5 vragen over dissociëren

 

Dissociëren is op z'n zachtst gezegd geen pretje en niemand doet het voor zijn lol. Vijf vragen over waar je op moet letten.

1. Dissociëren, kan het echt niet anders? Een dissociatie is een ingrijpend proces met verstrekkende gevolgen, zowel voor uw eigen praktijkvoering als die van uw maten. Zorg ervoor dat u zeker weet dat het de enige, of beste, oplossing is. Loopt een samenwerking stroef, dan kan het soms nog uitkomst bieden om eerst samen met een onafhankelijke derde te laten analyseren waar dat aan ligt en hoe dat mogelijk op te lossen valt.

2. Het kan echt niet anders. Wat doe ik als eerste? Bepalend voor het hele dissociatietraject is de maatschapsovereenkomst. Daarin heeft u met uw collega’s destijds de afspraken vastgelegd over inhoud en reikwijdte van uw samenwerking en over de gevolgen van een eventuele beëindiging daarvan. Neem het document dus goed door. Willen alle maten de samenwerking met één maat opzeggen – ‘uitstoting’ is de juridische term hiervoor –, dan kan dat alleen als dat expliciet in de overeenkomst is opgenomen. Als dat niet het geval is, kan ontbinding van de maatschap uitsluitend via de rechter worden verkregen.

3. Aan welke aspecten moet ik bij een dissociatie denken? Bij een dissociatie speelt een aantal aspecten een rol. Zo moet er een beslissing worden genomen over de huisvesting: blijven alle maten in hetzelfde pand of gaat er eentje weg? Over de patiënten: neemt de vertrekkende partij patiënten mee of niet en hoe gaat u over de dissociatie communiceren? Over het personeel: wie gaat mee met de vertrekkende maat, kosten dan verdeeld? Over het vermogen: wie mag welke inventaris hebben? Maar ook: hoe wordt het tegoed (of tekort) van de maatschap onderling verrekend? Uw accountant kan behulpzaam zijn bij het opmaken van een eindbalans. Over eventuele fiscale gevolgen moet u overleggen met uw belastingadviseur.

4. Hoe zit het met contracten die de maatschap is aangegaan? Opheffen van de maatschap betekent niet dat aangegane overeenkomsten stoppen. Een maatschap is geen rechtsvorm zoals een BV, maar een collectief van individuen. Tenzij dat anders is afgesproken, zijn zij voor een gelijk deel aansprakelijk. Huurcontracten, arbeidscontracten, overeenkomsten met leveranciers: ze lopen dus gewoon door. Willen de maten allemaal een eigen contract met een partij, dan zullen zij dat moeten aangeven. Formeel moet de contractpartij daarmee instemmen, maar vaak wordt een kennisgeving van de nieuwe situatie gewoon geaccepteerd. Ook met de zorgverzekeraar moeten aparte contracten worden gesloten wanneer de maten uit elkaar gaan.

5. Hoe voorkom ik dat een dissociatie uit de hand loopt? Tegengestelde belangen kunnen een bron van hevige conflicten worden. Zelfs wanneer u niet meer in één praktijk hoeft samen te werken, zult u waarschijnlijk toch genoodzaakt zijn om af en toe contact met elkaar te hebben. Al was het maar omdat u met de ander te maken heeft in (regionale) samenwerkingsverbanden of elkaar op een andere manier tegenkomt. Verstandig dus om ‘on speaking terms’ te blijven. Ook hierbij kunnen onafhankelijke derden een helpende hand bieden. De LHV kan u in contact brengen met mediators die het huisartsenvak goed kennen.

De LHV (Juridische Zaken) kan u ondersteunen met advies, tips, modellen en verwijzingen. Stuur een mail naar jz@lhv.nl.