Voor en door huisartsen
 

Voorzieningen voor oudere patiënten niet goed geregeld

 
 
Voorzieningen voor oudere patiënten niet goed geregeld
De zorg voor kwetsbare ouderen die langer thuis blijven wonen vraagt van huisartsen een onevenredige tijdsinvestering doordat de voorzieningen rond deze patiënten - zeker in acute situaties - te wensen over laten. Dat is een van de conclusies uit de LHV-ledenpeiling over de ervaringen van huisartsen met de ouderenzorg, die door 1139 huisartsen is ingevuld.

Naast de grote tijdsinvestering (75%), ervaart 56 procent van de respondenten het regelen van kortdurende opvang wegens medische noodzaak als probleem en 40 procent het organiseren van een opname in een zorginstelling.

LHV-bestuurder Geert-Jan van Loenen reageert: “We begrijpen het ideële uitgangspunt van de overheid, langer thuis wonen is mooi, maar dan moeten de voorzieningen voor opschaling en opvang wel op orde zijn. Het gevolg van gebrekkige voorzieningen is dat patiënten met complexe problematiek soms eerder naar het ziekenhuis gaan in plaats van langer thuis wonen.”

Tijdige opvang

Veel huisartsen (81% van de respondenten) zijn matig tot slecht te spreken over de mogelijkheden voor het regelen van kortdurende eerstelijnsopvang vanuit de huisartsenpraktijk. Huisartsen geven te kennen dat ze niet goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden in de regio en onvoldoende zicht hebben op de beschikbaarheid van eerstelijnsbedden.

Van Loenen: “De knelpunten die uit de peiling naar voren komen, liggen vaak niet binnen de invloedssfeer van de huisarts. Zo zijn huisartsen bijvoorbeeld te veel tijd kwijt met het regelen van een bed voor hun oudere patiënt, ook in de ANW-uren. We kijken uit naar de informatie waarmee het kabinet voor het einde van het jaar moet komen over de beschikbare ingekochte capaciteit. Voldoende inkoop van eerstelijnsbedden zou een groot obstakel in de ouderenzorg wegnemen.”       

Meer tijd voor de patiënt

Huisartsen pakken hun rol in de zorgverlening voor kwetsbare ouderen voortvarend op. Uit de peiling blijkt dat ruim de helft betrokken is bij een structureel samenwerkingsverband rond de zorg voor ouderen en 55 procent werkt met een praktijkondersteuner die zich voornamelijk richt op zorg voor kwetsbare ouderen. Huisartsen die met een praktijkondersteuner werken zijn weliswaar iets positiever, maar signaleren dezelfde knelpunten.

“Dat ouderenzorg bij huisartsen hoort, staat niet ter discussie als het om basisgeneeskundige huisartsenzorg gaat”, zegt Van Loenen. “Wat huisartsen in de basiszorg niet kunnen leveren, of dat nu met of zonder praktijkondersteuner is, moeten anderen doen. Als er geen verwijsmogelijkheid naar de specialist ouderengeneeskunde is, dan zal de patiënt eerder naar het ziekenhuis worden verwezen.”

Naast het afgeven van de waarschuwingssignalen van haar leden, is de LHV gestart met het project ‘Meer tijd voor de patiënt’. Aan de hand van een business case onderzoeken we welke oplossingen haalbaar zijn zodat huisartsen daadwerkelijk meer tijd krijgen voor het bieden van basiszorg aan hun patiënten. Een van die oplossingen die we hiervoor onderzoeken is het effect van minder patiënten per fte huisarts.

Meer informatie

Download de uitkomsten van de LHV-ledenpeiling ouderenzorg 2016. De LHV heeft voor haar leden verschillende producten ontwikkeld ter ondersteuning van de ouderenzorg in de huisartsenpraktijk: bekijk hiervoor het LHV-dossier Ouderenzorg. In LHV-ledenblad De Dokter leest u in het artikel 'Complexe ouderenzorg: geef uw grens aan' ook over de uitkomsten van dit onderzoek.

Achtergrondvariabelen

  • N = 1139
  • 72% van de respondenten is praktijkhouder, 4% praktijkhouder met apotheek, 9% in loondienst en 14% waarnemer.
  • Verdeling respondenten over het hele land: tussen 2% (kring Zeeland) en 11% (kring Midden Nederland).

Zorg voor kwetsbare oudere patiënten

  • 53% van de respondenten geeft aan goed of (ruim) voldoende zorg te kunnen bieden aan ouderen met een complexe zorgvraag vanuit de huisartsenpraktijk. 42% geeft aan hiertoe matig in staat te zijn, en 5% zegt dit slecht te kunnen.
  • Op de vraag Waar loopt u in de zorg voor ouderen met complexe zorgvraag het meest tegenaan?wordt het vaakst geantwoord:
    • Tijdsinvestering voor de zorg aan kwetsbare ouderen is onevenredig groot (75%)
    • Het is moeilijk kortdurende opname te regelen (56%)
    • Het is moeilijk opname in een zorginstelling te regelen (40%)
  • 55% werkt in de praktijk samen met een praktijkondersteuner (somatiek) die zich voornamelijk bezig houdt met de zorg voor kwetsbare oudere patiënten.
  • 25-30% geeft aan de financiering en de ANW-zorg voor ouderen met een complexe zorgvraag als probleem te ervaren.
  • 82% heeft nog nooit hoeven besluiten een behandelingsovereenkomst niet aan te gaan vanwege een te complexe zorgvraag; 4% wel bij 1 patiënt, 6% wel bij meerdere patiënten.

(Kleinschalige) woonvormen

  • 50% van de respondenten biedt medische zorg aan patiënten in een (kleinschalige) woonvorm.
  • Op de vraag Waar loopt u in de zorg voor ouderen met complexe zorgvraag in een kleinschalige woonvorm het meest tegenaan? wordt het vaakst geantwoord:
    • De tijd die het kost om medische zorg te leveren aan patiënten in een kleinschalige woonvorm (57%)
    • Zorgzwaarte van de patiënten in de kleinschalige woonvorm (56%)

Kortdurende eerstelijnsopvang

  • 81% van de respondenten geeft aan matig tot slecht in staat te zijn om vanuit de huisartsenpraktijk kortdurende opvang wegens medische noodzaak te regelen.
  • 28% geeft aan goed geïnformeerd te zijn over de mogelijkheden van opvang in de regio; 64% wordt niet geïnformeerd, 2/3 hiervan gaat zelf de contacten bellen, echter 1/3 van deze huisartsen geeft aan niet te weten welke opvangmogelijkheden er zijn.
  • Op de vraag Waar loopt u het meest tegenaan in het regelen van kortdurende opvang wegens medische noodzaak? wordt het vaakst geantwoord:
    1. Tijdsinvestering voor het regelen van een bed (72%)
    2. Capaciteit bedden dichtbij (64%)
    3. Onduidelijkheid over beschikbaarheid van bedden (42%)
    4. Regelen van opvang in de ANW uren (37%)
    5. Onduidelijkheid wie de medische zorg levert in de kortdurende opvang (12%)

Medische zorg in Wlz-instelling

  • Voor 42% van de respondenten is het onbekend of een zorginstelling is gecontracteerd voor Wlz-behandeling. 35% weet dat soms wel, soms niet.
  • 68% levert geen medische zorg in een Wlz-instelling; 11% doet dit wel, en voor 21% is dit onbekend. Dit hoge percentage ‘onbekend’ kan te maken hebben met de onduidelijkheid of een zorginstelling gecontracteerd is voor Wlz-behandeling of niet.
  • 44% geeft aan contractuele afspraken te hebben gemaakt voor het leveren van medische zorg in een Wlz-instelling. 45% geeft aan dit niet te hebben gedaan, 11% geeft hier onbekend aan.
  • Op de vraag Waar loopt u het meest tegenaan wanneer u algemene zorg levert in een Wlz-instelling? wordt het vaakst geantwoord:
    1. Zorgzwaarte van de patiënten (46%).
    2. Onduidelijkheid van rollen/taken tussen de verschillende artsen (37%).
    3. De overdracht van medische gegevens tussen de verschillende artsen (34%).
    4. Ontbrekende afspraken met de Wlz-instelling (33%).

Financiering

52% geeft aan een module ouderenzorg bij de zorgverzekeraar gecontracteerd te hebben; 17% ervaart geen knelpunten; 53% geeft aan dat de financiering van de module te krap is of belemmerende voorwaarden heeft voor samenwerking (21%).

BijlageGrootte
PDF-pictogram Uitkomsten LHV-peiling Ouderenzorg208.77 KB