Voor en door huisartsen
 

EPD: snelle invoering Waarneemdossier Huisartsen niet reëel

 
 
Een snelle invoering van het Waarneemdossier Huisartsen, het eerste onderdeel van 'het EPD', is niet reëel. Dit heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging benadrukt tijdens de Expertmeeting in de Eerste Kamer over het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). De LHV was uitgenodigd om aan 2 van de 4 gesprekrondes deel te nemen.

De Eerste Kamer heeft zich op woensdag 9 december 2009 tijdens een Expertmeeting van vier gesprekronden uitgebreid laten informeren over de pro's en contra's van het Elektronisch Patiënten Dossier en de zin van wetgeving. Vice-voorzitter Paul Habets heeft uitgebreid toegelicht welke bedenkingen huisartsen hebben bij het tijdspad, het doel en de gekozen landelijke scoop.

Tijdspad
Bij de Eerste Kamer lijkt er veel twijfel te bestaan over het te behalen doel van invoering van de Wet op het EPD. De Kamer heeft hiervoor een zorgvuldig tijdspad uitgezet en gunt zichzelf de tijd voor de wetsbehandeling. Die kan vele maanden duren.

Groter draagvlak vereist
De Eerste Kamer stelde veel fundamentele en kritische vragen aan alle deelnemers. Ook hier bleek hoezeer het 'EPD' een containerbegrip is dat tot veel verwarring leidt en vragen oproept. Allereerst is een groter draagvlak vereist. Dat vraagt om beperking van onderwerp, gebied en temporisering
Volgens de LHV is draagvlak bij zowel patiënt als zorgverlener cruciaal om te komen tot een goede elektronische uitwisseling van medische gegevens. In dat draagvlak moet het komende jaar daarom eerst volop worden geïnvesteerd.

Naar het oordeel van de LHV vraagt die aanpak allereerst om:

  • Helderheid over wat onder EPD wordt verstaan
    Het gaat in deze fase slechts over het Waarneem Dossier Huisartsen (WDH) en het Elektronisch Medicatiedossier en dus niet over een breed en landelijk alomvattend EPD.
  • Duidelijkheid over waar het deze twee onderdelen toe dient
    Wat wordt er nu verwacht van de elektronische uitwisseling van deze specifieke medische gegevens?
  • Duidelijkheid over waar het deze twee onderdelen toe dient
    Wat wordt er nu verwacht van de elektronische uitwisseling van deze specifieke medische gegevens?
  • Beperking van de schaalgrootte
    Een systeem waarbij in aanvang de patiënt bewust toestemming verleent tot gebruik medische gegevens aan een specifieke huisartsengroep en HAP (95% van de zorg is immers regionaal) zal het vertrouwen sterk kunnen bevorderen met daarnaast een noodprocedure voor de andere meer zeldzame zorgmomenten buiten het eigen gebied.

Wet moet sluitstuk zijn en geen startpunt
Het wetsvoorstel moet een sluitstuk zijn en geen startpunt van deze excercitie. De LHV acht een wetsmoratorium van enkele jaren zinvol. Dit biedt veld en overheid de mogelijkheid om gecontroleerd en bottom-up te starten met het beproeven van aansluiting op het LSP, samen met patiëntenorganisaties en het CBP.

Bestaande infrastructuren
Zolang de Landelijke infrastructuur niet in staat is tot het gericht verzenden van medische infomatie, zoals dat al jaren voor 95% van de informatievoorziening het geval is, dienen de bestaande landelijke (edifact) en regionale (OZIS) infrastructuren in stand te blijven.

Middelen
Ook heeft de LHV aangegeven dat de beschikbare middelen de realiteit van de ambities bepaalt. De aansluitsubsidie is inmiddels met jaar verlengd.