Voor en door huisartsen
 

De stelling: Waarnemers willen geen praktijk overnemen

 

Praktijkhouders klagen soms dat er geen opvolgers te vinden zijn, omdat waarnemers liever waarnemen dan de verantwoordelijkheid voor een praktijk op zich nemen. Waarnemers zelf kijken er anders naar. De meesten van hen dromen van een eigen praktijk, maar er staan vaak praktische bezwaren of keuzes in de weg. Drie huisartsen, drie ervaringen.

Tamara Platteel, sinds twee jaar onder meer werkzaam als waarnemer

“Mijn werkweek bestaat uit drie delen. Twee dagen per week werk ik als waarnemend huisarts. Daarnaast werk ik twee dagen op de afdeling Richtlijn en Wetenschap bij het NHG en een halve dag voor het Gelders Antibioticaresistentie en Infectiepreventie Netwerk (GAIN). Dat was voor mij een logische stap, omdat ik in 2014 ben gepromoveerd op antibioticaresistentie. Ik moest kiezen: óf wetenschappelijk en beleidsmatig werk doen óf een eigen praktijk managen. Beide dingen tegelijk wordt erg lastig. Ik heb gekozen voor de wetenschap. Dat past op dit moment beter bij mijn interesses en kwaliteiten. En dat betekent dus ook dat ik voorlopig waarnemer blijf. Als waarnemer zou ik het liefst een vaste plek hebben, zodat er meer continuïteit in het werk zit en ik de patiënten leer kennen.

Een plek in loondienst sluit ik op termijn ook niet uit, want dan heb je continuïteit en zekerheid. Maar het moet in alle gevallen een plek zijn die bij mij past. Ik ben net verhuisd naar Nijmegen en moet hier eerst nog mijn weg vinden. Ik doe op dit moment vooral losse waarnemingen. Er zijn regio’s waar je als arts direct een vaste plek kunt krijgen, maar dan moet je daar wel naar toe kunnen reizen óf verhuizen. Het werk van een partner kan dan een beperkende factor zijn."

Vera Gondrie, bijna in onderhandeling over praktijkovername

“Minder dan een jaar geleden ben ik afgestudeerd. Ik werk gemiddeld twee dagen per week als waarnemer in de regio Noord-Brabant en Gelderland. Daarnaast werk ik twee vaste dagen in de duopraktijk in Geldermalsen waar ik mijn laatste opleidingsjaar heb gedaan. Dat is de praktijk die ik wil overnemen. Althans: ik ga een van de twee huisartsen hier opvolgen. Zeker, ik ben me ervan bewust dat het een grote verantwoordelijkheid is, qua management en beheer. Maar daar zie ik niet tegenop. Een aantal vriendinnen van mij hebben ook net een praktijk overgenomen. Hun verhalen hebben me dus niet afgeschrikt. Bovendien ga ik ter ondersteuning de LHV-cursus Praktijkstart volgen. En het is fijn dat dit een duopraktijk is, want mijn collega in de maatschap zit er dus al langer.

Ik heb er enorm veel zin in, want deze praktijk sluit precies aan bij wat ik zelf met een eigen praktijk zou willen. Nog een paar jaar waarnemen is voor mij geen optie. Je bouwt niets op en je hoort nergens bij. Ik wil juist wel bij een team horen, continuïteit van zorg leveren en patiënten leren kennen. Binnenkort gaan we de onderhandelingen starten. Ik hoop dat ik over een jaar, anderhalf jaar kan beginnen. Dan draaien we de rollen om: ik word praktijkhouder en de huidige praktijkhouder wordt vaste waarnemer. Het is heel mooi dat het zo kan.”

Frederique Ummels, vijf jaar hidha - hopend op assiciatie

“De stelling verdient zeker meer nuance. Ik heb de laatste vijf jaar als hidha in een solopraktijk gewerkt. Toen ik in dienst kwam, zijn er geen harde afspraken gemaakt over de toekomst. Ik had de wens om de praktijk gaandeweg over te nemen, maar daar is niets van terecht gekomen. De praktijkhouder en ik hebben er een tijd over gesproken, maar uiteindelijk verschilden we toch te veel in onze visie op de organisatie van de praktijk en de patiëntenzorg. Ik begrijp het wel. Het is voor een praktijkhouder moeilijk om los te laten wat hij heeft opgebouwd, zeker als de opvolger dingen anders gaat aanpakken. Dus geen verwijt. Maar de les die ik heb geleerd, is dat je zo snel mogelijk concrete afspraken moet maken en niet te lang moet blijven afwachten.

Voorlopig heb ik de droom van een eigen praktijk opgegeven. Dat komt ook omdat ik gevraagd ben om docent huisartsgeneeskunde te worden bij de opleiding geneeskunde van het UMC Utrecht Julius Centrum. Voor mij een geweldige kans om mijn visie verder te ontwikkelen en aan studenten over te dragen. Het betekent wel dat ik op zoek moet naar een nieuwe waarneemklus, want ik kan niet drie dagen als hidha blijven werken. Hooguit twee. Als ik alleen losse diensten kan vervullen, zou ik dat heel jammer vinden. Want je kunt dit vak pas ten volle uitoefenen als je een verbinding met patiënten hebt.”