Voor en door huisartsen
 

Huisartsen werken 60,5 uur per fte

 
 
Huisartsen werken 60,5 uur per fte
Het NIVEL heeft een jaar lang met sms’jes de werktijd van huisartsen gemeten. Huisartsen blijken gemiddeld 44 uur per week te werken. Zelfstandig gevestigde huisartsen werken gemiddeld 60,5 uur per fte. Iets meer dan de helft van de werktijd (56 procent) besteden huisartsen aan direct patiëntgebonden uren, ongeveer een kwart (26 procent) aan indirect patiëntgebonden activiteiten en bijna eenvijfde (18 procent) aan niet-patiëntgebonden activiteiten. LHV-bestuurslid Geert-Jan van Loenen reageert: ‘Wij blijven ernaar streven om de tijd voor patiëntgebonden activiteiten uit te breiden’.

In het onderzoek - uitgevoerd in opdracht van het Capaciteitsorgaan - is de werktijd gemeten door 1051 huisartsen een week lang tot acht keer per dag (in totaal 61.000 tijdsmetingen) per sms te vragen: ‘Wat doet u nu?’ Ze konden antwoorden dat ze niet werkten, bezig waren met of voor een patiënt, of met een niet-patiëntgebonden activiteit. Op die manier is het totale aantal uren gemeten dat huisartsen besteden aan direct-, indirect- en niet-patiëntgebonden activiteiten.

Zelfstandig gevestigde huisartsen werken gemiddeld 60,5 uur per fte. Zelfstandig gevestigde mannen werken 59,1 uur per fte en zelfstandig gevestigde vrouwen 63,3 uur. Vrouwelijke zelfstandig gevestigde huisartsen werken dus ongeveer 4 uur per fte meer dan hun mannelijke collega’s. Gemiddeld werken mannelijke huisartsen overigens 0,83 fte en vrouwelijke huisartsen 0,64 fte. Huisartsen in dienst van een andere huisarts (hidha's) werken gemiddeld 49,9 uur per fte, dat is ongeveer 11 uur per fte minder dan de zelfstandig gevestigde huisartsen. Waarnemers werken gemiddeld 45,3 uur per fte.

Het Capaciteitsorgaan concludeert in Medisch Contact dat uit het onderzoek blijkt dat het instroomadvies uit 2013 van 698 aiossen vanaf 2015 naar beneden kan worden bijgesteld naar 664. Hidha’s en waarnemers blijken namelijk meer uren te werken dan werd aangenomen. Minister Schippers (VWS) wil juist meer huisartsen opleiden dan geadviseerd (750).

LHV-bestuurslid Geert-Jan van Loenen zegt in reactie dat het onderzoek eens te meer laat zien hoe hard er door huisartsen wordt gewerkt. ‘Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 zijn huisartsen 16 miljoen consulten per jaar meer gaan doen. En met de grote transities in de GGZ, jeugd- en ouderenzorg krijgt de huisarts er nóg meer taken bij.’ De LHV vindt het daarom toch goed dat de minister meer huisartsen laat opleiden dan geadviseerd en al een begin heeft gemaakt met het verkleinen van de normpraktijk. Van Loenen: ‘Wij blijven ernaar streven om de tijd voor patiëntgebonden activiteiten uit te breiden. Vooral het verminderen van de administratieve lasten voor huisartsen kan verschil maken.’