SSFH: een keus voor het collectief

 
De LHV heeft, in de CAO die in 2011 is afgesloten, een keus gemaakt voor de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH). De gedachte daarachter is dat de juiste ondersteuning essentieel is voor een goede kwaliteit van huisartsenzorg. In een aantal gebieden in het land hebben huisartsen nu al grote moeite om assistenten te vinden. Eén van de redenen is dat er te weinig stageplaatsen zijn, met als gevolg dat niet genoeg doktersassistenten in opleiding praktijkervaring kunnen opdoen. Daar krijgen alle huisartsen (op termijn) last van en dus is het belangrijk om gezamenlijk te investeren in de oplossing van het (dreigende) probleem.

Samen investeren
In de SSFH zijn werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd. Huisartsenpraktijken en huisartsenposten genereren de inkomsten van het sociaal fonds. Dat gebeurt door afdracht van 0,8% van de bruto loonsom. Met het geld dat beschikbaar komt wordt het mogelijk een financiële tegemoetkoming te bieden aan huisartsen(posten) die assistenten een stageplaats bieden. Zo worden degenen die investeren vanuit een gezamenlijk gegenereerd budget beloond.

LHV-leden dragen met terugwerkende kracht bij
Het traject rond de totstandkoming van de SSFH was intensief. In de onderhandelingen tussen partijen is afgesproken de bijdragen van de werkgevers met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 te innen. In principe geldt dat ook voor huisartsen die geen lid zijn van de LHV. De CAO is echter pas per 27 maart van 2013 algemeen verbindend verklaard. Dat wil zeggen dat de zogenaamde 'free riders' pas vanaf die datum mee hoeven te betalen.

LHV nog in gesprek over ongelijkheid
Concreet betekent dit dat de huisartsen die zich aangesloten hebben bij hun brancheorganisatie meer moeten bijdragen. Dat zijn dus huisartsen die kiezen voor het collectief, die inzien dat je samen moet staan voor de belangen van de huisartsen(zorg) en de lasten onderling moet verdelen. Toch betekent de ontstane situatie een ongelijkheid die niet wenselijk is. De LHV gaat daarom in gesprek met haar partners in het bestuur van het sociaal fonds om te bekijken of daar nog iets aan te doen is.