Kortdurend verblijf in 2015 niet goed geregeld

 
Het kortdurend verblijf (bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis of palliatieve zorg in een instelling) valt tot nu toe onder de AWBZ, maar het kabinet wil dat het per 1 januari 2015 onder de Zorgverzekeringswet valt. De snelheid waarmee die overheveling moet gebeuren, levert problemen op. Zorgverzekeraars geven aan dat een tijdige inkoop van deze zorg niet mogelijk is. Huisartsen en andere partijen in de zorg vrezen dat patiënten hier de dupe van worden.

Bij kortdurend verblijf gaat het om mensen die (vaak na ontslag uit het ziekenhuis) om medische redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen en daarom voor korte tijd in een zorginstelling worden verzorgd en verpleegd. Deze kortdurende opnames voorkomen duurdere en onnodige opnames in ziekenhuizen en zijn gericht op een snelle terugkeer naar de thuissituatie.

Zorgen over voortbestaan kortdurend verblijf
De LHV onderschrijft het principe van het overhevelen van het kortdurend verblijf van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. De late besluitvorming van VWS hierover heeft er echter toe geleid dat op dit moment de meest essentiële randvoorwaarden nog ontbreken. Zorgverzekeraars stellen dat daardoor de inkoop van die zorg niet op tijd mogelijk is. Daardoor komt de beschikbaarheid van het kortdurend verblijf in gevaar. Dit heeft de LHV aangekaart in een brief aan de Tweede Kamer, samen met ActiZ (zorgondernemers), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Verenso (specialisten ouderengeneeskunde), V&VN (verpleegkundigen en verzorgenden) en Zorgverzekeraars Nederland.

Huisartsen vrezen dat zij per 1 januari 2015 hun patiënten niet meer kunnen laten opnemen voor een kortdurend verblijf, doordat er geen beschikbare plekken in zorginstellingen zullen zijn. Huisartsen zullen dan hun patiënten naar het ziekenhuis moeten verwijzen om de benodigde ondersteuning te kunnen krijgen, terwijl het kortdurend verblijf juist bedoeld is om (dure) ziekenhuisopname te voorkomen of verkorten.
Daar komt nog bij dat ook terminale zorg onder het kortdurend eerstelijnsverblijf komt te vallen. Hierdoor bestaat er grote onzekerheid bij huisartsen over adequate mogelijkheden voor stervensbegeleiding bij de meeste kwetsbare patiënten. De LHV vindt dit onacceptabel.

Tijdelijke regeling nodig
De LHV en de andere zorgpartijen roepen het kabinet op om de overheveling van het kortdurend verblijf een jaar uit te stellen. Zo komt er voldoende tijd voor de zorgverzekeraars om de beschikbaarheid en kwaliteit van deze belangrijke opvang te garanderen.

Verwijsrecht huisartsen
Tot 2013 kon de huisarts rechtstreeks iemand laten opnemen voor kortdurend verblijf. Sinds 2014 is dat niet meer mogelijk en kan de huisarts kortdurend verblijf voor zijn patiënten alleen regelen via het ziekenhuis. Dat maakt het onnodig ingewikkeld, vindt de LHV, en het komt de kwaliteit van de zorg en de zorgkosten niet ten goede. Daarom pleit de LHV voor hun terugkeer van het directe verwijsrecht van huisartsen naar het kortdurend verblijf, zodat voor de patiënt snel en efficiënt de zorg kan worden geregeld die nodig is.

Inzet van de LHV
De afgelopen maanden is de LHV herhaaldelijk in overleg geweest over dit onderwerp, in de hoop dat er een oplossing zou worden gevonden. De tijd gaat nu dringen en het signaal vanuit de zorgverzekeraars is helder. Daarom achtte de LHV het tijd voor politieke druk. Het CDA had dit onderwerp geagendeerd voor het debat over de Zorgverzekeringswet op donderdag 4 september en stelde het aan de orde bij minister Schippers. Hanke Bruins Slot (CDA) verwees daarbij naar de brandbrief van LHV et.al. Ze uitte grote zorgen over het feit dat dit nog niet geregeld is en schetste het beeld dat de huisarts straks blijft zitten met de patiënten en moet gaan rondzoeken voor een plek. De minister stelde in haar reactie dat ze snel een pragmatische oplossing zoekt. Het CDA gaf daarbij aan te vinden dat er uiterlijk 1 oktober afspraken moeten zijn gemaakt. Het debat wordt op 23 september vervolgd. Als er tussentijds een oplossing wordt gevonden, zullen wij u hierover informeren.

Zie voor meer informatie
De brief van LHV, ZN, ActiZ, NVZ, Verenso enV&VN