Digitale inzage: bent u er klaar voor?

 

Over een halfjaar krijgen patiënten recht op digitale inzage in hun dossier bij de huisarts. LHV, NHG en InEen werken via het programma OPEN samen om dat inzagerecht online mogelijk te maken. Veel huisartsen hebben zich inmiddels al aangesloten bij een regionale coalitie van OPEN. Wat moet u zelf doen en welke ondersteuning kunt u verwachten als u meedoet met OPEN? De actuele stand van zaken op een rij.

Tip: lees hier het volledige artikel in PDF

Digitale inzage in het eigen dossier kan de eigen regie van de patiënt bevorderen en past in de maatschappelijke ontwikkeling van steeds verdergaande digitalisering. Dat is de gedachte achter de wet die op 1 juli 2020 van kracht wordt. Patiënten krijgen dan recht op digitale inzage in hun dossier bij de huisarts. In de wet is vastgelegd welke gegevens de huisarts digitaal toegankelijk moet maken voor patiënten (zie kader: ‘Wat kan de patiënt straks zien?’).

OPEN helpt huisartsen en huisartsenpraktijken op drie fronten met de online inzage: techniek, kennis en informatie voor patiënten, vertelt Hanny Schulten. Zij is binnen de LHV verantwoordelijk voor OPEN. ‘Huisartsen die zich aansluiten bij een regionale coalitie van OPEN, zijn ervan verzekerd dat hun HIS tijdig aan de juiste eisen voldoet, kunnen geaccrediteerde scholing volgen en krijgen informatiemateriaal voor patiënten tot hun beschikking. Bovendien hebben we gezorgd dat huisartsen via OPEN een eenmalige vergoeding krijgen.’ Aansluiting bij OPEN is overigens niet verplicht. Huisartsen kunnen er ook voor kiezen om op een andere manier te voldoen aan de nieuwe wettelijke verplichting, maar dan missen ze wel de ondersteuning vanuit OPEN en de mogelijkheid om de vergoeding te declareren.

Aangepast HIS

Het thema leeft duidelijk onder huisartsen, merkt Schulten. ‘Veel huisartsen zijn zich er terdege van bewust dat het inzagerecht eraan zit te komen en bereiden zich daarop voor.’ Een belangrijk deel van de voorbereiding is technisch en gaat vrijwel geheel buiten de huisarts om: alle HIS’en moeten worden aangepast op de mogelijkheid om online inzage te bieden. LHV, InEen en NHG hebben een gebruikersstichting opgericht (LEGIO) die de basiseisen heeft geformuleerd waaraan alle HIS’en moeten voldoen. Die aanpassingen zijn nodig om ervoor te zorgen dat huisartsen aan hun nieuwe verplichting kunnen voldoen. Schulten: ‘HIS-leveranciers bepalen zelf hoe ze die basiseisen vertalen in hun eigen systeem. Zij mogen voor die aanpassing overigens niets in rekening brengen bij de huisarts, want die kosten worden betaald door het ministerie van VWS.

Voor andere elektronische diensten, zoals de mogelijkheid van een e-consult, mogen HIS-leveranciers wél kosten rekenen, want die diensten staan los van de mogelijkheid voor digitale inzage door patiënten. Het is dus aan te raden daar scherp op te letten als de HIS-leverancier met een kostenverhoging komt.’ OPEN houdt zich dus bezig met de huisartsenkant van de online inzage. Hoe patiënten vervolgens die gegevens inzien, is hun eigen keuze. Ze kunnen daarvoor bijvoorbeeld ook een persoonlijke gezondheidsomgeving kiezen die gegevens kan ontvangen vanuit het HIS en vanuit de systemen van andere zorgverleners. OPEN zorgt ervoor dat die connectie werkt. De HIS-leveranciers liggen op schema met hun technische aanpassingen, zegt Schulten. ‘Er is vooralsnog geen enkele HIS-leverancier die denkt de deadline van 1 juli níet te halen. Alle HIS-gebruikers krijgen dus voor die datum een update van hun HIS waarmee ze voldoen aan de wettelijke eisen.’

Regionale coalities

Huisartsen die werken volgens OPEN worden daarin gefaciliteerd door regionale coalities, die daarvoor overheidssubsidie krijgen. Een regionale coalitie wordt gevormd door minstens twee huisartsenorganisaties in een regio – bijvoorbeeld zorggroep, LHV-kring, huisartsencoöperatie of koepel van gezondheidscentra – en bedient minstens 100.000 patiënten. ‘We hebben inmiddels een landelijk dekkend netwerk van 59 regionale coalities’, vertelt Schulten. ‘In veel regio’s maakt de LHV-kring deel uit van de coalitie; in sommige niet. Bijna overal is een zorggroep binnen de coalitie de penvoerder, die het contact met VWS onderhoudt.’ Een overzicht van de regionale coalities staat op de website van OPEN.

De regionale coalities bieden verschillende scholingsmodules aan. ‘De coalities krijgen subsidie voor het aanbieden van maximaal drie modules voor scholing en samenwerkingsprojecten, waarvan ze één module verplicht moeten aanbieden: de basismodule voor het implementeren van de online inzage. Daarnaast kunnen regionale coalities kiezen uit een scholingsmodule voor het stimuleren van patiënten om gebruik te maken van online inzage, een module voor het faciliteren van multidisciplinaire informatie-uitwisseling, een module om het insturen van zelfmeetgegevens van patiënten mogelijk te maken en een module voor regionale samenwerking met MedMij- en PGO-leveranciers.’ De NZa heeft een eenmalige vergoeding van 2,83 euro per patiënt vastgesteld voor het deelnemen aan OPEN gedurende de hele looptijd van het OPEN-programma (tot en met 2022). Om die vergoeding te kunnen declareren, moeten huisartsen voldoen aan vier voorwaarden, somt Schulten op. ‘Je moet deelnemen aan een regionale coalitie van OPEN, scholing volgen via die regionale coalitie, een werkend ICT-systeem hebben dat de online inzage ondersteunt én voorlichting geven aan patiënten over hun inzagemogelijkheden.’

Nulmeting

‘Het overgrote deel van de huisartsen heeft zich inmiddels gemeld bij zo’n regionale coalitie’, zegt Schulten. ‘Maar belangrijk is dat huisartsen ook echt actief gaan deelnemen. Dat houdt in: een verklaring van deelname tekenen én daarbij meedoen aan een nulmeting. Dan pas kan de regionale coalitie subsidie bij VWS aanvragen en echt aan de slag gaan. Pas enkele regionale coalities hebben die subsidieaanvraag kunnen indienen. Er moet dus de komende weken een forse versnelling komen.’ Voor huisartsen die zich hebben gemeld bij een regionale coalitie, maar de deelnameverklaring en nulmeting nog niet hebben ingevuld, is het aan te raden dat nu snel te doen (zie kader: Nulmeting).

Kring heeft belangrijke schakelfunctie

Freek Teller is huisarts in Boxtel en voorzitter van de LHV-kring Noord- Brabant Noordoost. De regionale coalitie in de regio ‘s-Hertogenbosch wordt gevormd door drie zorggroepen en in de regio Oss-Uden-Veghel door een zorggroep en de kring. Zij hebben allen samen één projectmanager aangesteld die de leiding heeft over de implementatie van de online inzage in het gehele kringgebied. ‘Alle huisartsen hebben een oproep gekregen om zich aan te melden bij deze coalities en mee te doen aan de nulmeting. Inmiddels heeft 98 procent dat gedaan. Ik denk dat die mooie score vooral te maken heeft met de goede organisatie vanuit de zorggroepen, met een projectmanager die ervaring heeft in de huisartsenzorg.’ ‘Als LHV-kring zitten wij niet bij de vergaderingen van de regionale coalitie, maar we zijn wel nauw betrokken bij de implementatie van de online inzage. Ik vind dat we als kring daarin ook een belangrijke schakelfunctie hebben tussen de coalitie en de individuele huisartsen. We houden de vinger aan de pols: zijn er knelpunten voor individuele huisartsen? Vooralsnog zijn we die overigens niet tegengekomen. Ook voor waarnemend huisartsen, van wie er in onze regio behoorlijk wat zijn, vervullen we een belangrijke rol. Zij vallen niet onder de zorggroepen, maar zijn wel bij de kring aangesloten. Zij moeten straks ook met de inzage gaan werken. Als kring zorgen wij ervoor dat zij ook op de hoogte zijn.’ ‘Via onze nieuwsbrief houden we mensen betrokken, onder meer met flash votes: vragen die de leden per ommegaande kunnen beantwoorden. Een van de laatste flash votes ging over de stelling ‘Online inzage van de patiënt ondersteunt de huisarts’. Daarmee was 60 procent het eens, 40 oneens.’ ‘Veel huisartsen zien toch nog wel wat beren op de weg als het gaat om inzage. Ze zijn bang voor extra telefoontjes, bijvoorbeeld van patiënten die de uitslagen al hebben gezien voor je ze als huisarts van uitleg en context hebt kunnen voorzien. Zelf kan ik ook wel wat beren op de weg noemen – je wilt bijvoorbeeld geen hypotheekverstrekkers die de patiënt even om de inloggegevens vragen – maar ik verwacht dat verreweg de meeste patiënten verstandig met de online inzage zullen omgaan.’ ‘Digitalisering is onontkoombaar en op de langere termijn in mijn ogen essentieel. Als patiënten iets meer aan zelfmanagement gaan doen, zal dat uiteindelijk de druk op bijvoorbeeld de praktijkondersteuners verlichten. Inzage is één stap; de volgende is bijvoorbeeld dat een patiënt zelf metingen gaat verrichten. Het recht op online inzage zie ik daarom als een stapje in de verdere digitalisering die nodig is om de zorg betaalbaar te houden.’ ‘Ik zou alle huisartsen aanraden om het recht op digitale inzage te regelen door lid te worden van een regionale coalitie. Je hebt de wettelijke verplichting om je dossier open te gaan stellen voor de patiënt en OPEN biedt de gelegenheid om met subsidie en zonder al te veel moeite scholing voor het eigen team en voorlichting aan patiënten te regelen.’

Wat kan de patiënt straks zien?

OPEN zorgt ervoor dat patiënten de belangrijkste informatie krijgen die voor hun actuele zorg belangrijk is. Daarbij gaat het om deze gegevens:

  • Actuele episodes
  • Afgesloten episodes met attentiewaarde
  • Behandeling
  • Profylaxe en voorzorg
  • Actuele medicatie en medicatie-overgevoeligheid
  • Correspondentie
  • Labuitslagen van de laatste 14 maanden
  • E- en P-regels van consulten ná invoering van online inzage

Onder meer persoonlijke werkaantekeningen van zorgverleners en gegevens die de privacy kunnen schaden wanneer naasten van de patiënt meelezen (zoals informatie over soa’s) hoeven niet te worden vrijgegeven.

Nulmeting onder alle aangesloten huisartsenpraktijken

Om in te kunnen spelen op de regionale situatie én te weten wat de uiteindelijke impact is van OPEN, vullen alle deelnemende huisartsenpraktijken een nulmeting in. Die gaat bijvoorbeeld over welk HIS de praktijk gebruikt, of patiënten nu al (enige mate van) digitale inzage hebben en welke faciliteiten de praktijk biedt op het gebied van e-health. Deze nulmeting geeft dus input om het ondersteuningsaanbod van OPEN zo nodig bij te stellen en aan te passen aan regionale behoeftes. Ook kunnen de regionale coalities daarmee laten zien dat ze voldoen aan de subsidie-eisen van VWS.

De meting wordt de komende jaren jaarlijks herhaald. Hanny Schulten, senior beleidsmedewerker bij de LHV: ‘De meting is ook van belang om te weten wat de effecten zijn van OPEN en van online inzage. Groeit het aantal e-consults of online afspraken bijvoorbeeld als mensen hun dossier digitaal kunnen inzien? De metingen geven ons meer inzage in de omgang van patiënten met online inzage en de impact daarvan op de huisartsenpraktijken.’