Overzicht landelijke ontwikkelingen GGZ

 
In 2011 sloot het ministerie van VWS met GGZ Nederland, beroepsorganisaties, verzekeraars en cliëntenorganisaties een bestuurlijk akkoord. In dit akkoord is kort gezegd afgesproken dat er meer GGZ in de buurt van de patiënt zal worden geboden en dat in de komende jaren een afname van zorg in de tweedelijns GGZ-instellingen wordt gerealiseerd. Dit betekent concreet een vermindering van het aantal bedden in GGZ-instellingen van 30 procent tot 2020. Voor een deel zal deze zorg door de tweedelijns instellingen in de wijk, dichter bij de patiënt, worden geboden. Dit is de zogenoemde ‘ambulantisering’. Daarnaast zal er een groter deel van de zorg voor mensen met GGZ-klachten en -stoornissen in de eerste lijn worden gegeven.

In het bestuurlijk akkoord zijn 3 echelons benoemd:

  • de huisarts met POH-GGZ: de onafhankelijk poortwachter die mensen met psychische problematiek herkent, zo mogelijk behandelt en zo nodig verwijst naar de basis generalistische GGZ of de specialistische GGZ;
  • Basis generalistische GGZ: dit is een uitbreiding van de huidige eerstelijns GGZ. In de basis generalistische GGZ worden mensen behandeld met lichte tot matige, niet-complexe problematiek die langer dan drie maanden aanhoudt. Deze zorg is alleen na verwijzing toegankelijk;
  • specialistische GGZ: ook deze zorg is alleen na verwijzing toegankelijk en betreft zorg voor mensen met ernstige psychische problemen, waarbij complexe behandeling nodig is met een zwaar beroep op specialistische kennis. Ambulante behandeling is het uitgangspunt, klinische behandeling alleen als het onontkoombaar is.

Het streven van partijen is dat patiënten niet te snel worden verwezen naar de gespecialiseerde GGZ en zo mogelijk binnen de huisartsenzorg, het maatschappelijk werk of de basis generalistische GGZ worden behandeld of begeleid. Patiënten die dat nodig hebben kunnen ook in het nieuwe model uiteraard nog steeds worden verwezen naar de specialistische GGZ.

Betrokkenheid LHV
De LHV was geen partij bij het afsluiten van het bestuurlijk akkoord GGZ. Gezien de gevolgen die de verschuiving van GGZ van specialistische GGZ naar de huisartsenzorg en basis GGZ zal hebben voor huisartsen, is de LHV gevraagd mee te denken over de uitwerking van het akkoord. Dat is ook afgesproken in het akkoord van LHV en VWS van juni 2012. Daarin staat dat huisartsen inspelen op de gevolgen van het akkoord in de GGZ door bij te dragen aan de opvang van de groeiende zorgvraag en het verkrijgen van inzicht in de verwijsmogelijkheden. Om huisartsen in staat te stellen meer mensen met lichte psychische klachten zelf op te vangen, zijn in het akkoord met VWS afspraken gemaakt over verruiming van de mogelijkheden een POH-GGZ in te zetten in de huisartsenpraktijk.

Een van de stappen in de uitwerking van het bestuurlijk akkoord is het ontwikkelen van een verwijsmodel voor huisartsen. Met dit model worden huisartsen ondersteund bij het maken van hun keuze voor het verwijzen naar de basis GGZ of de gespecialiseerde GGZ.

De LHV onderhoudt nauw contact met het NHG en de Psyhag, de expertgroep van kaderhuisartsen GGZ over de ontwikkelingen in de GGZ. Daarnaast is er overleg met GGZ Nederland, de NZa, CVZ en andere partijen die betrokken zijn bij het bestuurlijk akkoord GGZ.

Huisarts en GGZ
Huisartsen en hun team hebben een belangrijke rol om een juiste inschatting te maken van de aard en ernst van de klachten van de patiënt, ook als deze psychische klachten heeft. De huisarts is bij uitstek de specialist in het behandelen en begeleiden van de patiënten met lichte en veel voorkomende aandoeningen. Wat betreft psychische aandoeningen zijn dat in de huisartsenpraktijk vooral angst, depressie en overspannenheid. Op die aandoeningen zal de huisarts zich ook de komende jaren blijven richten. Patiënten met meer zeldzame psychische aandoeningen zal de huisarts in overleg met de patiënt verwijzen naar de juiste hulpverlener.

Om het huisartsen mogelijk te maken in de komende jaren een groter aantal patiënten met lichte psychische klachten en stoornissen in de huisartsenpraktijk op te vangen, is door VWS meer geld beschikbaar gesteld voor ondersteuning van de huisarts door een POH-GGZ. Parallel aan de POH Somatiek ondersteunt de POH-GGZ de huisarts. De LHV staat op het standpunt dat de huisarts met de POH GGZ kwantitatief wellicht meer mensen met lichte psychische klachten kan opvangen. De zorg die huisarts en POH-GGZ bieden blijft huisartsenzorg. Hierbij zal wel worden gekeken naar de mogelijkheden van innovaties in de zorg, zoals de inzet van e-health. Samenwerking met het maatschappelijk werk, de basis generalistische GGZ en de specialistische GGZ is in dit hele proces heel belangrijk. De LHV maakt zich onder andere sterk voor directere samenwerking en communicatie met de psychiaters in de tweedelijns GGZ parallel aan de samenwerking tussen huisarts en medisch specialist in het ziekenhuis.

Samenvattend
Wat merkt u hiervan als huisarts?

  • De regeling voor de POH-GGZ verandert per 2014. De NZa doet hierover dit voorjaar een uitspraak.
  • U krijgt de mogelijkheid om de komende jaren met ondersteuning van een POH-GGZ meer patiënten met lichte psychische klachten en stoornissen binnen de huisartsenpraktijk te behandelen of begeleiden. De zorgverzekeraar zal hierover mogelijk afspraken met u willen maken.
  • Afhankelijk van o.a. uw patiëntenpopulatie kan het interessant zijn om samen te (gaan of blijven) werken met een POH-GGZ in uw praktijk. Op de website van de LHV vindt u hierover een uitgebreid webdossier met alle benodigde informatie en tips.
  • De LHV ondersteunt de leden waar mogelijk bij de ontwikkelingen in de GGZ. Naast het webdossier POH-GGZ, blijven we u op de hoogte houden van voor u belangrijke ontwikkelingen in de GGZ. Daarnaast kunt u bij de LHV terecht voor advies via Jelly Hogendorp, senior beleidsadviseur, j.hogendorp@lhv.nl.