IGZ: Overdracht patiëntgegevens moet beter

 
De overdracht van patiëntengegevens van het ziekenhuis naar de huisarts is nog te vaak niet tijdig en incompleet. Hierdoor kan de continuïteit van zorg in het geding raken en kunnen patiënten onnodig risico’s lopen. Juist omdat patiënten korter in het ziekenhuis verblijven, thuis herstellen en daarom complexe zorg nodig hebben. Dat is de conclusie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die op 18 juni 2015 het rapport ‘Continuïteit van zorg voor kwetsbare ouderen vanuit het ziekenhuis naar verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg en huisartsen niet gewaarborgd’ presenteerde.

Volgens de IGZ zijn de afgelopen jaren zijn veel inspanningen verricht om de overdracht van patiëntgegevens tussen diverse zorginstellingen te verbeteren. Desondanks is er nog veel verbetering mogelijk. De Inspectie wil daarbij speciale aandacht voor kwetsbare ouderen.

Verbetering

LHV en NHG zien in de onderzoeksuitkomsten kansen voor verbetering. Zo streven zij ernaar om met de andere veldpartijen een standaard te ontwikkelen voor medische, verpleegkundige en medicatieoverdracht. LHV en NHG willen bij het verbeteren van overdracht geen onderscheid maken tussen patiëntgroepen; elke overdracht moet goed zijn.

Om de overdracht van gegevens tussen ziekenhuizen en huisartsen te verbeteren, starten het NHG en de Federatie Medisch Specialisten de herziening van de NHG-richtlijn ‘Informatie-uitwisseling tussen Huisarts en Specialist bij verwijzingen (HASP)’. Hierbij wordt gefocust op een drietal thema’s: de kwalitatieve aspecten van de verwijzing, de tijdigheid van de terugverwijzing uit het ziekenhuis en de implementatie van de richtlijn in met name de tweede lijn. Ook zal de in ontwikkeling zijnde richtlijn Polyfarmacie van de Federatie en het NHG stil staan bij de overdracht van gegevens.

Handhaving

De IGZ kondigt een aantal maatregelen aan voor instellingen en zorgverleners die bij de overdracht van zorg voor kwetsbare ouderen betrokken zijn. Zo moeten huisartsen beoordelen of zij de juiste zorgverlener zijn voor de overdracht (en bijvoorbeeld niet de specialist ouderengeneeskunde) en het ziekenhuis daarvan op de hoogte stellen als dat niet zo is. Ook is de huisarts verplicht om actief ontbrekende patiëntgegevens op te vragen als deze niet binnen 24 uur overgedragen zijn. Daarvoor is het uiteraard wel voorwaarde dat huisartsen een ontslagbericht ontvangen.

De in het kader van het onderzoek bezochte zorgverleners hebben overigens van de IGZ al maatregelen opgelegd gekregen, waaronder een verplichte risicoanalyse van het overdrachtsproces en regionale afspraken.

Thematisch toezicht

In maart 2014 startte de IGZ een onderzoek naar de overdracht van patiëntgegevens van kwetsbare ouderen tussen ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingshuis en huisarts. In het kader hiervan onderzocht de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de overdrachtsgegevens van enkele honderden patiënten in Nederland en bezocht - naast ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorginstellingen - ongeveer 150 tot 250 huisartsen.

Beroepsgeheim en privacy

Veel van de ruim 150 benaderde huisartsen in tien regio’s meldden destijds bij de LHV moeite te hebben het openstellen van hun dossiers. LHV en KNMG trokken aan de bel bij de IGZ, waarop deze weliswaar besloot het onderzoek tijdelijk stop te zetten maar niet inging op het voorstel dat huisartsen zelf toestemming aan hun patiënten zouden vragen. In april 2014 hervatte de IGZ het onderzoek. Een onderzoekscommissie concludeerde dat de IGZ bij dit specifieke thematisch onderzoek patiëntendossiers bij de huisarts mocht inkijken zonder dat de patiënt om toestemming is gevraagd. De LHV vindt dat beroepsgeheim en privacy meer bescherming verdienen.

Stel uw vragen aan de LHV

Bent u destijds bezocht in het kader van het IGZ-onderzoek en heeft u vragen over de maatregelen van de IGZ, dan kunt u contact opnemen met de LHV via 030 28 23 767.

Bekijk het volledige IGZ-rapport