LHV en VPH krijgen gelijk in beroep tegen tariefbeschikking

 
LHV en VPH krijgen gelijk in beroep tegen tariefbeschikking
Het College voor Beroep van het bedrijfsleven (CBb) heeft de LHV en VPHuisartsen in het gelijk gesteld in hun beroep tegen de NZa-tariefbeschikking. De huisartsenorganisaties stelden in mei 2016 samen beroep in tegen de tariefbeschikking, omdat ze vinden dat de NZa geen recht deed aan een eerdere uitspraak van het CBb. Die stelt dat de huisarts ook zonder contract bepaalde zorgprestaties moet kunnen leveren tegen een redelijke vergoeding.

Uitspraak

Het CBb oordeelt nu dat de NZa het contractvereiste ten onrechte handhaaft voor een aantal prestaties. Het gaat daarbij om de inzet van een POH-GGZ, multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD, astma) en de module voor het achterstandsfonds.

Ander belangrijk element in de rechtszaak was de bepaling dat de inschrijftarieven voor dagzorg alleen gedeclareerd kunnen worden als de zorg gedurende de ANW-uren gewaarborgd is. LHV en VPH vinden dat dit soort bepalingen niet thuis horen in de tariefbeschikking. Ook hierin krijgen de huisartsen gelijk. Het CBb aanvaardt niet dat huisartsen automatisch geen inschrijftarieven krijgen als zij niet voldoen aan hun plicht om avond-, nacht- of weekenddiensten te organiseren. De tariefbeschikking moet hieraan worden aangepast.

Wat betekent dit voor u

  • De NZa moet een aantal aanpassingen doorvoeren in de tariefbeschikking 2015 en 2016. Zo verdwijnt het contractvereiste voor de POH-GGZ en voor de ketenzorg (DM type 2, VRM, COPD, astma). Voor de module achterstandsfondsen ligt dit anders. Hiervan heeft de rechter gezegd dat de NZa moet heroverwegen of een contractvereiste wel nodig is.
  • Voor alle prestaties in segment 3, heeft de rechter het contractvereiste in stand gehouden. De rechter vindt dat - omdat het gaat om een aanvullende beloning - de patiënt geen essentiële zorg wordt onthouden op het moment dat een huisarts geen contractafspraken heeft over segment 3.
  • Het creëren van alternatieve declaratiemogelijkheden vergt tijd en onderzoek. Die tijd krijgt de Nza van de rechter. LHV en VPH vindt dat deze wijzigingen zo snel mogelijk moeten worden opgenomen in de tariefbeschikking. We gaan op korte termijn in overleg met de NZa over hoe en wanneer deze aanpassingen worden doorgevoerd.

Achtergrond

Het volledige bericht is te lezen op www.rechtspraak.nl.

Lees meer over de achtergrond van het beroep van LHV en VPH.