Voor en door huisartsen
 

Gevolgen wijzigingen kleine ondernemersregeling op kostenmaatschappen

 
 
Gevolgen wijzigingen kleine ondernemersregeling op kostenmaatschappen
Per 1 januari 2020 wijzigt de kleine ondernemersregeling in de omzetbelasting. In dit bericht leest u wat de consequenties zijn als u uw praktijkkosten deelt met collega’s via een kostenmaatschap. En let op: mogelijk moet u voor 1 november al stappen ondernemen richting de belastingdienst.

In het bericht Heeft uw praktijk voordeel van de veranderde regeling voor de btw? vertelden wij u al eerder over de wijzigingen in de Kleine Ondernemersregeling. 

Zoals aangegeven in dat bericht informeren we u nu nader over de mogelijke consequenties, als u uw praktijkkosten deelt met collega’s via een kostenmaatschap.  

Wat wijzigt er?

Vanaf 1 januari 2020 wordt er voor de toepassing van de regeling niet meer gekeken naar de per saldo verschuldigde omzetbelasting zoals nu het geval is, maar is de grootte van de behaalde omzet leidend. 

Voor kostenmaatschappen valt onder omzet tevens het doorbelasten van kosten. Ondernemers met meer dan € 20.000 omzet kunnen niet langer opteren voor de kleine ondernemersregeling. Wanneer binnen een kostenmaatschap derhalve meer dan € 20.000 aan kosten wordt gedeeld, kan de kostenmaatschap niet meer in aanmerking komen voor de kleine ondernemersregeling.

Wat gaat dit voor u c.q. uw kostenmaatschap betekenen?

Een voorbeeld ter illustratie

Huidige situatie:
U bent praktijkhouder en deelt met collega huisartsen op jaarbasis meer dan € 20.000 aan kosten. Voor het delen van deze praktijkkosten (geen personeelskosten) maakt u overeenkomstig het LHV – advies bij kostendeling gebruik van een kostenmaatschap die ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Het doorbelasten van kosten door de kostenmaatschap wordt gezien als een belaste prestatie voor de omzetbelasting. Daar tegenover staat dat de omzetbelasting op gemaakte kosten door de kostenmaatschap terug mag worden gevraagd.

In de meeste gevallen valt de per saldo verschuldigde omzetbelasting daardoor op dit moment structureel binnen de kleine ondernemersregeling en hebben kostenmaatschappen daarom veelal (overeenkomstig LHV-advies bij het delen van praktijkkosten) geopteerd voor ontheffing van administratieve verplichtingen voor de omzetbelasting. Deze ontheffing zorgt ervoor dat uw kostenmaatschap niet periodiek aangifte omzetbelasting hoeft te doen. Een gevolg van deze ontheffing is dat u geen omzetbelasting in rekening mag brengen maar ook geen omzetbelasting mag terugvorderen. In uw financiële administratie speelt BTW dus geen enkele rol.

Nieuwe situatie:
Aangezien u op jaarbasis voor meer dan € 20.000 aan kosten doorbelast binnen een kostenmaatschap, kan de kostenmaatschap vanaf 1 januari 2020 niet meer opteren voor de kleine ondernemersregeling en ontheffing van administratieve verplichtingen. Dit heeft voor uw kostenmaatschap directe gevolgen.

Welke stappen moet u nemen? We beschrijven 3 verschillende uitgangspunten:

1. Kostenmaatschap ingeschreven bij KvK en kostendeling > € 20.0000

Wanneer u met uw kostenmaatschap op jaarbasis meer dan € 20.000 aan kosten maakt én ingeschreven staat bij de kamer van koophandel, raden wij u aan contact op te nemen met u accountant/adviseur. U of uw adviseur moet de belastingdienst voor 1 november a.s. informeren dat uw kostenmaatschap niet langer kan opteren voor de kleine ondernemersregeling en verzoeken om periodiek een aangifte omzetbelasting uit te reiken.

Omdat de kostenmaatschap de kosten zonder winstopslag doorbelast/factureert aan haar deelnemers is de te betalen omzetbelasting in de meeste gevallen even hoog als de terug te vragen omzetbelasting. De af te dragen omzetbelasting voor de kostenmaatschap is in veel gevallen nihil en blijft daarmee onder de grens van € 1.883. In dat geval kunt u de belastingdienst verzoeken een jaaraangifte omzetbelasting uit te reiken. Zo wordt uw kostenmaatschap zo min mogelijk belast met periodieke administratieve verplichtingen.

De jaaraangifte omzetbelasting dient uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het aangiftejaar te zijn ingediend. Dit houdt in de praktijk in dat u binnen 3 maanden na 31 december de administratie van de kostenmaatschap op orde moet hebben en de kosten aan de deelnemers moeten zijn doorbelast/gefactureerd.

Uit de financiële administratie van de kostenmaatschap moet duidelijk worden welke omzetbelasting de kostenmaatschap te vorderen heeft en welke omzetbelasting de kostenmaatschap moet afdragen. Ook al is dit (zoals vaak) per saldo nihil. Als uw omzet belast is met verschillende btw-tarieven, moet u deze per btw-tarief administreren.

2. Kostenmaatschap ingeschreven bij KvK en kostendeling < € 20.0000

Wanneer u als kostenmaatschap als onderneming ingeschreven staat bij de kamer van koophandel en minder dan € 20.000 aan kosten deelt, dan komt u wél in aanmerking voor toepassing van de kleine ondernemersregeling. Wanneer uw kostenmaatschap ook nu, onder de huidige regels, heeft geopteerd voor toepassing van de kleine ondernemersregeling, hoeft u niets te doen. De belastingdienst gaat er in deze situatie automatisch vanuit dat u onder de nieuwe regels ook onder de kleine ondernemersregeling valt.

3. Kostenmaatschap niet ingeschreven bij de KvK

Het advies dat de LHV geeft aan de leden bij kostendeling is dat de kostenmaatschap wordt ingeschreven bij de kamer van koophandel. Wij adviseren u om met uw eigen belastingadviseur te overleggen over de wijziging kleine ondernemersregeling als uw kostenmaatschap niet bij de kamer van koophandel staat ingeschreven.

Wij beseffen dat de wijziging van de kleine ondernemersregeling voor kostenmaatschappen meer administratieve lasten mee gaat brengen. Twijfelt u of uw kostenmaatschap wel of niet in aanmerking komt voor de kleine ondernemersregeling? Overleg dan met uw accountant of adviseur.