Voor en door huisartsen
 

Huisarts vangnet voor patiënten met psychische problemen

 
 
Huisartsen pakken de gevolgen van de transitie in de geestelijke gezondheidszorg voortvarend aan. Dat is een van de conclusies uit de tweede GGZ-peiling van de LHV, die door 1050 huisartsen is ingevuld. 72 procent van de respondenten werkt inmiddels samen met een praktijkondersteuner GGZ, 10 procent meer dan vorig jaar. De verwijsmogelijkheden in de GGZ zijn volgens de respondenten ingrijpend verminderd. LHV-magazine De Dokter brengt alle resultaten.

Het nieuwe GGZ-systeem draait sinds kort, huisartsen zijn vanzelfsprekend waakzaam opdat de patiënten adequaat worden geholpen. In de zomer van 2013 hield de LHV een nulmeting onder haar leden, in maart-april 2014 een tweede peiling. De peilingen - eind dit jaar volgt de derde - zijn bedoeld om de gevolgen van de transitie GGZ in kaart te brengen en signalen in een vroeg stadium op te pikken.

Resultaten tweede ledenpeiling

De peiling laat zien dat het aantal mensen met psychische problemen dat bij de huisarts komt, toeneemt en dat de psychische klachten vaker van complexere aard zijn. LHV-bestuurder Geert-Jan van Loenen vindt deze beweging op zichzelf niet erg omdat de huisarts de vertrouwensarts en poortwachter is, ook voor de GGZ. "De huisarts en de POH-GGZ kunnen een goede poortwachtersfunctie vervullen als de capaciteit in de basis GGZ en gespecialiseerde GGZ voldoende is. Goede verwijsmogelijkheden dus én geen wachtlijsten, zodat de patiënt snel en op de goede plek wordt behandeld."

Minder verwijsmogelijkheden

Van de respondenten zegt 68 procent minder verwijsmogelijkheden naar de generalistische basis GGZ te ervaren, dat is een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Van Loenen vermoedt dat in deze uitkomst het schrappen van vergoedingen een rol speelt. "Als er nu geen sprake van een stoornis is of een vermoeden daarvan, moet de patiënt de psycholoog zelf betalen. Veel huisartsen merken dat deze patiënten dan toch afzien van deze hulp, zeker de mensen die het niet breed hebben. We moeten daarom blijven monitoren of we kwalitatief hetzelfde resultaat bereiken als voorheen." Voor de verwijzing naar de gespecialiseerde GGZ geeft 65 procent aan minder mogelijkheden te hebben. Van Loenen: "De huisarts kent mensen vaak het best en kan veel zorg overnemen, maar als het mis dreigt te gaan moeten wij wel kunnen doorverwijzen. Onbehandelde psychische problemen zullen verergeren, waardoor uiteindelijk nog zwaardere en dus duurdere zorg nodig is. "

Menskracht

"Belangrijk is dat de huisarts zoveel mogelijk ondersteuning krijgt in de vorm van menskracht", zegt Van Loenen. De LHV ziet dat zorgverzekeraars nu allerlei aanvullende eisen stellen aan de extra uren die de huisarts krijgt voor de POH-GGZ, huisartsen moeten het besteden aan e-health of aan consultatiegesprekken bij de psychiater. "Dit mag niet ten koste gaan van extra formatie, want GGZ-problematiek vraagt juist om gesprekstijd."