Spring naar content

Onbegrip over afwijzing alternatieven jaarverantwoording

Het kabinet blijft doof voor onze bezwaren tegen de verplichting om voortaan elk jaar een lange vragenlijst over de financiële huishouding in de huisartsenpraktijk te beantwoorden. Onze aangedragen alternatieven schuift staatssecretaris Blokhuis van VWS terzijde. Dit blijkt uit de brief die hij over de regeling Jaarverantwoording Wmg aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het kost een praktijkhouder 2 uur volgens de staatssecretaris om een vragenlijst in te vullen die misschien wel meer dan 100 vragen gaat tellen. Hoeveel vragen het precies zullen zijn is nog niet bekend: naast de 65 vragen van het ministerie gaan toezichthouders IGJ en NZa (en mogelijk het CBS) er nog een trits voor eigen gebruik aan toevoegen.

54.000 uren voor zorg gaan verloren

Zelfs al zou het beantwoorden van de vragen de geschatte 2 uur per zorgaanbieder kosten, dan nog gaan er bij 27.000 kleinschalige zorgaanbieders die onder de nieuwe regels gaan vallen in totaal 54.000 kostbare uren per jaar verloren die rechtstreeks ten koste gaan van de zorg voor patiënten.

Eerstelijnscoalitie heeft goede alternatieven

We hebben de staatssecretaris in gesprekken en per brief alternatieven aangeboden voor de in onze ogen tijdverslindende en overbodige vragenlijsten. Dit doen we gezamenlijk als Eerstelijnscoalitie, een samenwerkingsverband van de eerstelijnsorganisaties InEen, KNGF, KNMP, KNMT, KNOV, LHV, LVVP, NVM-mondhygiënisten en ONT.

De alternatieven houden primair het beter benutten in van bestaande informatie die allerlei instanties nu al uitvragen bij zorgaanbieders. Ze houden enerzijds het doel van het ministerie voor ogen, namelijk maatschappelijke verantwoording afleggen over de besteding van de collectieve middelen. Anderzijds zorgen de alternatieven in tegenstelling tot de vragenlijsten van VWS  niet voor onnodige extra regeldruk.

Overhaaste invoering is vragen om problemen

In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris nu aan de alternatieven naast zich neer te leggen. Tegelijkertijd geeft hij aan de regeling Jaarverantwoording Wmg met stoom en kokend water te willen vaststellen, namelijk uiterlijk 21 september 2021.

Dat zou betekenen dat zorgaanbieders een minimale 3 maanden hebben om de nieuwe regels tot zich te nemen en zich erop voor te bereiden. De Eerstelijnscoalitie ziet dat als het paard achter de wagen spannen: zo roep je een administratieve chaos over je af terwijl je zorgaanbieders op zijn minst een zorgvuldige voorbereiding mag gunnen.

Verantwoordingsregeling onderdeel breder pakket maatregelen

De vragenlijsten voor de jaarlijkse financiële verantwoording vloeien voort uit bredere wetgeving gericht op het bestrijden van fraude en versterken van het toezicht in de zorg. In de eerder aangenomen Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) zijn nog meer verplichtingen opgenomen, zoals een meldplicht, vergunningsplicht en eisen aan de bestuursstructuur.

(Ont)Regel de Zorg alleen met de mond beleden

Al bijna 5 jaar lang proberen wij met de Eerstelijnscoalitie constructief mee te werken aan de wet. Tegelijkertijd moet de coalitie zich permanent inspannen om de regeldruk niet onnodig op te laten lopen. Op het ministerie lijkt de met de mond wel beleden wens om de zorg te ‘ontregelen’ toch telkens weer ondergeschikt aan het belang van het opstellen van nieuwe regels.

Het verzamelen van informatie uit allerhande vragenlijsten lijkt een doel op zich geworden, in plaats van een middel om misbruik van zorggelden aan te pakken. De coalitie heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat de verantwoordingsregeling onuitvoerbaar is voor kleinschalige zorgaanbieders en bovendien niet nodig aangezien fraude in de eerstelijnszorg nauwelijks voorkomt en door deze nieuwe regeling ook niet voorkomen gaat worden.

Verplichte accountantsverklaring is vervallen

Gelukkig hebben we met de Eerstelijnscoalitie op een aantal belangrijke punten het ministerie van VWS al wel weten te overtuigen de regels aan te passen. Zo zouden aanvankelijk alle zorgaanbieders naast de financiële verantwoording ook elk jaar een vele uren en miljoenen euro’s verslindende accountantsverklaring moeten opleveren. Die verplichting is er nu alleen nog voor grote zorginstellingen, namelijk die met een omzet van meer dan 12 miljoen euro.

Lees meer over het thema Wtza

Nieuws

Tijdens het zomerreces hebben Tweede Kamerleden Aukje de Vries (VVD) en Joba van den Berg (CDA) schriftelijke vragen gesteld aan de minister voor Medische Zorg en Sport over de uitvoering van de motie jaarverantwoordingsplicht. De Kamerleden onderstrepen hiermee het belang van de oproep van de Eerstelijnscoalitie nogmaals met open vizier in gesprek te gaan over inhoudelijke alternatieven om de regeling beter aan te laten sluiten op het kleinschalige karakter van de eerstelijnszorg.

Er is géén accountantsverklaring nodig voor kleine zorgaanbieders met kortweg een netto omzet t/m €12 miljoen. Dat heeft minister van Ark de Tweede Kamer laten weten in een brief over de jaarverantwoording op 7 juni. In dit bericht leest u meer over onze reactie, onze brieven en de gesprekken met minister van Ark.

Een jaarlijkse accountscontrole, een jaarrekening volgens een vast model én een bestuursverslag voor huisartsenpraktijken? Als het aan het ministerie van VWS ligt wel. De nieuwe regeling waar dit in staat, is voor ons onaanvaardbaar en kost de eerstelijn jaarlijks minstens 100 miljoen euro. In dit bericht leest u waarom wij vinden dat de regeling terug naar de tekentafel moet.