Voor en door huisartsen
 

LHV: ‘Geen rol voor de huisarts bij onvrijwillige zorg’

 
 
LHV: ‘Geen rol voor de huisarts bij onvrijwillige zorg’
Op 12 juni debatteerde de Tweede Kamer met minister Hugo de Jonge (VWS) over nieuwe wetgeving voor onvrijwillige zorg. De LHV en andere zorgorganisaties hebben zich steeds verzet tegen de invoering van deze wet per 1 januari 2020. De LHV heeft de minister laten weten grote zorgen te hebben omdat nog veel onduidelijk is. Hierdoor bestaat het risico dat u verantwoordelijk wordt voor zorg die niet tot uw deskundigheidsgebied hoort.

UPDATE 13 juni - na het debat

Tijdens het debat over de aanpassingswet op 12 juni heeft minister de Jonge (VWS) gezegd dat de huisarts wel een rol heeft bij onvrijwillige zorg thuis. Dit is volgens de minister het geval als die huisarts zelf degene is die een dwangmaatregel indiceert: ‘Als dat niet zo is, ligt de verantwoordelijkheid voor de dwangmaatregel natuurlijk bij de organisatie die betrokken is bij de zorg in de ambulante situatie en die wél verantwoordelijk is voor de dwangmaatregel. Als het gaat om medische handelingen, zal de huisarts altijd betrokken zijn, want hij heeft altijd een rol te spelen als er in de thuissituatie sprake is van een maatregel. Zeker als die gaat om medische handelingen maar ook als die gaat over insluiting of beperking van de bewegingsvrijheid. De huisarts zal dan ook worden betrokken in een van de stappen van het stappenplan.’

Hiermee spreekt de minister de informatie tegen die wij tijdens eerdere gesprekken en berichten van het ministerie van VWS over de rol van de huisarts hebben gekregen. Onze zorgen zijn door deze uitspraak dan ook alleen maar groter geworden.

De minister heeft de Tweede Kamer toegezegd vóór 1 juli met een brief te komen waarin hij meer duidelijkheid geeft over de invulling van het overgangsjaar. Ook heeft hij beloofd in deze brief in te gaan op de rol en verantwoordelijkheid van de huisarts bij onvrijwillige zorg in de thuissituatie. Als LHV zullen wij het gesprek dat wij deze maand nog met de minister hebben over de Wet zorg en dwang gebruiken om duidelijk te maken dat de huisarts niet bekwaam en dus niet bevoegd is op het gebied van onvrijwillige (medische) zorg en zodoende geen rol heeft en zal nemen bij dwangzorg in de thuissituatie.

LHV-voorzitter Ella Kalsbeek: ‘Zowel de rol- en taakverdeling voor zorgverleners als de randvoorwaarden die nodig zijn om de patiëntveiligheid te borgen, zijn nog onduidelijk. Eerder is afgesproken een invoeringstermijn van anderhalf jaar te hanteren. Wij willen de minister hieraan houden, hoewel hij tot nu toe niet thuis geeft. Anders vrezen wij dat de huisarts zorg op zijn bord krijgt die niet bij de huisarts thuis hoort.’ De LHV zal huisartsen overigens altijd adviseren om geen zorg te verlenen waarvoor zij niet bekwaam zijn.

Onvrijwillige zorg voorkomen

Per 1 januari 2020 wil het ministerie van VWS de Wet zorg en dwang invoeren, die vooral gaat om ouderen met dementie en mensen met een verstandelijke beperking. De LHV is het eens met de strekking van de wet dat onvrijwillige zorg zoveel mogelijk voorkomen moet worden. De LHV pleit er echter dringend voor eerst het wet- en regelgevingsproces af te ronden en de randvoorwaarden voor een goede en veilige implementatie verder uit te werken voordat de wet wordt ingevoerd.

Zorgvuldige invoering

In de afgelopen periode hebben de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en andere veldpartijen waaronder Verenso een brief gestuurd en een aantal gesprekken gevoerd met ambtenaren en de minister van VWS over onze bezwaren:

  • Wij vinden dat de huisarts in het geval van ambulante onvrijwillige zorg nooit eindverantwoordelijk kan zijn voor de volledige medische zorg, omdat deze zorg niet tot het deskundigheidsgebied van de huisarts behoort.
  • Daarnaast vreest de LHV dat door (te snelle) invoering onvoorzienbare risico’s kunnen ontstaan in de zorg voor kwetsbare groepen patiënten.

LHV pleit voor uitstel Wet zorg en dwang