Voor en door huisartsen
 

Huisartsen bezorgd over wachtlijsten en privacy jeugdzorg

 
 
Jeugdzorg in huisartsenpraktijk
Ruim een half jaar na de overgang van de jeugdzorg naar de gemeenten constateren huisartsen problemen in de toegankelijkheid van de zorg. Met name de jeugd-ggz kampt nog met lange wachtlijsten. Tevens zijn er zorgen over het functioneren van de wijkteams en de omgang met gevoelige informatie. Dit zijn de voornaamste resultaten van een peiling van de LHV, waaraan ongeveer 1000 huisartsen uit het hele land deelnamen.

Sinds 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie en inkoop van alle vormen van jeugdzorg. Huisartsen komen op verschillende manieren in aanraking met de jeugdzorg die de gemeente heeft geregeld. Uit onze enquête blijkt dat ze daarbij tegen verschillende problemen aanlopen.

Toegang

Ten eerste signaleren huisartsen problemen met de beschikbaarheid van jeugd-ggz. 44 procent van de huisartsen zegt dat hun patiënten op lange wachtlijsten (meer dan een maand wachttijd) belanden wanneer ze worden verwezen naar jeugd-ggz. 14 procent ziet wel wachttijden, maar korter (minder dan een maand). Dit bevestigt het beeld dat eerder door GGZ Nederland is geschetst. De LHV vindt het zorgelijk dat kinderen hierdoor soms lang op de benodigde zorg moeten wachten.

Privacy

Al eerder heeft de LHV zich uitgesproken over de omgang van gemeentes met jeugdzorggegevens. Wij maken ons zorgen over de manier waarop gegevens worden opgevraagd, verwerkt en door wie ze worden ingezien. Onze peiling bevestigt de geluiden die we eerder van huisartsen ontvingen. Zij maken zich zorgen over de privacy van hun jonge patiënten, vanwege de omgang met gevoelige informatie door zowel gemeenteambtenaren als zorgverleners in de wijkteams. Huisartsen houden zich aan de strikte KNMG-regels omtrent het medisch beroepsgeheim. Wij constateren bij gemeenten nog grote onbekendheid met deze regels en veilige methodes om gegevens uit te wisselen en op te slaan.

Onbekend maakt onbemind

Daarnaast is er vaak onvoldoende contact tussen huisartsen en de gemeentelijke toegangspoort (wijkteam, Centrum voor Jeugd en Gezin, en dergelijke). Tweederde van de huisartsen heeft direct of indirect contact gehad met de gemeente over jeugdzorg, maar in veel gevallen (42 procent) zijn er geen duidelijke afspraken met de wijkteams. Waar die afspraken er wel zijn (45 procent), wordt daar vaak niet naar gehandeld (60 procent van die 45 procent). Daardoor weten huisartsen vaak niet hoe het wijkteam is samengesteld, krijgen ze geen terugkoppeling over patiënten en weten ze niet hoe wordt omgegaan met privacygevoelige informatie. Dat leidt ertoe dat meer dan de helft van de huisartsen aangeeft geen vertrouwen te hebben in de wijkteams.

Goede lokale voorbeelden

Doordat bij deze transitie de zorg nu lokaal of regionaal wordt georganiseerd, zijn er uiteraard flinke verschillen. Die zijn ook in de enquêteresultaten van de LHV terug te zien. De mate waarin er contact is tussen gemeenten en huisartsen loopt zeer uiteen. In algemene zin zien we dat meer contact, meer informatie vanuit gemeenten naar huisartsen over hoe ze de zorg hebben georganiseerd en heldere afspraken tussen huisartsen en wijkteams samenhangen en het vertrouwen bevorderen.

Samenwerken voor verbetering

De LHV gaat met de vertegenwoordigers van gemeenten, ggz en jeugdzorg in gesprek over onze zorgen en hoe we kunnen zorgen voor betere samenwerking tussen zorgverleners en gemeenten, meer kennis over elkaars positie en meer zorgvuldige omgang met gevoelige informatie, in het belang van deze kwetsbare groep patiënten.

Meer informatie

BijlageGrootte
PDF-pictogram Rapport LHV-peiling jeugdzorg 2015389.29 KB