Voor en door huisartsen
 

5 vragen - grens huisartsenzorg en langdurige zorg

 

Nagenoeg alle patiënten in uw praktijk vallen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Bij een enkele patiënt kan de hulpvraag zodanig toenemen dat deze onder de Wet langdurige zorg (Wlz) komt te vallen. Over de grens tussen huisartsenzorg en langdurige zorg leven veel vragen bij huisartsen.

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

1. Waar ligt die grens precies?

Wanneer een patiënt intensievere zorg nodig heeft, kan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een indicatie afgeven. U krijgt daarover bericht via Zorgmail. Gaat het om zorg die voldoet aan de criteria van een van de zorgprofielen in de sector Verpleging en Verzorging (voorheen: ZZP VV), dan valt deze onder de Wlz. De patiënt kan deze zorg thuis of in een instelling ontvangen. In het eerste geval blijft u als huisarts voor uw patiënt verantwoordelijk. Wel mag u bij een zestal VV-indicaties een hoger tarief declareren. Gaat uw patiënt voor verblijf en behandeling naar een verpleeghuis, dan neemt de instelling de verantwoordelijkheid voor de huisartsenzorg van u over. U mag voor deze patiënt dan niet meer declareren op basis van de Zvw. Doet u dat wel, dan loopt u het risico op een terugvordering van de zorgverzekeraar.

2. Hoe weet ik of mijn patiënt onder de Wlz valt?

Dat is lastig. Zorgkantoren weten dat, maar ze mogen die informatie (nog) niet met zorgaanbieders delen. Sinds kort geven ze die informatie wel (sneller) door aan zorgverzekeraars. Die weten zo eerder wanneer ze niet meer vanuit de basisverzekering mogen uitbetalen. Het bericht hierover in het voorjaar leidde tot enige verwarring bij huisartsen. Sommige huisartsen dachten dat er iets in de wet- en regelgeving is veranderd. Dat is niet het geval. In de brief staat alleen dat zorgverzekeraars bij een Wlz-opname declaraties onder de basisverzekering sneller zullen tegenhouden (binnen drie maanden).

3. Hoe weet ik dat een instelling de verantwoordelijkheid voor mijn patiënt overneemt?

Eveneens een moeilijk punt. Ook hierover mogen instellingen of zorgkantoren vanuit het oogpunt van privacy niet zomaar communiceren. De LHV is met het ministerie en Zorgverzekeraars Nederland in gesprek over een tussentijdse oplossing. VWS onderzoekt ook of de Wlz kan worden aangepast. Tot die tijd is het advies: vraag de instelling er zelf naar en laat het antwoord schriftelijk bevestigen.

4. Het verpleeghuis vraagt mij de huisarts van een patiënt te blijven, ondanks dat deze onder de Wlz valt. Moet ik dat doen?

De SO of AVG neemt de medische zorg in principe van u over. Kiest u ervoor de zorg zelf te blijven leveren? Maak dan duidelijke afspraken met de instelling: over waarneming en ANW-zorg, en de inzet van een specialist ouderengeneeskunde bijvoorbeeld. Omdat u als ‘onderaannemer’ van de instelling fungeert, moet u ook afspraken maken over de hoogte van uw vergoeding en de manier waarop u betaald krijgt: per visite, per uur of een lumpsum bijvoorbeeld. Daarin bent u helemaal vrij.

5. Mag ik ook voor andere patiënten die intensieve zorg nodig hebben, een hoger tarief rekenen?

Nee, dat is helaas voorbehouden aan de zes profielen in de V&V-sector (kijk voor een omschrijving in de LHV-Declareerwijzer). De LHV onderzoekt wel de mogelijkheden om de bekostiging van intensieve huisartsenzorg uit te breiden.

Vragen? Ad Vermaas is senior beleidsadviseur bij de afdeling Beleid en belangenbehartiging van de LHV. Stel uw vraag via lhv@lhv.nl of via 085 04 80 000.

Bekijk ook: