Spring naar content

Verzekeraars krijgen hogere tarieven nog niet ingeregeld - NZa trekt tariefbeschikking in

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft aangegeven de aangepaste tariefbeschikking van oktober niet tijdig te kunnen verwerken in hun systemen. De NZa heeft daarom op verzoek van ZN besloten de laatste tariefbeschikking in te trekken, waardoor huisartsen 3 maanden het verschil van 1,69% moeten voorfinancieren. De LHV heeft vol ongeloof gereageerd op de late komst van dit nieuws en het feit dat zorgverzekeraars klaarblijkelijk zelfs in 14 weken niet de noodzakelijke tariefstijging kunnen verwerken.

Op 1 juli jl. heeft de NZa de tariefbeschikking voor 2022 gepubliceerd. De tarieven voor huisartsenzorg stegen met slechts 0,76% (zie ons nieuwsbericht van 9 september voor de toelichting op die beperkte stijging).

Vervolgens heeft de NZa op 3 november jl. een nieuwe tariefbeschikking gepubliceerd. Daarin was een tariefstijging van 2,45% verwerkt. Deze grotere tariefstijging was het gevolg van een hogere indexatie, doordat er extra geld beschikbaar was gekomen voor de middeninkomens in de zorg en doordat er recentere CPB-cijfers voor de indexatie beschikbaar waren.

Onlangs hebben zorgverzekeraars de NZa verzocht deze recente tariefbeschikking weer in te trekken. Wat nu overblijft is de magere stijging van 0.76% die geen recht doet aan de situatie in de praktijk.

Niet mee instemmen

In een brief leggen de verzekeraars uit waarom ze deze tariefbeschikking niet tijdig kunnen verwerken. Ze claimen onder meer nog tot april 2022 nodig te hebben om de aanpassingen te realiseren. Daarmee geven ze pas een half jaar na de motie van 16 september in de Tweede Kamer invulling aan het dringende verzoek om de lonen van het personeel meer marktconform te maken. De NZa heeft besloten gehoor te geven aan het verzoek van de verzekeraars, ondanks dat de LHV, VPHuisartsen en InEen hebben aangegeven hiermee absoluut niet te kunnen instemmen.

Ernstig teleurgesteld

Wij zijn ernstig teleurgesteld. Terwijl van de huisartsenzorg in deze moeilijke tijden continu om flexibiliteit wordt gevraagd, lukt het zorgverzekeraars niet om in 14 weken tijd nieuwe tarieven in hun systemen en contracten te verwerken. Het resultaat is namelijk dat de huisartsen een kwartaal de gestegen praktijkkosten (waaronder gestegen loonkosten) moeten voorfinancieren.

Beloofde loonstijging

De NZa gaat in een nieuwe tariefbeschikking, die pas in gaat op 1 april 2022, wel de hogere tarieven 2022 opnemen en daarbij misgelopen inkomsten over het 1e kwartaal verwerken. De LHV kijkt mee naar de verdere afhandeling en waakt voor aanvullende administratieve lasten. Ook blijft de LHV van mening dat de via de Tweede Kamer beloofde loonstijging, die er voor moet zorgen dat de huisartsenzorg een interessante werkgever is en blijft, snel ingevoerd moet worden. De krapte op de arbeidsmarkt en de druk die deze krapte veroorzaakt bij de praktijken is een blijvende zorg.

Lees meer

Alles over declareren en tarieven vindt u in ons thema.

Nieuws over tarieven

De tarieven voor de huisartsenzorg stijgen komend jaar per 1 januari en daarna nog een keer per 1 april. Waarom 2 keer? Omdat onder andere op ons verzoek extra geld beschikbaar is gesteld voor zorgmedewerkers met een middeninkomen. In dit bericht leest u verdere toelichting en ziet u de nieuwe tarieven.

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft aangegeven de aangepaste tariefbeschikking van oktober niet tijdig te kunnen verwerken in hun systemen. De NZa heeft daarom op verzoek van ZN besloten de laatste tariefbeschikking in te trekken, waardoor huisartsen 3 maanden het verschil van 1,69% moeten voorfinancieren. De LHV heeft vol ongeloof gereageerd op de late komst van dit nieuws en het feit dat zorgverzekeraars klaarblijkelijk zelfs in 14 weken niet de noodzakelijke tariefstijging kunnen verwerken.

De tarieven voor 2022 zijn minder hard gestegen, dan de tarieven voor 2021. Hoe zit dat? In dit bericht leggen we uit hoe de indexering tot stand komt, wat de relatie met het NZa-kostenonderzoek is en hoe de LHV opkomt voor het huisartsenbelang.