Voor en door huisartsen
 

Kinderombudsman: samenwerking tussen huisarts en wijkteam onvoldoende

 
 
De samenwerking tussen huisartsen en het wijkteam is onvoldoende. Dat blijkt uit onderzoek van de Kinderombudsman, waarbij voor de derde keer de toegang tot en de kwaliteit van de jeugdhulp na de decentralisatie is onderzocht. De LHV heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dit rapport en onderschrijft de conclusie dat er nog veel verbeterd moet worden.

Samenwerking huisarts-wijkteam onvoldoende

LHV-bestuurder Geert-Jan van Loenen en drie andere huisartsen uit het veld hebben de Kinderombudsman gesproken over hun ervaringen met de jeugdhulp sinds de decentralisatie en specifiek over de wijkteams. Wijkteams zijn in veel gemeenten een belangrijke toegang tot de jeugdhulp. Uit de gesprekken met gemeenten en huisartsen blijkt echter dat de mate van samenwerking tussen wijkteams en huisartsen zeer uiteenloopt, van geen samenwerking tot intensief.

Voor een goede samenwerking is het noodzakelijk dat huisartsen op de hoogte zijn van de werkwijze van het wijkteam en het ondersteuningsaanbod van het wijkteam en de gecontracteerde aanbieders. Huisartsen worden hierover te weinig geïnformeerd door gemeenten. Veel huisartsen hebben geen zicht op de werkwijze van en de deskundigheid die in het wijkteams aanwezig is; immers het ene wijkteam is het ander niet qua samenstelling. Dit heeft als resultaat dat huisartsen (en ook andere zorgprofessionals) twijfelen aan de deskundigheid van deze wijkteams, wat de samenwerking niet ten goede komt. Zowel de LHV als individuele huisartsen wijzen echter op het belang van de verbinding tussen genezing en verzorging om kinderen zo goed mogelijk te helpen.

Informatie gemeenten onvoldoende

De Kinderombudsman erkent dat huisartsen, die een belangrijke rol spelen in de toegang tot de jeugdhulp, niet goed worden geïnformeerd over het aanbod van hulp dat een gemeente heeft ingekocht. De Kinderombudsman adviseert gemeenten dan ook om deze professionals inzicht te geven in de gecontracteerde aanbieders.

Tevreden over ontvangen hulp

Positief is dat de Kinderombudsman ziet dat er een grote tevredenheid van kinderen en hun ouders is over de ontvangen hulp en in het bijzonder de hulpverlener. Echter, het stelsel functioneert nog niet naar behoren. De Kinderombudsman vreest dat gemeenten blijven steken in de organisatorische zijde van de transitie en niet toekomen aan de gewenste inhoudelijke vernieuwing. Er moet een inhaalslag plaatsvinden om de basis op orde te krijgen en ruimte te geven aan jeugdhulpprofessionals om samen te werken en maatwerk te leveren.

Samenwerking bevorderen

Per 1 januari 2016 is het overgangsrecht, waarmee de continuïteit van de jeugdhulp in 2015 werd gewaarborgd, komen te vervallen. De Kinderombudsman verwacht daarom ook dat in 2016 meer kinderen in de jeugdhulpverlening te maken krijgen met de knelpunten van het nieuwe stelsel, nu het overgangsrecht geen bescherming meer biedt. Gemeenten zijn dus aan zet met de wijze waarop zij hun opdrachtgeverschap vormgeven, samenwerking bevorderen en informatie-uitwisseling tot stand brengen en wachtlijsten tegengaan.

Onderzoek

Deze derde deelrapportage van de Kinderombudsman geeft een beeld van de laatste maanden van 2015 en inzicht in de ontwikkelingen over het gehele jaar 2015. Centrale vraag van het onderzoek is: krijgen kinderen na de decentralisatie de zorg en hulp waar zij recht op hebben? De LHV onderschrijft de conclusies van dit rapport. Meer informatie en de volledige rapportage vindt u op de website van de Kinderombudsman.