Wat moet u als huisartsenpraktijk doen voor een PGO-aansluiting?

 
Wat moet u als huisartsenpraktijk doen voor een PGO-aansluiting?
Nu de HIS’en de meeste technische aanpassingen gereed hebben om online inzage via een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) mogelijk te maken, is het tijd voor implementatie in de huisartsenpraktijk. Als u deelneemt aan het OPEN-programma moet uw praktijk uiterlijk 1 juli 2021 beschikken over een werkende PGO-aansluiting op het huisartsinformatiesysteem (HIS). In dit bericht gaan we in op een eerste stap in de implementatie: de DVZA. We leggen u uit wat dit is, wat u als praktijk moet doen en hoe het zit met de kosten.

Dit bericht is een vervolg op ons bericht van 15 december en hangt ook samen met onze berichtgeving over de wet digitale overheid.

Wat is een DVZA?

Een Dienstverlener Zorgaanbieder (DVZA) is nodig voor het veilig kunnen uitwisselen van gegevens tussen een HIS en een PGO of bijvoorbeeld een ander datasysteem. De DVZA zorgt voor de ‘stekker’ aan de HIS-kant. Aan een DVZA worden eisen gesteld. Deze zijn opgenomen in het Medmij-afsprakenstelsel. Medmij toetst of een DVZA voldoet aan de eisen. Meer hierover vindt u op de website van MedMij.  

HIS-leveranciers kunnen kiezen om zelf een DVZA te bouwen (CGM, Microhis en Tertrahis doen dat) of om een overeenkomst te sluiten met een DVZA-leverancier. Promedico ASP en VDF, Transhis, HIX en Omnihis kozen voor LSP+ van VZVZ als DVZA. Medicom heeft gekozen voor HINQ. Aandachtspunt voor Medicom-gebruikers: HINQ biedt naast de DVZA-functie ook andere diensten aan, zoals de Zorgnetwerkomgeving (ZNO). Voor de koppeling vanuit Medicom met een PGO is het voldoende om alleen de DVZA-dienst af te nemen.

Wat moet u als huisarts doen?

Als uw praktijk deelneemt aan OPEN, dan is het van belang dat u goed voorbereid bent op het gebruik van een DVZA. Wat u als huisarts precies moet doen, is afhankelijk van uw HIS.

Op basis van het Medmij-afsprakenstelsel is het aan u als zorgaanbieder om te regelen:

1. dat u ingeschreven staat in het UZI-register en een UZI-register abonneenummer (URA-nummer) heeft.
Let op dat de naamgeving van uw praktijk in het UZI-register overeenkomt met de naam waaronder uw praktijk is ingeschreven bij de KvK. 
Als uw praktijk is aangesloten op het LSP hebt u al aan deze twee voorwaarden voldaan.

2. dat u voor uw praktijk een UZI- of PKOI-servercertificaat heeft.
Als u deze niet heeft, moeten u deze aanvragen. UZI-servercertificaat kunt u hier aanvragen en PKOI-servercertificaat via deze link.
Voor inschrijving in UZI-register, ontvangst abonneenummer en aanvraag servercertificaat staat een doorlooptijd van zo’n 5 à 6 weken.

3. dat u een overeenkomst sluit met uw DVZA-leverancier.

  • Afhankelijk van uw HIS is de DVZA-leverancier dus VZVZ (LSP+), HINQ, CGM, Microhis of TetraHIS. De betreffende leverancier neemt contact met u op. Naar verwachting ontvangt u in de loop van februari of maart een bericht van uw leverancier.
  • Medmij heeft een modelovereenkomst opgesteld. Deze is door de LHV getoetst en de wijzigingsvoorstellen die wij hebben gedaan, hebben zij in de overeenkomst verwerkt.
  • Nog niet bekend is of de modelovereenkomst die uw leverancier u aanbiedt overeenkomt met de Medmij-modelovereenkomst. Een leverancier kan een eigen overeenkomst aanbieden. HIS-leveranciers die zelf een DVZA bouwen, zullen mogelijk een addendum bij de bestaande verwerkersovereenkomst voorstellen. Leden van de LHV die hier vragen over hebben, kunnen de aangeboden overeenkomst laten toetsen door LHV Juridische Zaken (jz@lhv.nl). 

4. dat uw Praktijk wordt vermeld op de Zorgaanbiederslijst (ZAL)
OPEN en MedMij hebben afspraken gemaakt over de aanmelding op de ZAL. Uw DVZA-leverancier stuurt u een voorstel voor een naam die voldoet aan de voorwaarden. U kunt deze naam gemotiveerd wijzigen. Wij adviseren u dat alléén te doen bij evidente onjuistheden of wanneer u verwacht dat uw patiënten uw praktijk onder de voorgestelde naam niet zullen herkennen. Overigens krijgen patiënten vanuit hun PGO waarschijnlijk méérdere zoekmogelijkheden om de juiste zorgverleners te vinden.

Onderdeel van het OPEN-programma is dat u voor 1 juli 2021 voldoet aan de hiervoor genoemde vereisten. Gebruik hiervoor het HIS-gerichte stappenplan dat OPEN heeft ontwikkeld: https://open-eerstelijn.nl/checklist/. Voor vragen of ondersteuning kunt u zich wenden tot de projectleider van uw Regionale Coalitie.

Kosten en vergoedingen

Of uw HIS-leverancier nu zelf een DVZA bouwt of een overeenkomst sluit met een DVZA-leverancier, in beide situaties zijn er structurele kosten die in rekening worden gebracht bij de klanten, dus de huisartsen of een samenwerkingsverband van huisartsen. De HIS-leveranciers nemen hierover beslissingen, maar de huisartsen en de LHV zijn hier niet bij betrokken. En dat terwijl de praktijken wel de rekening hiervoor gepresenteerd krijgen. Daarom hebben LHV, InEen en OPEN verzocht om hier landelijk een oplossing voor te bieden. Bijvoorbeeld een vrije keuze voor praktijken in welke DVZA te gebruiken of bijvoorbeeld één landelijke, uniforme “stekker” met een bijbehorende kostenvergoeding voor zorgaanbieders. We zijn hierover in overleg met VWS, MedMij en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

LSP+

Bij de DVZA LSP+ is er nog een extra aandachtspunt. Deze DVZA gebruikt de faciliteiten van de LSP-infrastructuur , daarom is aansluiting op de LSP-infrastructuur een vereiste. Overigens betekent het gebruik van het LSP+ niet dat u andere LSP-functionaliteiten (zoals het uitwisselen van medische gegevens met de huisartsenpost) moet afnemen. Als u bent aangesloten op het LSP betekent dit dat u beschikt over een UZI-abonneenummer en een UZI-servercertificaat. Als uw HIS-leverancier uw praktijk voor de LSP+ functionaliteit aanmeldt, kunt u in aanmerking komen voor een kostenvergoeding (mits u ook andere diensten afneemt):

Klik op de tabel om te vergroten

De LSP-vergoedingsregeling 2021 bevat een overzicht van de hoogte van de vergoedingen van UZI-middelen.

Gerelateerde ontwikkelingen

De overheid stelt veiligheidseisen aan de manier waarop patiënten kunnen inloggen in o.a. hun PGO en patiëntenportalen. Deze eisen zijn vastgelegd in de Wet digitale overheid die waarschijnlijk per 1 juli 2021 in werking treedt. Volgens deze wet moeten huisartsenpraktijken per 1 juli 2021 beschikken over een DigiD-aansluiting als zij gegevens beschikbaar stellen via PGO of portaal. Ook hiervoor is een UZI-abonneenummer en een UZI-servercertificaat nodig. Er wordt op dit moment nog gesproken over een overgangsperiode voor de invoering van de wet

Voor meer informatie over deze wet: https://www.lhv.nl/actueel/nieuws/wat-betekent-de-wet-digitale-overheid-voor-de-huisartsenzorg

Meer informatie