Voor en door huisartsen
 

Contractering voor 2019: teleurstellend met een paar lichtpuntjes

 

Wat komt er dit jaar in de contracten met de zorgverzekeraars terug van het hoofdlijnenakkoord dat een halfjaar geleden is gesloten? Teleurstellend weinig, vinden veel huisartsen. Van ‘Meer tijd voor de patiënt’ komt nog weinig terecht en sommige verzekeraars indexeren de vergoedingen niet eens. Er zijn ook een paar lichtpuntjes, met name daar waar de verzekeraar met de huisarts heeft meegedacht.

Tegen de verwachting in werd in de vroege zomer van 2018 tóch een hoofdlijnenakkoord gesloten met de zorgverzekeraars over de huisartsenzorg van 2019 tot 2022. Alle betrokkenen waren hoopvol gestemd over de gemaakte afspraken: meer geld, meer tijd, betere zorg (zie kader: ‘Het hoofdlijnenakkoord: wat is afgesproken?’). Bovendien werd een eis van LHV en InEen ingewilligd: de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat als onafhankelijke partij monitoren in hoeverre de afspraken worden gerealiseerd.

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

Uit een enquête in opdracht van de LHV onder 712 huisartsen blijkt nu echter dat er van die afspraken vooralsnog weinig terechtkomt (zie kader: ‘Wat vindt u van uw zorgcontract?’). ‘De afspraken van het hoofdlijnenakkoord zijn heel goed, zowel inhoudelijk als omtrent de onafhankelijke monitoring. Dat vind ik nog steeds’, zegt LHV-bestuurder Paulus Lips. ‘Maar we zien nu dat het veel te langzaam gaat. De verzekeraars geven zichzelf vier jaar de tijd om de afspraken na te komen, maar het moet sneller. Wij hebben haast, het water staat ons aan de lippen.’

Lips ziet uit naar de monitor die de Nederlandse Zorgautoriteit naar verwachting in april uitbrengt. Daarin worden contracten van alle verzekeraars doorgelicht en staat in hoeverre de afspraken uit het Hooflijnenakkoord terugkomen in het contract van 2019. ‘Daarmee hebben we onafhankelijke, feitelijke gegevens waarmee opnieuw op de deur van de verzekeraar kunnen slaan.’

Regionale overlegteams

De LHV heeft zich de afgelopen maanden ingespannen om de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord gerealiseerd te krijgen, vertelt beleidsmedewerker Robbert Polet. ‘We hebben in de loop van 2018 ervoor gezorgd dat er voor iedere verzekeraar een regionaal overlegteam is namens de huisartsen. Daarmee willen we het gesprek professionaliseren, meer gelijkwaardig maken. De overlegteams worden door de LHV ondersteund, gevoed met informatie en getraind in gespreksvoering. Ze geven aan dat ze zich daardoor een meer volwaardige gesprekspartner voelen tegenover de verzekeraars. Ze zorgen daarmee voor beleidsbeïnvloeding, met als doel dat individuele huisartsen een contract krijgen voorgelegd met meer maatwerkmogelijkheden. Het verschilt op dit moment nog per regio hoever zo’n overlegteam zich heeft ontwikkeld. Uiteindelijk willen we toe naar een gelijksoortige gesprekspartner voor alle verzekeraars, zodat er bij hen gewenning ontstaat in de manier waarop ze met huisartsen in overleg gaan.’

Aan de andere kant van de tafel moet dan wel iemand zitten die in gesprek wíl, zegt bestuurder Lips. ‘It takes two to tango. Met de regionale gespreksteams zijn we een heel eind gekomen, maar met sommige verzekeraars is het gesprek niet goed van de grond gekomen. Veel individuele huisartsen voelen zich daarom nog altijd machteloos tegenover de verzekeraar. Ze krijgen een contract voorgeschoteld en zien geen ruimte om daarover gelijkwaardig in gesprek te gaan.’

Openbreken

Een van de argumenten die verzekeraars aanvoeren om vooralsnog geen ingrijpende veranderingen in het contract door te voeren, is dat ze halverwege een tweejarig contract met een huisarts zitten en pas in het volgende contract echte vernieuwingen willen doorvoeren. Daardoor krijgen huisartsen die een contract hebben bij bijvoorbeeld VGZ de vergoedingen in 2019 niet geïndexeerd. Polet: ‘Een verzekeraar als VGZ zegt: je hebt nu eenmaal getekend voor een contract dat ook voor 2019 is, dus we gaan dat niet tussentijds opbreken. Terwijl CZ wél lopende contracten aanpast en indexeert. Daar zie je dus ook dat de waardering van huisartsen voor hun contract is gestegen in vergelijking met vorig jaar.’

Grauw beeld

Huisartsen gaven in de enquête aan dat ze hun contract met de zorgverzekeraar pas met een 8 of hoger zullen waarderen als de verzekeraar met hen meedenkt. ENO, een kleine verzekeraar in de regio rond Deventer, komt daarbij nog het meest dicht in de buurt. Huisartsen die hun contract met ENO als preferente verzekeraar hebben afgesloten, beoordelen dat met een 7,3 (was vorig jaar 7,5). Polet: ‘ENO is ook de enige verzekeraar die een module voor Meer tijd voor de patiënt heeft afgesloten voor 2019. Huisartsen krijgen de vrijheid in de manier waarop ze die extra ruimte invullen. Dat is een duidelijk lichtpuntje in een verder vrij grauw beeld. Blijkbaar is er onder de ondertekenaars ruis over hoe de vertaalslag van de afspraken er precies uit moet zien en welk tempo die vertaalslag heeft.’

Lips zat aan de onderhandelingstafel van het hoofdlijnenakkoord. ‘Liefst hadden we veel harder afgesproken: wie, wat, wanneer. Daar was geen ruimte voor; dát er een akkoord kwam, was al winst. Maar we hebben wel duidelijk afgesproken dat er regionaal overleg komt over waar de prioriteiten moeten liggen en dat daar als eerste in wordt geïnvesteerd. Dat kan voor de ene regio organisatie en infrastructuur zijn, elders achterstandswijken of juist ouderenzorg. Uit de nieuwste meting blijkt dat dat regionale gesprek nog veel te weinig van de grond is gekomen.’

Niet tekenen

Opvallend is dat veel huisartsen inmiddels aan de LHV vragen stellen over de mogelijkheid om níet te tekenen. Polet: ‘Totnogtoe hebben we vooral geïnvesteerd in de relatie met de verzekeraar. Inmiddels zien wij een voorzichtige trend in de vraag: hoe kom ik van die relatie áf? Huisartsen zijn zich er meer van bewust geworden dat niet-tekenen wellicht ook een optie is, en vragen zich af wat daarvan de gevolgen zijn. Ze zijn op zoek naar meer keuzevrijheid en vragen daarin ook ondersteuning van de LHV.’

Keuzevrijheid en concurrentie tussen verzekeraars in dezelfde regio klinkt wellicht positief, zegt Lips, maar heeft niet zijn voorkeur. ‘Natuurlijk gaan we uitzoeken of er mogelijkheden zijn om met de tweede verzekeraar uit je gebied een contract af te sluiten. Dat kan ertoe leiden dat we verzekeraars dwingen om sneller in beweging te komen. Maar veel liever zou ik zien dat huisartsen met de grootste verzekeraar in hun regio een goed gesprek hebben over hoe ze samen de zorg gaan vormgeven. Bij toenemende polarisering is niemand gebaat. Marktwerking en concurrentie zijn niet de juiste middelen om de grote vraagstukken in de zorg op te lossen. We hebben hier overduidelijk een gedeeld belang aan de orde: het belang van de verzekerden, de patiënten die uiteindelijk de gevolgen van de afspraken ondervinden.’

Dat gedeelde belang wordt door de verzekeraars ‘minder gevoeld’, constateert Lips. De LHV gaat de komende maanden met de uitslag van de meting én de NZa-monitor daarom opnieuw met hen in gesprek. ‘De afspraken uit het akkoord moeten door alle partijen uitgevoerd worden, en dus ook door de verzekeraars. Daar gaan we de komende maanden met VWS en de verzekeraars over in gesprek. Houden verzekeraars zich er dan toch niet aan, dan is het de vraag of we echt wat aan het akkoord hebben en wordt het tijd voor hardere maatregelen.’

Wat vindt u van uw zorgcontract?

De belangrijkste uitkomsten van een enquête in november 2018 over het zorgcontract voor 2019 zijn:

  • Het sentiment rond het zorgcontract is negatiever geworden. De gemiddelde waardering is gedaald van een 5,5 begin 2018 naar een 5,0.
  • Alleen huisartsen die een contract met CZ hebben, waarderen dat iets hoger dan vorig jaar.
  • Met name de contracten van Zilveren Kruis worden negatiever beoordeeld (van 5,0 naar 4,4).
  • Huisartsen willen hun zorgcontract pas een 8 of hoger geven als de verzekeraar met hen meedenkt.
  • Agendering van ‘Meer tijd voor de patiënt’ en ‘Adequate financiering’ kan de zorgcontractering naar een hoger niveau krijgen.
  • Huisartsen vragen om informatie en hulp voor het overstappen naar een andere verzekeraar.

Het hoofdlijnenakkord: wat is afgesproken? 

De belangrijkste afspraken uit het hoofd-akkoord van 2019-2022:

  • Er komt € 471 miljoen extra voor de huisartsenzorg. Het totale budget komt daarmee in 2022 op €4 miljard.
  • Daarnaast komt er € 133 miljoen extra voor specifieke programma’s.
  • Prioriteiten voor de huisartsenzorg zijn: meer tijd voor de patiënt, goede zorg voor kwetsbare groepen, oplossingen voor de ANW-uren, betere organisatie van de eerste lijn en meer ICT-ondersteuning.
  • Meer praktijken krijgen een toeslag voor het werken in achterstandswijken.
  • De NZa gaat monitoren of de afspraken over de prioriteiten worden nageleefd.