Spring naar content

LHV en InEen: ‘NZa-monitor mist harde getallen’

LHV en InEen: ‘NZa-monitor mist harde getallen’

12 juli 2019

De NZa heeft de monitor van het Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg opgeleverd. De monitor biedt waardevolle inzichten, maar is niet de aan de huisartsen en eerstelijnsorganisaties beloofde basis om de gemaakte afspraken in dit akkoord te toetsen op realisatie. Dat is de conclusie die LHV en InEen trekken. ‘Wij zien wel meerwaarde, maar zijn tegelijk teleurgesteld omdat harde getallen nog ontbreken.’

Beleid en bekostiging afbeelding

In een brief aan de NZa roepen LHV en InEen de NZa op de volgende monitor te verrijken met de beloofde volumes, % en €. En om nu te starten met aanvullingen op de huidige monitor.

Concrete aanpassingen in contract

Ella Kalsbeek, voorzitter LHV: ‘We hebben het hoofdlijnenakkoord ondertekend met als voorwaarde dat de NZa de gemaakte afspraken monitort. Om onafhankelijk vast te kunnen stellen of deze afspraken zijn vertaald in concrete aanpassingen in het contract van de huisarts en de huisartsenorganisaties. Daar houden we VWS en de zorgverzekeraars aan. Wij zien wel meerwaarde in de huidige NZa-monitor, maar zijn tegelijk teleurgesteld omdat harde getallen nog ontbreken.’

Geen verrassing, wel zorg

De NZa constateert dat in de contracten t.o.v. 2018 geen grote verschuivingen zijn geweest op Meer tijd voor de patiënt, ANW-zorg, zorg voor kwetsbare groepen, versterking van de organisatie en infrastructuur (O&I) en ICT en zorginfrastructuur. Dit is geen verrassing, maar wel een grote zorg. De geluiden over het niet terugzien van de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord hoorden LHV, InEen en VPH al eerder van hun achterbannen. De bevestiging door de NZa onderstreept dat er nu echt haast gemaakt moet worden om in 2020 wél resultaten van het hoofdlijnenakkoord te merken.

Extra personeel

LHV en InEen verwachten ook verder onderzoek van de NZa om zeker te stellen dat op korte termijn daadwerkelijk extra personeel kan worden ingezet in de huisartsenpraktijk. Beiden herkennen namelijk het beeld niet dat de NZa schetst dat de mogelijkheden om extra personeel in te zetten in de huisartsenpraktijk te weinig worden benut. Huisartsen wijzen hiervoor diverse redenen aan, zoals de complexe bekostigingssystematiek, te strikte door zorgverzekeraars gestelde (aanvullende) voorwaarden, lage tarieven en huisvestingsproblemen.

Niet wachten

Voor de doorontwikkeling van de huidige eerste monitor verzoeken LHV en InEen de NZa om – in navolging van de aanpak bij de monitor wijkverpleging – niet te wachten op de volgende monitor, maar om op korte termijn te starten met een zogenaamd verdiepingsoverleg. In het bestuurlijk overleg van 27 juni jl. is ook afgesproken met partijen door te praten over specifieke thema’s zoals een meer cijfermatige uitwerking, inclusief regionale verschillen.

Nieuws

Het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg loopt nu al meer dan twee jaar. De midterm review van het Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg 2018-2022 uit 2020 geeft inzicht in de stand van zaken van de uitvoering van het akkoord. Ondertussen is het advies van onderzoeksbureau Rebel besproken. Besloten is tot een versnelling op drie terreinen. Aan de uitvoering wordt nu uitgewerkt. In dit bericht leest u meer over de bevindingen en het advies: versnelling trajecten.

De LHV moderniseert en in 2021 krijgen de ingezette veranderingen een vervolg. Andere manieren van zeggenschap en samenwerking met andere huisartsenorganisaties krijgen in veel regio’s vorm of worden verder uitgebouwd. De komende maanden onderzoeken de LHV-kringen hoe de modernisering (‘MOVE’) in hun regio passend bij de ‘couleur locale’ vorm kan krijgen, zo werd in de online bijeenkomst van de Ledenraad besproken.

Het jaar van de waarheid

Blog Ella Kalsbeek Zo’n eerste column van het jaar is een goede aanleiding om vooruit te blikken op het komende jaar. Voor de huisartsenzorg durf ik 2020 wel het jaar van de waarheid te noemen. Het jaar waarin moet blijken dat de signalen van huisartsen serieus worden genomen, dat afspraken worden nagekomen over hoe we de zorg gaan verbeteren en dat alles op alles wordt gezet om het vak voor nu en de toekomst aantrekkelijk te houden.