Spring naar content

Ook adviescollege regeldruk kritisch op nieuwe verantwoordingsregels

Net als de LHV zet het Adviescollege Toetsing Regeldruk grote vraagtekens bij de nieuwe regels die zorgaanbieders dwingen elk jaar een ellenlange vragenlijst in te vullen over hun financiële huishouding. Het college heeft dat nog eens bevestigd in een gesprek met de LHV. Dit is extra steun voor de lobby die de LHV al jaren voert op deze wetgeving.

Het onafhankelijke Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) adviseert het kabinet en de Eerste en Tweede Kamer over regeldrukeffecten van wet- en regelgeving.

“Nut en noodzaak onvoldoende aangetoond”

ATR schrijft in haar analyse van de zogenaamde regeling Jaarverantwoording Wmg: “[…] het college [blijft] van mening dat nut en noodzaak van een stapeling van controle- en verantwoordingsinstrumenten onvoldoende zijn aangetoond. […] Verder constateert het college dat er geen goed zicht is op de omvang van regeldruk die als gevolg van de nieuwe wetgeving optreedt, voor welke groep ondernemers de regeldruk toeneemt, voor welke zij afneemt, en in welke mate.”

Overbodig en onuitvoerbaar

Het adviescollege sluit zich daarmee aan bij de kritiek van de LHV en de Eerstelijnscoalitie. De nieuwe regels komen bovenop bestaande verantwoordings- en controleregels. Ze eisen van zorgaanbieders onder andere dat ze elk jaar circa 90 vragen beantwoorden over hun financiële handel en wandel. Deze nieuwe regels zijn overbodig en onuitvoerbaar.

De overheid beweert steeds dat ze zich realiseert dat meer regels ten koste gaan van de zorg voor patiënten. Maar in de praktijk blijkt daar bitter weinig van. Ze tuigt onnodige en zwaar belastende regelgeving op, om een probleem aan te pakken dat zich helemaal niet afspeelt in de groep waarop de regelgeving betrekking heeft. Daarnaast tast de regelgeving de privacy aan en snoept ze kostbare tijd af die zorgverleners anders aan patiënten kunnen besteden.

Binnen de Eerstelijnscoalitie , een samenwerkingsverband van de eerstelijnsorganisaties LHV, InEen, KNGF, KNMP, KNMT, KNOV, LVVP, NVM-mondhygiënisten en ONT, stellen we dat de overheid terecht fraude met publiek geld wil voorkomen. Maar richt die extra inspanningen dan op die hoeken van de zorg waar daadwerkelijk substantiële fraude op te sporen is. En dat is niet bij de ruim 27.000 kleine zorgaanbieders zoals de huisarts, de tandarts en de fysiotherapeut.

Regeling moet van tafel

Als LHV willen we dan ook dat de regeling Jaarverantwoording Wmg zoals deze er nu ligt van tafel gaat. Ook in de Tweede Kamer leven grote twijfels bij de regeling, waardoor de zorgspecialisten uit de Kamer hebben besloten deze nog eens onder de loep te nemen. In een brief aan deze Kamerleden zetten we, samen met de Eerstelijnscoalitie,  onze bezwaren nog eens klip en klaar uiteen. We roepen de Kamer op om in gezamenlijkheid te werken aan afspraken die wél aan het doel om fraude op te sporen tegemoet komen, maar tegelijkertijd wel realistisch en uitvoerbaar zijn. Al eerder boden we goede alternatieven aan voor de regeling.

Wet toetreding zorgaanbieders

De vragenlijsten voor de jaarlijkse financiële verantwoording waartegen de LHV en de Eerstelijnscoalitie ageren, maken deel uit van bredere wetgeving gericht op het bestrijden van fraude en versterken van het toezicht in de zorg. In de eerder aangenomen Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) zijn nog meer verplichtingen opgenomen, zoals een meldplicht, vergunningsplicht en eisen aan de bestuursstructuur.

Lees meer over de WTZA.

Nieuws over de Wtza

Het realiseren van meer tijd voor de patiënt door een langer consult en onbegrip over de extra regels die voortkomen uit de jaarverantwoordingsplicht. Dat waren de belangrijkste huisartsenonderwerpen die tijdens het begrotingsdebat in de Tweede Kamer besproken werden.

Aan welke verplichtingen u uit de Wtza moet voldoen, is afhankelijk van uw werksituatie. De nieuwe LHV-handleiding vertelt beknopt en overzichtelijk welke acties voor u gelden. Ondertussen strijden we verder tegen de jaarverantwoordingsplicht die ook uit de Wtza voortkomt.

Het onverwachte besluit van de minister om de regeling Jaarverantwoording WMG definitief vast te stellen, is door ons met onbegrip en teleurstelling ontvangen. Door dit besluit krijgen 27.000 kleine zorgaanbieders zoals huisartsen een overbodige regeling opgelegd, met onaanvaardbare extra administratieve lasten. Wij leggen ons niet neer bij het besluit en beraden ons op een reactie.