Spring naar content

Ook doktersassistenten en huisartsen kamp(t)en met klachten na coronaperiode

Na intensieve coronamaanden kampt een meerderheid van de zorgprofessionals met fysieke en mentale klachten. Zorgprofessionals zijn moe, hebben angstgevoelens, piekeren veel en hebben last van slaapproblemen. Dat blijkt uit een peiling van beroepsverenigingen V&VN en de Federatie Medisch Specialisten over de noodzaak van een herstelplan voor de zorg. Ook ruim 1.400 huisartsen en doktersassistenten vulden de peiling in.

‘Voor de huisartsen en hun praktijkteam zijn de afgelopen vijftien maanden ontzettend intensief geweest’, zegt huisarts en waarnemend LHV-voorzitter Carin Littooij. ‘De combinatie van reguliere zorg, zorg aan COVID-patiënten thuis en de vaccinatierondes in de afgelopen maanden hebben hun tol geëist. Dat is zorgelijk, omdat het erg druk is in de huisartsenpraktijken. Dat was al zo voor de coronapandemie en is alleen maar verder toegenomen. In de komende maanden met verwachte inhaalzorg zal de werkdruk ook niet lager zijn.’

De huisartsenzorg is in coronatijden nauwelijks afgeschaald; dit heeft veel gevraagd van huisartsen en hun medewerkers. Als LHV vinden we het daarom belangrijk dat er nadrukkelijk aandacht is voor het herstellen van de medewerkers in de zorg. Daarvoor is tijd nodig, ook al is er een hoop zorg in te halen de komende maanden, dat zal ook in de huisartsenpraktijk te merken zijn.

Met de peiling hebben V&VN en FMS in kaart gebracht wat zorgprofessionals zelf vinden dat nodig is om nu te herstellen. Deze input is de basis van het zorgbrede herstelplan voor de zorg dat momenteel verder wordt uitgewerkt.

Ruim 1.400 respondenten uit de huisartsenzorg

De peiling van V&VN en FMS is ingevuld door ruim zevenduizend zorgprofessionals, waaronder verpleegkundigen en verzorgenden, medisch specialisten, seh-artsen, anesthesiemedewerkers, huisartsen en doktersassistenten. 1.421 respondenten werken in de huisartsenpraktijk, waarvan 50% als doktersassistent, 40% als huisarts en de rest als POH, praktijkverpleegkundige, verpleegkundig specialist of praktijkmanager. Ruim 78% van hen heeft zich in de coronapandemie bezig gehouden met COVID-zorg. 17% is zelf besmet geraakt met COVID-19, van deze groep kon het grootste deel korte tijd (minder dan vier weken) niet werken.

Moeheid, piekeren, geen grip

Van de huisartsen en medewerkers in de huisartsenpraktijk die de peiling invulden blijkt dat een aanzienlijk aantal kampte met fysieke en mentale klachten. En dat een groot deel nu nog steeds klachten ervaart. Met name moeheid (25% ja maar nu niet meer, 51% ja nog steeds), piekeren (27% ja maar nu niet meer, 21% ja nog steeds) en het gevoel geen grip te hebben op de situatie (33% ja maar nu niet meer, 21% ja nog steeds) en angstgevoelens (25% ja maar nu niet meer, 6% ja nog steeds) vallen op. Van de respondenten ervaart 21% op dit moment slaapproblemen, 23% is snel boos of geïrriteerd en 15% heeft concentratie en geheugenproblemen.

Herstellen na de coronacrisis

Wat hebben huisartsen en medewerkers in de huisartsenpraktijk nodig om te herstellen na de coronacrisis? Meest genoemd zijn herstel van de balans werk-privé (40%), (extra) vakantie (33%), andere taken weer kunnen oppakken zoals opleiden en kwaliteit (33%) en werklastverlaging door extra collega’s (30%).

Op de vraag of huisartsen en medewerkers in de huisartsenpraktijk erover denken om het vak te verlaten, antwoordt 29% nee, ik werk met veel plezier en passie. 31% zegt nee en 24% heeft er wel eens over nagedacht. Deze cijfers zijn positiever dan bij respondenten uit andere zorgsectoren. De huisartsenzorg is en blijft een aantrekkelijke sector om in te werken.

Naar het thema coronavirus.

Nieuws over corona

Pas een kleine twee weken aan het werk voor de LHV en in de gesprekken met huisartsen tekent zich al een rode draad af. Voorzitter Mirjam van ’t Veld hoort en ziet de toenemende druk op de huisartsenpraktijk: “De vele, vele telefoontjes, inhaalzorg, het niet rond krijgen van de personele bezetting in de zomer. En niet te vergeten, de tweede vaccinatieronde die ook volop bezig is. Veel huisartsen en de medewerkers zitten echt aan hun taks, dat is duidelijk.”

Mensen die één prik van AstraZeneca hebben gehad, krijgen de keuze of zij voor de tweede prik weer AstraZeneca willen of het vaccin van Pfizer. Mensen die de voorkeur geven aan een tweede prik met Pfizer, kunnen vanaf 16 juli de GGD bellen om een afspraak te plannen. Alle anderen kunnen de geplande afspraak voor vaccinatie door de huisarts gewoon laten staan.

Het ministerie van VWS heeft een handleiding gemaakt voor huisartsenpraktijken, waarin wordt uitgelegd hoe de ‘uitzonderingsroute voor vaccinatiebewijzen’ verloopt en welke stappen u als huisarts kunt zetten als een patiënt bij u aanklopt om een vaccinatiebewijs te krijgen. In dit bericht vindt u deze en andere materialen en vindt u ook tips van de LHV hoe hier in de praktijk mee om te gaan.