7 vragen over inzage patiëntendossier

 

Allerlei partijen kunnen bij u (delen van) het medisch dossier van een patiënt opvragen of inzien. Niet alleen de patiënt zelf, maar ook collega-zorgverleners, advocaten of instanties zoals gemeenten, uitkeringsinstanties of arbodiensten vragen tegenwoordig om inzage in het dossier. Wat zijn de regels hiervoor? Hoe geheim is het medisch beroepsgeheim? En wat zijn de rechten van uw patiënt?

1 Wat doe ik als een patiënt zijn eigen dossier wil inzien?

De regel is dat de patiënt inzagerecht heeft en dat u als huisarts in principe aan dat verzoek moet voldoen. Tenminste: als het niet gaat om medische informatie over andere personen en zolang het de privacy van andere mensen niet schaadt. U hoeft nooit persoonlijke werkaantekeningen aan de patiënt te laten zien; die vallen buiten het medisch dossier. U kunt een vergoeding vragen als de patiënt een kopie van het dossier wil hebben, maar alleen voor de kopieerkosten. Richtlijn is dat een afschrift met minder dan 100 pagina’s 0,23 euro per kopie kost, met een maximum van 5 euro. Voor meer dan 100 pagina’s is het maximumbedrag 22,50 euro. Voor het verstrekken van een kopie mag u geen (telefonisch) consult in rekening brengen.

Op de LHV-website staat een voorbeeldtekst voor patiënten over het opvragen van hun dossier. Deze tekst kunt u op uw eigen website plaatsen.

2 Wat doe ik als een zorgverlener medische gegevens van mijn patiënt opvraagt?

Steeds vaker komt het voor dat u het verzoek krijgt om medische informatie uit te wisselen met derden. In veel gevallen komt dit verzoek van andere zorgverleners. In dat geval is de uitwisseling van de gegevens vaak noodzakelijk en (wettelijk) toegestaan. Dat is zeker zo als de zorgverleners deel uitmaken van een behandelteam, zoals de (waarnemend) huisarts, praktijkondersteuner, fysiotherapeut, diëtist (rechtstreeks betrokkenen).

Ook als u een patiënt doorverwijst naar een medisch specialist mag u de specialist relevante medische gegevens over de patiënt verstrekken. Dit mag alleen informatie mag zijn die noodzakelijk is voor de zorgverlener om de patiënt te kunnen behandelen of begeleiden.

U moet uw patiënt wel vertellen dat u zijn gegevens aan collega’s heeft verstrekt en met welk doel. Als uw patiënt bezwaar heeft tegen het delen van zijn gegevens, dan mag u de informatie niet uitwisselen met medebehandelaars, tenzij de zorgverlening daardoor in gevaar komt.

3 Wat doe ik als een niet-zorgverlener een patiëntdossier opvraagt?

U werkt als huisarts steeds meer en steeds intensiever samen met andere instanties. Dat kunnen gemeenten zijn, sociale wijkteams maar ook woningcorporaties, of uitkeringsinstanties. Deze partijen kunnen ook een verzoek bij u neerleggen om het medisch dossier van een patiënt in te zien. Hiervoor is expliciete en gerichte toestemming van de patiënt noodzakelijk, bijvoorbeeld door middel van een door de patiënt ondertekende machtiging.

Bij een dergelijk verzoek, kunt u als volgt handelen:

  • Verifieer of uw patiënt weloverwogen en in volledige vrijheid toestemming heeft verleend. Hierbij is het verstandig om de toestemming in het dossier aan te tekenen of de schriftelijke toestemming aan het dossier toe te voegen. Let op: de toestemming van de patiënt verplicht u niet om de informatie te verschaffen!
  • Beperk u tot het beantwoorden van de gerichte, schriftelijke vragen. Op algemeen geformuleerde vragen of vragen over prognoses geeft u geen antwoord.
  • Bekijk of er sprake is van medische noodzaak. Ook persoonsgegevens vallen onder het beroepsgeheim, dus u mag niet zomaar doorgeven wie er bij u staat ingeschreven. Uitzondering: als het delen van de gegevens nodig is om een ernstig nadeel voor de zorgmijdende patiënt – en eventuele overlast door de patiënt - te voorkomen. Deze zorg noemen we ook wel ‘bemoeizorg’.
  • Maak melding in het dossier met wie u welke gegevens voor welk doel deelt.

4 Moet u de patiënt ‘beschermen’ als u denkt dat een instantie het verzoek onterecht bij de patiënt neerlegt?

Huisartsen zijn soms terughoudend in het verstrekken van het medisch dossier, bijvoorbeeld wanneer het dossier een rol blijkt te spelen in een (v)echtscheiding of uithuiszetting, of als een uitkeringsinstantie of een arbodienst inzage wil. “Instanties vragen steeds vaker aan patiënten of zij een kopie van hun medisch dossier op willen vragen bij hun huisarts”, vertelt huisarts en LHV-bestuurder Carin Littooij. “Maar dit mag helemaal niet zomaar. Instanties horen zich met toestemming van de patiënt rechtstreeks tot de huisarts te wenden en er moet sprake zijn van een ‘gerichte uitvraag’. Het probleem is dat veel patiënten hun rechten niet kennen en zich hiermee in een kwetsbare positie kunnen plaatsen.”

Twijfelt u als huisarts over de verstrekking van de gevraagde informatie, dan is het verstandig dit met de patiënt te bespreken, zegt Littooij. “Natuurlijk mag het recht van de patiënt op inzage nooit uit het oog worden verloren. Maar het verzoek om het dossier in te zien, komt in de helft van het aantal gevallen niet van de patiënt zelf, maar is ingegeven door het verzoek van een instantie. Daarom vragen huisartsen vaak even door. Door dit gesprek te voeren, kunnen huisarts en patiënt tot de conclusie komen dat alleen een relevant deel van het dossier wordt meegegeven, zodat instanties niet méér gegevens krijgen dan strikt noodzakelijk. Ja, dat kunnen mensen als een drempel ervaren. Maar ik vind dat dit onze rol is als adviseur.”

De LHV hoort al langer van huisartsen dat instanties patiënten onder druk zetten om hun medisch dossier op te vragen. Het blijkt ook nu uit de eigen recente peiling: in de helft van de gevallen dat een patiënt zijn dossier opvraagt, komt dit voort uit een verzoek van een instantie. Littooij: “Dat het op deze schaal gebeurt, heeft ons onaangenaam verrast. De komende tijd gaan wij het onderwerp verder onderzoeken door in te zoomen op de vraag om welke instanties het gaat en hoe vaak de situatie zich voordoet. Bovendien willen we hierin samen optrekken met andere artsen- en patiëntenorganisaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, om te zorgen dat gemeenten en hun medewerkers op de hoogte zijn van de regels over het opvragen van medische gegevens.”

5 Mag een zorgverzekeraar een medisch dossier van de patiënt inzien?

Zorgverzekeraars mogen de recht- en doelmatigheid van declaraties checken, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Bij deze ‘materiële controle’ onderzoekt de zorgverzekeraar of u de gedeclareerde prestatie inderdaad heeft geleverd (rechtmatigheid) en of die prestatie de meest aangewezene was (doelmatigheid). Dit mogen verzekeraars al doen sinds 2011, voor de natura- en restitutiepolissen. In het wetsvoorstel dat minister Schippers onlangs naar het parlement heeft gestuurd, staat dat deze bevoegdheid voortaan ook geldt voor niet-gecontracteerde zorg.

In principe geldt hier het medisch beroepsgeheim. Alleen als de zorgverzekeraar aan een aantal voorwaarden voldoet, moet u meewerken aan het verzoek. Die voorwaarden zijn: 

  • als er een duidelijke aanleiding voor de controle is, bijvoorbeeld - als er na het doorlopen van minder vergaande stappen  in het onderzoek (zoals statistische analyses, het stellen van vragen aan de huisarts) nog steeds een vermoeden is van ondoelmatig of onrechtmatig handelen.
  • als de verzekeraar dit vermoeden niet op een andere manier kan verifiëren.

Bovendien geldt dat dan alleen die gegevens mogen worden verstrekt die de verzekeraar nodig heeft voor het kunnen trekken van conclusies over rechtmatigheid of doelmatigheid.

6 Weet de patiënt dat dit gebeurt?

In de huidige situatie niet. De zorgverzekeraar is niet verplicht om te melden dat een medisch dossier wordt opgevraagd en gecontroleerd. Omdat veel betrokken partijen - in de medische wereld én in politiek Den Haag - vinden dat dit niet klopt, is er via een amendement op het wetsvoorstel bepaald dat de zorgverzekeraar de patiënt voortaan achteraf moet inlichten over het opvragen van diens dossier.

7 Wat vindt de LHV van deze regels?

De LHV is absoluut voorstander van de informatieplicht. Alleen: die gaat niet ver genoeg. De LHV had graag gezien dat de zorgverzekeraar de patiënt vooraf om toestemming vraagt om diens dossier in te zien. “Het medisch beroepsgeheim is een cruciaal onderdeel van de vertrouwensrelatie tussen huisarts en patiënt en daarmee mag niet lichtvoetig worden omgesprongen”, zegt Carin Littooij. “De patiënt denkt dat zijn dossier ‘veilig’ is bij de huisarts. Natuurlijk snappen wij dat zorgverzekeraars soms declaraties moeten controleren. Maar om te checken of iemand terecht een dubbelconsult heeft gekregen, vragen verzekeraars wat de klacht was. Dat komt heel dichtbij. Dit zou niet zonder toestemming van de patiënt mogen gebeuren. We zijn dan ook blij dat de Patiëntenfederatie Nederland inmiddels dezelfde mening heeft. We blijven dit punt de komende tijd samen op de agenda zetten. De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog behandelen, dus er is misschien nog ruimte om dit aan te passen.”