Voor en door huisartsen
 

Huisartsen: Kwetsbare patiënt verdient meer zorg en aandacht

 
 
Huisartsen: Kwetsbare patiënt verdient meer zorg en aandacht
Ouderen met een complexe zorgvraag en mensen met een verstandelijke beperking krijgen onvoldoende de zorg en aandacht die zij verdienen. Dat is een van de conclusies uit de LHV-ledenpeiling over de hervorming van de langdurige zorg, die door 1360 huisartsen is ingevuld.

Uit de ledenpeiling blijkt dat huisartsen te weinig tijd en mogelijkheden hebben om kwetsbare thuiswonende patiënten met een zware zorgvraag voldoende zorg te kunnen geven. Zij ervaren bovendien de wachttijd voor opname in een zorginstelling of kortdurende opvang als belemmering voor goede zorg in noodsituaties. 

Achtergrondvariabelen

  • N = 1360
  • 73% is praktijkhouder
  • Verdeling over solo-, duo-, groepspraktijken bijna gelijk (tussen 23-31%), gezondheidscentra 14%.
  • 59% heeft praktijk in stad, 41% op platteland
  • Verdeling respondenten over hele land: tussen 9,7% (kring Noord-Brabant Noordoost) en 21,7% (kring Friesland)

Vangnet

LHV-bestuurslid Geert-Jan van Loenen reageert op de uitkomsten: "Ik ben onder de indruk van de manier waarop huisartsen de verantwoordelijkheid voor kwetsbare patiënten met een complexe zorgvraag oppakken. Je ziet dat huisartsen keihard werken om deze patiëntengroep in hun praktijk op te vangen. Maar het is ook duidelijk dat de populatie veel complexer is geworden. Het doel van de Wet langdurige zorg (Wlz) is dat patiënten dicht bij huis de nodige zorg zouden krijgen, nu komt het voor dat patiënten onheus lang thuis moeten blijven wonen omdat er bijvoorbeeld geen tijdige opvang is in noodgevallen.”

Afspraken medebehandeling

Volgens 28 procent van de respondenten is de inzet van de specialist ouderengeneeskunde (SO) in hun huisartsenpraktijk geborgd voor thuiswonende oudere patiënten. De ondersteuning van een medebehandelaar is juist hard nodig voor de zorg aan kwetsbare patiënten met een zware zorgvraag. Vaak blijkt er geen SO of arts verstandelijk gehandicapten (AVG) beschikbaar te zijn of zijn er geen samenwerkingsafspraken over medebehandeling gemaakt.

Normpraktijk

De LHV brengt de resultaten van de ledenpeiling in het landelijk overleg met het ministerie van VWS, de NZa, zorgverzekeraars en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Van Loenen: "Wij zullen de omvang en zwaarte van de zorg voor kwetsbare patiënten met een complexe zorgvraag zichtbaar maken. Dan kan ook op dat niveau naar oplossingen worden gezocht. Bijvoorbeeld door de normpraktijk te verlagen, zodat huisartsen meer tijd krijgen voor minder patiënten." 

In LHV-Ledenblad De Dokter staat een uitgebreid artikel waarin kringbestuurders van huisartsenkringen Drenthe, district Rotterdam en Nijmegen e.o. de resultaten van hun regio duiden. LHV-bestuurslid Van Loenen en voorzitter van Verenso, Nienke Nieuwenhuizen, reageren op de ervaringen van huisartsen met de veranderingen in de langdurige zorg.

Resultaten ledenpeiling langdurige zorg

Download uitkomsten LHV-ledenpeiling langdurige zorg

Algemeen huidige systeem langdurige zorg

  • Op de vraag Waar loopt u het meest tegenaan? wordt door de respondenten het vaakst geantwoord:
    1. Tijdgebrek voor zorg kwetsbare patiënten
    2. Wachttijd voor opname zorginstelling (verpleeghuis)
    3. Wachttijd voor kortdurende opname
  • Voor 39 procent van de respondentenis het onduidelijk of een zorginstelling is gecontracteerd voor behandeling.
  • 76 procent heeft te maken met 2 tot 5 thuiszorgorganisaties, 21 procent met meer dan 5.

Kwetsbare patiënten

Thuiswonende ouderen (algemeen)

  • 49 procent van de respondenten werkt in de praktijk samen met een praktijkondersteuner die zich voornamelijk bezig houdt met de zorg aan kwetsbare oudere patiënten
  • 43 procent geeft aan van plan te zijn het aanbod huisartsenzorg voor deze patiëntgroep uit te breiden.

 Thuiswonende ouderen (lichte zorgvraag)

  • 92 procent van de respondenten zegt in voldoende mate zorg te kunnen bieden vanuit de huisartsenpraktijk
  • 58 procent heeft hiervoor voldoende tijd.

 Thuiswonende ouderen (zware zorgvraag)

  • 24 procent van de respondenten zegt in voldoende mate zorg te kunnen bieden vanuit de huisartsenpraktijk
  • 78 procent geeft aan hiervoor onvoldoende tijd te hebben.

 Thuiswonende verstandelijk beperkte patiënten

  • 18 procent van de respondenten zegt in voldoende mate zorg te kunnen bieden vanuit de huisartsenpraktijk
  • 58 procent geeft aan hiervoor onvoldoende tijd te hebben
  • 24 procent zegt aan te lopen tegen het ontbreken van begeleiding bij consult of visite
  • 75 procent geeft aan dat er geen samenwerking is met de AVG.

Samenwerking

Gemeente

  • 39 procent van de respondenten geeft aan dat er vaker contact is met de gemeente dan voorheen. Uit dit resultaat is niet op te maken of het ‘individueel contact’ of ‘contact via een samenwerkingsverband’ betreft.

Specialist ouderengeneeskunde (SO)

  • Inzet van de SO is in 28 procent van de praktijken geborgd voor thuiswonende oudere patiënten 
  • 4 procent van de respondenten geeft aan dat de SO het hoofdbehandelaarschap heeft overgenomen voor thuiswonende oudere patiënten met een zware zorgvraag
  • Een kleine 10 procent geeft aan dat er regionale afspraken zijn gemaakt over het hoofdbehandelaarschap van de SO
  • 32 procent zegt dat er nu vaker wordt samengewerkt met de SO.

 (Kleinschalige) woonvormen

  • 56 procent van de respondenten biedt medische zorg aan patiënten in een (kleinschalige) woonvorm
  • 65 procent daarvangeeft aan de benodigde medische zorg te kunnen bieden
  • 30 procent heeft hiervoor voldoende tijd
  • Inzet van de SO is voor 29 procent geborgd in de (kleinschalige) woonvormen
  • 72 procent geeft aan dat 7*24 uurszorg voor patiënten in een (kleinschalige) woonvorm is gegarandeerd door alle huisartsen uit de huisartsengroep én de betrokken huisartsenpost.