LHV bezorgd over medisch beroepsgeheim in Wlz

 
Vandaag en morgen (10 en 11 september 2014) debatteert de Tweede Kamer met staatssecretaris Van Rijn over de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz komt voort uit de huidige AWBZ. In de toekomst hebben alleen de meest kwetsbare mensen nog recht op passende zorg (en verblijf) vanuit de Wlz. Hoewel de LHV de uitgangspunten van de wet onderschrijft, zijn er nog enkele zorgelijke punten in het huidige wetsvoorstel. De LHV kaart dit bij kabinet en Tweede Kamer aan.

De Wet langdurige zorg (Wlz) heeft betrekking op zeer kwetsbare patiënten, die recht hebben op passende zorg (en verblijf). Het gaat dan om mensen die blijvend 24-uurszorg en permanent toezicht nodig hebben. Deze zorg kan worden geleverd in natura met verblijf of zonder verblijf, namelijk met een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of als persoonsgebonden budget.
De LHV onderschrijft het uitgangspunt van het kabinet, omdat huisartsen ervaren dat veel van hun patiënten graag thuis willen blijven wonen. Enkele zaken zijn echter nog niet goed geregeld in het wetsvoorstel Wlz. Daarbij gaat het met name om het delen van medische gegevens, de beslissing of thuis blijven wonen verantwoord is en het budget voor zorg aan mensen met een Wlz-indicatie.

Medisch beroepsgeheim
De LHV maakt zich, samen met de KNMG, grote zorgen over het delen van medische gegevens en daarmee het omzeilen van het medisch beroepsgeheim.
Het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) heeft medische informatie nodig voor het stellen van een indicatie. Zij heeft daarbij een geheimhoudingsplicht. De Wlz verplicht echter de uitwisseling van gegevens tussen uitvoerende organen, zoals gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren, CIZ en CAK. Daarmee wordt het CIZ een toegangspoort tot medische persoonsgegevens voor andere instanties. Dat is een onwenselijke situatie.

Bovendien vindt de LHV het van groot belang dat er alleen informatie wordt opgevraagd en gedeeld die nodig is om een afweging over Wlz-indicatie te kunnen maken, met behulp van gerichte schriftelijke vragen en onder vermelding van informatie die al bekend is. Het is essentieel dat een patiënt zijn zorgen in alle openheid met de huisarts kan delen en er op kan vertrouwen dat de informatie in goede handen is. De Wlz zet die vertrouwensrelatie tussen huisarts en patiënt onder druk. Er moet dus worden gegarandeerd dat alleen de benodigde gegevens mogen worden opgevraagd.
De KNMG heeft deze week, samen met patiëntenfederatie NPCF, haar zorgen hierover kenbaar gemaakt. De LHV heeft eveneens dit sentiment geuit, onder andere in een interview van bestuurslid Paulus Lips met het NOS Radio 1 Journaal eerder deze week.

De LHV pleit ervoor dat in de Wlz wordt geregeld dat:

  1. de verstrekking van medische persoonsgegevens door artsen aan het CIZ alleen mag met gerichte toestemming van de patiënt.
  2. opvragen van gegevens – conform de KNMG richtlijn gegevensuitwisseling - alleen mag met behulp van gerichte schriftelijke vragen.
  3. het CIZ de onder het medisch beroepsgeheim vallende informatie (medische persoonsgegevens) niet mag delen met andere instanties.

Alleen thuis wonen indien medisch verantwoord
Het CIZ bepaalt of iemand de mogelijkheid krijgt om de benodigde zorg thuis te ontvangen. De LHV is van mening dat daarbij niet alleen naar doelmatigheid moet worden gekeken, maar juist ook naar de specifieke aandoening en de omgeving van een patiënt. Thuis wonen moet alleen kunnen als dat op medische gronden verantwoord is. De huisarts dient hierover te worden geconsulteerd.

Budget voor huisartsenzorg ontoereikend
Staatssecretaris Van Rijn heeft aangegeven dat de regering geen apart tarief wil vaststellen voor de huisartsenzorg aan mensen met een Wlz-indicatie. Huisartsen dienen hiervoor zelf afspraken te maken met zorgverzekeraars. Van Rijn gaat er van uit dat de zorgvraag bij huisartsen zal toenemen, maar dat daarmee rekening is gehouden in het vaststellen van de budgettaire groeiruimte voor de huisartsenzorg de komende jaren (1,0% demografische groei plus 1,5% groei om substitutie van zorg op te vangen).
De minister en de staatssecretaris van VWS hebben deze groei echter al aan meerdere domeinen toebedeeld, zoals de GGZ, oncologische nazorg, preventie en jeugdzorg. De LHV stelt dat het budget onvoldoende is om aan de zorgvraag te voldoen en ziet ook dat de capaciteit (huisarts en ondersteunend personeel) ontoereikend zal zijn.
Om te zorgen dat de huisarts goede en voldoende zorg kan bieden aan deze en alle andere patiënten, is het noodzakelijk dat er meer capaciteit komt in de huisartsenpraktijk en dat de huisarts meer tijd per patiënt kan besteden. Dat betekent dat het aantal patiënten per huisarts verder omlaag moet.

Acties richting politiek
Op verscheidene momenten in (aanloop naar) het politieke proces heeft de LHV duidelijk gemaakt hoe zij tegenover het wetsvoorstel staat. Zo kaartte toenmalig voorzitter Steven van Eijck in april tijdens een rondetafelgesprek met de Vaste Kamercommissie van VWS aan dat huisartsen veel meer zeer kwetsbare patiënten in hun huisartsenpraktijk zullen krijgen. Vervolgens heeft de LHV in mei en juni input geleverd aan de Tweede Kamer voor vragen aan de staatssecretaris en minister van VWS.
In aanloop naar het Tweede Kamerdebat deze week heeft de LHV bij verschillende politieke partijen haar zorgen nogmaals onder de aandacht gebracht.

Dossier Wlz en Wmo