Spring naar content

Het jaar van de waarheid

Auteur: Ella Kalsbeek

Zo’n eerste column van het jaar is een goede aanleiding om vooruit te blikken op het komende jaar. Voor de huisartsenzorg durf ik 2020 wel het jaar van de waarheid te noemen. Het jaar waarin moet blijken dat de signalen van huisartsen serieus worden genomen, dat afspraken worden nagekomen over hoe we de zorg gaan verbeteren en dat alles op alles wordt gezet om het vak voor nu en de toekomst aantrekkelijk te houden.

Terugkijkend op 2019 stel ik vast dat het zo niet langer gaat. Teveel huisartsen hebben het veel te druk. Ik zie gelukkig nog steeds veel huisartsen vol passie hun vak uitoefenen en jonge artsen die met overtuiging voor dit vak kiezen. Maar we moeten zorgen dat dat niet verloren gaat.

Geregeld hoor ik jonge huisartsen zeggen dat ze (nog) geen praktijkhouder willen worden, omdat het teveel sores geeft. Nu is er niks mis mee om op een andere manier als huisarts te werken dan als praktijkhouder, maar we weten ook dat de wens van velen is om uiteindelijk wel als praktijkhouder te gaan werken. De opdracht is dus om de sores te verminderen. Die sores is divers, van patiënten niet doorverwezen krijgen via administratie lasten tot de druk van de avond-, nacht- en weekenddiensten.

Dat kunnen we niet als sector allemaal zelf oplossen. Er moeten grotere stappen worden gezet, in het systeem en in hoe het werk georganiseerd is, overdag en in de diensturen. Daarbij moeten we ook de ongebaande paden niet schuwen. Als we dit jaar geen verlichting voor de huisartsen zien, dan komt het hele zorgstelsel ter discussie te staan, waaronder de marktwerking en de verhouding tussen zorgverzekeraars en huisartsen die daaruit voortvloeit.

De huisartsenzorg moet beter georganiseerd en beter ondersteund worden. Op het niveau van de praktijk, de wijk/plaats en de regio. De zorg is gebaat bij investering en ondersteuning zowel van de individuele huisarts en huisartsenpraktijk als van de lokale en regionale organisaties van die huisartsen.

Op praktijkniveau kennen we het aantoonbare succes van de aanpak van Meer tijd voor de patiënt: minder verwijzingen naar de tweede lijn (dus besparing zorgkosten) en meer tevredenheid onder patiënten en huisartsen. En toch blijft het sleuren om te zorgen dat meer huisartsen daar ruimte, financiering en ondersteuning voor krijgen. Onbegrijpelijk.

Er kan daarnaast een hoop verbeteren als huisartsen regionaal meer organisatiekracht krijgen. Denk aan de nodige afstemming op wijk-, plaats- en regionaal niveau met andere zorgverleners in de wijk, de gemeente, het ziekenhuis en de ggz. Je kunt niet verwachten dat huisartsen dat allemaal nog in hun avonduren erbij gaan doen. Dat kan beter in gezamenlijke opdracht gebeuren. Dat schept ook weer meer tijd voor huisartsen voor de patiëntenzorg. Dus investeringen op dat vlak zijn hard nodig.

Als vereniging blijven wij natuurlijk doen wat we kunnen om huisartsen te ondersteunen om onder deze omstandigheden hun werk goed te blijven doen én om de omstandigheden te verbeteren. Maar we kunnen het niet alleen. Dus mijn oproep voor 2020 aan politiek, overheid en verzekeraars: een tandje erbij graag!

Bekijk ook

Blog Carin Littooij Als huisartsen zijn we wel wat gewend qua belastbaarheid, maar terugkijkend op de afgelopen maanden moet ik vaststellen dat onze flexibiliteit nu wel maximaal is opgerekt. Al de hele covid-periode wordt er veel gevraagd van huisartsen en van alle andere zorgverleners natuurlijk. Niet alleen door de patiënten die onze zorg nodig hebben, maar ook omdat we moeten omgaan met voortschrijdend inzicht, verschillende belangen, wisselend beleid en de vele vragen en meningen over dat beleid.

Blog Ella Kalsbeek Het is een thema dat mij erg bezighoudt en u ongetwijfeld ook: hoe houden we de zorg voor alle patiënten overeind in deze pandemie? Er zijn grote zorgen over wat er gebeurt als de Britse variant hier flink gaat rondwaren. In de hele zorg bereiden we ons daar zo goed mogelijk op voor, door de scenario’s paraat te hebben.

Blog Aard Verdaasdonk In mijn allereerste bestuursblog als landelijk bestuurslid wil ik een niet al te vrolijk, maar wel belangrijk thema aansnijden.