Voor en door huisartsen
 

70 jaar LHV: Bestuursleden over hun memorabele moment

 

Het is zondag 4 augustus 1946. Op deze warme zomerdag komt een onbekend aantal huisartsen bij elkaar in het Parkhotel in Amsterdam. Doel van de bijeenkomst is de officiële oprichting van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Met als eerste voorzitter huisarts S. Sturkop. Intussen, precies zeventig jaar later, hebben honderden huisartsen zich als bestuurslid ingezet voor de belangen van alle huisartsen. Geen sinecure, zo schetst bestuurslid Geert-Jan van Loenen. “De belangen van de leden onderling - bijvoorbeeld van praktijkhouder en waarnemer - kunnen recht tegenover elkaar staan. Het blijft daarom een kwestie van voortdurend beraad hoe je zo veel mogelijk recht kunt doen aan íeders belang.”

Soms is het wezen van het huisartsenvak zo in het geding, dat huisartsen massaal en eensgezind van zich laten horen. Bijvoorbeeld in de RAI, waar maar liefst 8000 huisartsen samen komen om te protesteren. Tim Linssen was destijds voorzitter van de Lovah. “Het was een dag die veel saamhorigheid en warmte opriep.” Vier oud-bestuursleden kijken terug op een voor hen memorabel moment uit het zeventig jarig bestaan van de LHV.

Tip: Lees het artikel hieronder of download het artikel als pdf

Download ook het boekje 70 jaar LHV

1986

Willem BogtstraIn 1985 vinden de LHV en de ministeries van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) en Economische Zaken elkaar in een convenant van tien punten. Een daarvan gaat over een nieuwe honoreringsstructuur. De uitvoering van het convenant laat echter op zich wachten. Meer dan 1500 huisartsen komen samen op een demonstratiebijeenkomst in de RAI in Amsterdam. Willem Bogtstra, net een paar maanden voorzitter van het district Friesland, is een van hen.

“Het was een hectische vergadering, die de voorzitter maar moeilijk in de hand kon houden. De toenmalig staatssecretaris van volksgezondheid, Els Veder-Smit, was er ook. In de pauze kwamen we als districtsvoorzitters overeen om de komende week één dag te staken. LHV-voorzitter Hans de Regt was tegen; hij vond dat we dat tegenover de staatssecretaris niet konden maken. In de vergadering die volgde zag ik al die districtsvoorzitters een voor één zwichten voor zijn argumenten. Daarop heb ik op eigen initiatief gezegd: ‘Hoe het ook maar komt, Friesland staakt volgende week.’ Het was een gok; ik had niet meer met mijn Friese collega’s kunnen overleggen. Ik voegde eraan toe: ‘En de bus naar Friesland vertrekt nú.’ Waarop Veder-Smit, die in Leeuwarden woonde, zei: ‘En ik ga niet mee.’

Gelukkig bleek in de bus dat de Friese collega’s achter me stonden. Het wás echt krap voor ons in die tijd. Het beeld van huisartsen is altijd geweest dat ze veel verdienen, en in veel perioden is dat ook wel zo geweest, maar halverwege de jaren tachtig begon het daadwerkelijk te knellen. Ook ikzelf kon in mijn praktijk alles maar net rond krijgen. We hadden al tien jaar geen verhoging van ons inkomen gehad.

Na die bijeenkomst in de RAI moesten we binnen een week een stakingsdag organiseren. We kwamen eerst met het districtsbestuur bijeen en daarna met 120 Friese huisartsen. Tot mijn genoegen wilden ze allemaal meedoen. Natuurlijk was er zowel bij de LHV als bij sommige Friese huisartsen wel wat angst dat we ons loszongen van de LHV. Mijn antwoord daarop was: ‘Mijn vrouw en ik hebben ook weleens wat, maar we zijn nog altijd bij elkaar’.

We kozen voor een patiëntvriendelijke staking: we riepen patiënten op om dinsdag 20 mei niet naar de dokter te gaan. Maar we waren wél aanwezig en wie het nodig had, werd geholpen. Er is vrijwel geen patiënt geweest die hulp nodig had, maar wel verscheidene met bloemen of taart. Het werd eigenlijk best een gezellige dag. Patiënten hadden alle begrip én de actie leverde een hoop publiciteit op.

Een week later organiseerde de LHV landelijk alsnog zo’n actiedag – ze konden natuurlijk niet achterblijven. Alles bij elkaar ontstond er uiteindelijk genoeg druk voor een versnelling in het invoeren van de nieuwe honorering. Accountants lieten ook zien dat de huisarts er financieel absoluut niet florissant voor stond. Al binnen een jaar konden we merken dat onze financiële situatie fors verbeterd was.”

2000

Tineke Slagter-RoukemaVeertien jaar na de eerste massale huisartsenactie herhaalt de geschiedenis zich: de LHV sluit in 1999 een convenant – in dit geval met Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) – maar de uitvoering laat op zich wachten. Het kabinet stelt eerst maar eens een onafhankelijke adviescommissie in. De huisartsen verliezen hun geduld. Aan toenmalig voorzitter Tineke Slagter-Roukema de taak om alle kikkers in de kruiwagen te houden.

“Op 17 oktober 2000 hielden zo’n tweeduizend huisartsen een demonstratie in Den Haag. De situatie dreigde dat zij als voorlopers eisen zouden neerleggen die niet namens alle artsen waren. Als voorzitter vond ik het van groot belang dat we als huisartsen als één groep naar buiten traden. Als je uit elkaar gespeeld kunt worden, ben je nergens. Daarom hebben wij ons als LHV toen wel achter die actie geschaard en heb ik zelf in de demonstratie meegelopen.

In de tijd rond die actie had ik, als kersverse voorzitter, al verscheidene onderhandelingsgesprekken gevoerd. De kosten van de huisarts gingen steeds verder omhoog, maar het inkomen steeg niet mee. De uitkomsten van die gesprekken waren voor het bestuur en de ledenvergadering niet genoeg, waarop we besloten tot een nieuwe demonstratie in de RAI in Amsterdam, op 14 december 2000.

We hadden een draaiboek en rekenden op 2500 huisartsen, maar het werden er bijna 5000. Ze bleven maar komen. Ik zie me nog voor die volle RAI-hal staan, met scanderende huisartsen: ‘Actie! Actie! Actie!’ Een wat vervreemdende situatie voor mij, meer voorstander van een compromis bereiken aan een gesprekstafel.

Aan die onderhandelingstafels merkte ik overigens dat het een groot voordeel was dat ik vanuit mijn eigen ervaring en huisartsenpraktijk kon vertellen over de zaken waar huisartsen tegenaan liepen. Ook in mijn latere werk van 2003 tot 2015 als Eerste Kamerlid en voorzitter van de commissie VWS in de Eerste Kamer, is die ervaring van groot belang geweest.

Vanuit de politiek zag ik ook hoe belangrijk de bijdrage is van organisaties als LHV en KNMG bij het ontstaan van wetsvoorstellen. Zij hebben heel veel goed werk verzet in het meedenken over de praktische uitwerking. En natuurlijk heb je als beroepsgroep zulke vertegenwoordigende organen nodig. Alle Kamerleden, ook ik, kregen brieven van individuele huisartsen die op gesprek wilden komen. Je hebt niet eens tijd om al die brieven te lezen, laat staan op de verzoeken in te gaan. Maar als de LHV bij monde van de voorzitter belet vraagt, neem je dat wél serieus. Mijn ervaring is: in de Eerste en Tweede Kamer wordt er alleen maar naar je geluisterd als je een bondig en duidelijk verhaal hebt én een goede vertegenwoordiger. Dat heeft de LHV altijd prima gedaan.

Het blijft een punt van aandacht om vertegenwoordiger van álle huisartsen te zijn: jong, oud, kritisch, niet-kritisch. Blijf het gezamenlijke belang zoeken en verwoorden, want als je rollebollend over straat gaat, verlies je bij al je gesprekspartners je geloofwaardigheid.”

2005

Geert-Jan van LoenenHet botert niet tussen de huisartsen en minister Hoogervorst, die in 2003 aantreedt als minister van VWS. De minister stelt in 2004 een flinke korting op het budget voor, naast een forse vergroting van de normpraktijk. Bovendien is de komst van de marktwerking in zicht, met de geplande invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006. De vlam slaat in de pan, ditmaal met Twentse huisartsen in de voorste linie, onder aanvoering van Geert-Jan van Loenen, toen lid van de LHV-Ledenraad, sinds 2009 lid van het landelijke LHV-bestuur.

“In 2005 zou ik aftreden als lid van de ledenraad, samen met een andere vertegenwoordiger uit Twente. Zitten we onze tijd uit of gaan we er nog één keer voor? Die vraag stelden we ons in het najaar van 2004. Het laatste natuurlijk. We wilden laten zien wat er gebeurt als je de werkdruk bij huisartsen opvoert en door marktwerking verzekeraars nog meer grip geeft. We besloten patiënten bij de minste of geringste twijfel door te sturen naar de specialist. De eerste maandag werd onze actie nog niet goed herkend, maar woensdagmiddag om 4 uur zagen we Hoogervorst briesen voor de camera. Het spel was op de wagen.

Meteen kregen we de inspectie op bezoek, maar die constateerde geen onregelmatigheden in onze werkwijze en gaf daarmee groen licht voor de actie, die zich vervolgens als een olievlek over het land uitbreidde. Ziekenhuizen noch patiënten klaagden. Acht maanden lang gingen we door, culminerend in een driedaagse staking eind mei 2005. Drie dagen lang leverden we alleen noodzorg.

Een week later, op 6 juni, stonden we met 2500 huisartsen op het Museumplein in Amsterdam, vergezeld van apothekers, verloskundigen en tandartsen. Het was de eerste maandag van de maand en de sirenes loeiden – dat vonden we wel een mooie bijkomstigheid. De massale eedaflegging onder leiding van de LOVAH was een indrukwekkend moment.

Later die zomer kwam het beruchte Vogelaar-akkoord. Dat daarmee alleen de financiering verbeterde en niet de positie van de huisarts, vond ik toen al een verliespunt. De macht is, zoals we vreesden, de afgelopen tien jaar grotendeels bij de zorgverzekeraar komen te liggen.

In 2009 werd ik gevraagd voor het LHV-bestuur. Ik heb een paar weken bedenktijd gevraagd, want ik vond mezelf meer luis in de pels dan bestuurder. Maar tegelijk heb ik me altijd sterk verbonden gevoeld met de LHV als beroepsvereniging. Als je boos bent, kun je beter een luidere stem opzetten dan weglopen.

Vanaf die tijd heb ik me met volle overtuiging bestuurlijk ingezet voor het belang van álle huisartsen, wetend hoe belangrijk luizen in de pels daarbij zijn. De belangen van de leden onderling – bijvoorbeeld van praktijkhouder en waarnemer – kunnen soms recht tegenover elkaar staan. Het blijft daarom een kwestie van voortdurend beraad hoe je zo veel mogelijk recht kunt doen aan íeders belang.”

2011

Tim LinssenMinister Schippers van VWS kondigt in juni 2011 een bezuiniging van liefst 132 miljoen euro aan op de huisartsenzorg. Onacceptabel, vinden de huisartsen, vooral vanwege de manier waarop de bezuiniging vorm krijgt. De minister, die meer programmatische (keten)zorg van de huisartsen verlangde, constateert nu dat het budget daardoor fors is overschreden. Dat wil ze verhalen op de tarieven voor de basiszorg. Voor de LHV is de maat vol. De vereniging nodigt haar volledige achterban uit voor een indrukwekkend actiemoment in de RAI in Amsterdam. Op 6 november 2011 komen daar maar liefst 8000 boze huisartsen samen. Toenmalig LOVAH-voorzitter Tim Linssen krijgt minutenlang applaus voor zijn speech.

“De aangekondigde korting trof ons als huisartsen in opleiding nog niet direct, daarom kon ik goed een verhaal houden op de inhoud. Toch was er ook onder aios veel boosheid en frustratie over zo’n onrechtvaardige korting: betalen voor je eigen succes. Wat betekende dat voor de toekomst van ons vak?

Er zijn wel zo’n tien of vijftien versies geweest van die speech, die ik schreef samen met mijn vaste buddy binnen de LOVAH. Het werd steeds korter en strakker. Met Job Boot, die dagvoorzitter was en veel media-ervaring heeft, heb ik nog één of twee generale repetities gehouden. Al die voorbereiding maakte dat de spanning op de dag zelf meeviel.

Ik was 29. De jeugd heeft vaak wat een scherpere toon en ik kon me dat ook permitteren, omdat ik niet met Schippers om tafel hoefde. Ik vertaalde haar beleidsvoorstellen naar concrete voorbeelden. Ze wilde aanvankelijk bijvoorbeeld dat huisartsen niet meer dan 174 op de 1000 patiënten zouden verwijzen. ‘Moet ik u dan bellen als patiënt 175 met een hartinfarct voor me zit, minister Schippers?’ Beleidsvoorstellen op die manier terugbrengen naar de praktijk, dat sloot aan bij de emotie in de zaal. Dokters waren oprecht geëmotioneerd en eensgezind in wat ze wilden. En dan nog het rake lied van Ernst van der Pasch: ‘Wij zijn de dokter die iedereen kent’ – het was een dag die veel saamhorigheid en warmte opriep. De politiek bleek er ook gevoelig voor. Het leek alsof Schippers de huisartsen daarna iets beter is gaan begrijpen.

De relatie tussen de LHV en de LOVAH was intensief en goed in mijn tijd, en volgens mij nog steeds. Juist omdat de LOVAH een groep vertegenwoordigt zonder grote financiële belangen, is ze een goede partner bij het overbrengen van een inhoudelijke boodschap.

Het afgelopen jaar ben ik betrokken geweest bij een werkgroep van Het Roer Moet Om, opnieuw een heel inhoudelijk verhaal over de positie van de huisarts. Het is goed dat de LHV haar organisatie- en denkkracht onder dit initiatief heeft gezet.

De achterban van de LHV is erg divers, dat maakt het lastig om heel uitgesproken te zijn. Ook over de resultaten van het strategisch-politieke spel dat de LHV speelt, kan ze niet altijd heel expliciet naar buiten treden, want dan voelt de tegenpartij zich gepiepeld. Voor huisartsen op afstand is het daarom soms moeilijk te zien wat de LHV allemaal doet, maar ik heb daar door mijn ervaring vertrouwen in. Ik zie de rol van de LHV vooral op de grote lijnen, waarbij ik zo nu en dan best over mijn eigen belang heen kan kijken. Als het goed gaat met de huisartsenzorg in den brede, dan gaat het ook goed met mij als waarnemer.”

BijlageGrootte
PDF-pictogram Download artikel: 70 jaar LHV2.89 MB
PDF-pictogram Boekje: 70 jaar LHV2.15 MB