiveren van het werken met de KNM- meldcode.

In september 2015 heeft de artsencoalitie het actieplan gelanceerd, waarin huisartsen en jeugdartsen samen met kinderartsen en vertrouwensartsen van Veilig Thuis een betere implementatie van de KNMG-meldcode vormgeven. Deze aanpak is veel effectiever voor de hulp aan het kind dan een verplichte registratie/melding.

Meer informatie