Wat verandert er in de GGZ?

 
De GGZ is in beweging en dat merkt u in de praktijk vast ook. We zullen u regelmatig informeren over deze ontwikkelingen en de gevolgen voor de huisartsenzorg. In de komende editie van De Dokter staat bijvoorbeeld een uitgebreid artikel over het profiel van de praktijkondersteuner GGZ. Ook via de website en binnenkort via kringbijeenkomsten krijgt u inzicht in de op stapel staande veranderingen.

Door de uitwerking van het bestuurlijk akkoord GGZ 2013-2014 wordt de GGZ anders ingedeeld, namelijk in drie echelons:

  1. De huisartsenzorg met de POH-GGZ
  2. Basis generalistische GGZ: dit is een uitgebreide versie van wat nu de eerstelijns psychologische zorg/GGZ is.
  3. Gespecialiseerde GGZ : een afgeslankte versie van wat nu de tweedelijns GGZ is.

Doelstelling hiervan is: minder patiënten in gespecialiseerde GGZ-instellingen behandelen (afname van 30 procent van de bedden) en waar mogelijk meer patiënten in de basis generalistische GGZ en de huisartsenzorg behandelen en begeleiden.

Maar wie doet nu wat binnen deze echelons?

Huisartsenzorg en POH-GGZ
Huisarts en POH-GGZ behandelen vooral mensen met lichte en veel voorkomende klachten en stoornissen: depressie, dementie, angst, overspannenheid (surmenage) - als er maar de mogelijkheid om in geval van crisis meteen weer terug te verwijzen naar de GGZ. Een mogelijkheid die nu nog te vaak ontbreekt -, verslavingsproblematiek en slaapproblemen. Ook mensen met stabiele chronische problematiek kunnen eventueel worden begeleid in de huisartsenpraktijk.

De rol van de POH-GGZ is de zorginhoudelijke ondersteuning van de huisartsenzorg aan alle patiënten met klachten van (mogelijk) psychische, psychosociale of psychosomatische aard. De zorgactiviteiten van de POH-GGZ zijn beschreven in de prestatiebeschrijving van de NZa:

  • probleemverheldering en uitvoeren van screeningsdiagnostiek;
  • opstellen en bespreken van een vervolgstappenplan;
  • geven van psycho-educatie (mensen leren omgaan met hun beperkingen);
  • begeleiden / ondersteunen van zelfmanagement;
  • interventies gericht op verbetering in functioneren van de patiënt met psychische klachten;
  • geïndiceerde preventie (richt zich op individuele personen bij wie is vastgesteld dat zij een verhoogd risico lopen op een bepaalde klacht/stoornis, bijvoorbeeld link tussen ADHD en mogelijke verslavingsproblematiek)
  • zorggerelateerde preventie (richt zich op voorkomen van verergering, complicaties, of beperkingen van een ziekte)
  • terugvalpreventie.

De huisarts kan per 2014 een psychiater of psycholoog consulteren als zij dat nodig vindt. Daarvoor wordt vanaf 2014 via de module POH-GGZ ruimte geboden. Huisartsen hebben veel behoefte aan deze meekijkconsulten. Daardoor is snelle diagnostiek mogelijk, waarna de patiënt weer terug verwezen kan worden naar de huisarts voor het vervolgplan. Kan de huisartsenzorg de patiënt niet helpen, dan wordt verwezen naar de GGZ.

Ondersteuning bij verwijzing (zie ook kader)
Voor ondersteuning bij de verwijzing naar de GGZ is door een bureau (HHM) een verwijsmodel ontwikkeld. Dit verwijsmodel kan door huisarts en POH-GGZ worden gebruikt. Vragen die gesteld kunnen worden:

  1. Is er een vermoeden van een DSM benoemde stoornis?
  2. Ernst problematiek: wat is de impact op het dagelijks functioneren?
  3. Complexiteit van de problematiek: is er sprake van comorbiditeit?
  4. Het risico: is er sprake van zelfverwaarlozing, verwaarlozing van naasten, suïcideneigingen, kindermishandeling?
  5. Het beloop van de klachten: wat is de duur van de klachten?

Aan de hand van deze vragen kan worden bepaald waar de patiënt het beste kan worden geholpen: in de basis generalistische GGZ of de gespecialiseerde GGZ.

Het verschil tussen basis generalistische GGZ en gespecialiseerde GGZ:
- In de basis generalistische GGZ wordt lichte tot matige problematiek behandeld op basis van de 5 criteria in het verwijsmodel. Er zijn dan 4 typen behandelingen mogelijk vanaf 2014: kort, middel, intensief, chronisch. De indicatie voor een type behandeling wordt in de GGZ gedaan.
- In de gespecialiseerde GGZ worden straks alleen nog mensen met hoog risico en/of zeer complexe aandoeningen behandeld, waarvoor een behandeling nodig is waarbij een zwaar beroep op specialistische kennis wordt gedaan.

Basis generalistische GGZ en gespecialiseerde GGZ
Heeft een patiënt een stoornis (DSM-IV classificatie) of heeft de huisarts een vermoeden van een stoornis en kan hij/zij de patiënt zelf niet behandelen, dan kan de patiënt verwezen worden naar de basis generalistische GGZ (eerstelijnspsychologische zorg zoals het nu heet) of de gespecialiseerde GGZ (in een instelling of ambulant via een GGZ-team in de wijk). Nieuw is dus dat er in ieder geval sprake moet zijn van een vermoeden van een stoornis. Dat kan allerlei stoornissen betreffen. Van ernstige depressie, persoonlijkheidsstoornissen tot angststoornissen en psychotische stoornissen zoals schizofrenie. En met verschillende gradaties van ernst, complexiteit, risico en beloop. Zo kan iemand met een matige depressie maar zonder sterk vangnet 'zwaardere' zorg nodig hebben dan een patiënt met een zware depressie maar met een sterk vangnet.

Samenwerken in de keten cruciaal
Samenwerking in de GGZ-keten is van groot belang, wil het nieuwe systeem slagen. De huisarts en POH-GGZ kunnen een goede poortwachtersfunctie vervullen als de samenwerking met en capaciteit in de basis generalistische GGZ en gespecialiseerde GGZ voldoende is. Dat betekent goede verwijsmogelijkheden en geen wachtlijsten, korte lijnen tussen huisarts en psychiater, snel kunnen schakelen tussen de drie echelons, zodat de patiënt snel en op de goede plek wordt behandeld.
Is er in de GGZ onvoldoende capaciteit/zijn er te weinig verwijsmogelijkheden voor de huisarts en POH-GGZ, dan kunnen patiënten die niet in de huisartsenpraktijk geholpen kunnen worden, niet de zorg krijgen die zij nodig hebben. Met alle mogelijke risico's voor patiënt en omgeving.