Dit doet de huisarts in ieder geval wél

 

Wat is de kern van het huisartsenvak?. In een recent verschenen document – het resultaat van een grondig proces met veel betrokkenen – zijn de kerntaken nader omschreven en afgebakend. ‘We hebben nog meer helder willen krijgen waar iedere patiënt bij iedere huisarts op kan rekenen.’

Jenny Heering, huisarts en beleidsmedewerker bij de LHV, was nauw betrokken bij de totstandkoming van Kerntaken in de praktijk, dat eind september werd vastgesteld door de LHV-Ledenraad.

Tip: lees hier het hele artikel als PDF

Vanwaar deze nadere uitwerking?

‘Op de Woudschotenconferentie werd duidelijk dat huisartsen het eens zijn over kernwaarden en kerntaken, maar was er tegelijk behoefte om die taken nader te definiëren: wat is medisch-generalistische zorg dan precies wel en niet, wat houdt zorgcoördinatie in? LHV, NHG, VPH en InEen hebben daarom besloten de kerntaken concreet uit te werken. We hebben met het document dat nu is verschenen, geprobeerd nog meer helder te krijgen waar iedere patiënt van iedere huisarts op kan rekenen. Uiteraard is het niet verboden om als huisarts méér dan dat te doen, maar daar kan ieder een eigen weg in kiezen.’

Hoe is de uitwerking tot stand gekomen?

‘Na de Woudschotenconferentie zijn er werkgroepen gemaakt – waar huisartsen zich voor konden aanmelden – die de vijf kerntaken verder hebben uitgewerkt. In die werkgroepen kwamen allerlei ideeën samen, van een strikte taakopvatting tot een wat lossere lijn. Dat zorgde soms voor pittige discussies, maar uiteindelijk ook voor een gedragen document. Focusgroepen van meelezende huisartsen zorgden vervolgens voor een aanscherping van de tekst. Daarnaast hebben we externe meelezers gehad, uit de huisartsenorganisaties die het initiatief hadden genomen, maar ook van externe partijen als ziekenhuizen en patiëntenorganisaties. Niet om de tekst te beïnvloeden, maar om te kijken of we het helder hadden verwoord. Met name van patiëntenorganisaties kregen we waardevolle input.’

Wat waren hete hangijzers?

‘Een terugkerende vraag was: in hoeverre wil je keihard grenzen stellen aan de taken van de huisarts? Het resultaat is een document waarin staat wat we als huisartsen in ieder geval wél doen. Dit zijn de dingen waar wij goed in zijn en waar onze meerwaarde als huisarts ligt. Voor het overige staat het uiteraard iedere huisarts vrij om, bijvoorbeeld op basis van eigen interesse en tijd, daarnaast ook andere dingen te doen.

Ook inhoudelijke onderwerpen als preventie of de zorg voor bijzondere groepen, zijn stevig bediscussieerd. De uitkomst is dat we ons als huisartsen verantwoordelijk voelen voor de huisartsenzorg. Voor andere hulp kunnen anderen worden ingeroepen, die daar vaak beter in zijn dan wij.’

De recent verschenen LHV Aanbodwijzer laat toch ook zien wat wel of geen taak voor de huisarts is?

‘Klopt. De Aanbodwijzer is een instrument van alleen de LHV dat in de vorm van een stroomschema laat zien welke taak je als huisarts wel of niet op je hoeft te nemen – ook daarvoor geldt: het mág uiteraard wel. De vorm en de totstandkoming verschillen, maar in de kern gaan de Aanbodwijzer en het document Kerntaken in de praktijk over hetzelfde. Er is ook wel enigszins een raakvlak met het lopende ANW-project, al gaat dat meer over de organisatie van de ANW-zorg en het kerntakendocument over de inhoud van de zorg.’

Wat heeft de huisarts aan dit document?

‘Helderheid over wat wel of niet bij het basisaanbod van huisartsen hoort, helpt bijvoorbeeld bij het nadenken over de teamsamenstelling: hoe groot wil je het team laten worden, welke taken moet daar sowieso in onderbrengen en hoe ver wil je gaan met aanvullend en bijzonder aanbod? Daarnaast helpt het document om in gesprekken met andere partijen te verwoorden wat ze wel en niet van de huisarts mogen verwachten.’

Frederieke de Bever, huisarts in Eindhoven

‘Door dit proces kan ik mijn grenzen beter aangeven’

Frederieke de Bever, huisarts in Eindhoven, dacht al voor de Woudschotenconferentie mee over de formulering van kerntaken en kernwaarden. ‘Dit onderwerp gaat me aan het hart. Ik ben sinds 2003 huisarts en zie dat de zorg verandert. De huisarts staat onder druk. Veel vragen komen bij ons terecht, soms is dat onterecht. We leveren prima zorg, maar hoe houden we dat ook de komende jaren behapbaar? We moeten er met z’n allen voor zorgen dat ons prachtige vak prachtig blijft. Een breed gedragen proces om onze kerntaken te formuleren, vind ik daar goed in passen.’

‘Ik was betrokken bij de focusgroep die het begrip “medisch-generalistisch” verder uitwerkte. Heel felle discussies waren er niet. We konden ons allemaal goed vinden in de toevoeging “medisch”. Het staat patiënten natuurlijk vrij om alle vragen aan ons te stellen, maar we blijven wel in de eerste plaats dokters. Hetzelfde zie je terug in de discussies die er over preventie zijn gevoerd: aan preventie werken wij in overleg wel mee, bijvoorbeeld via vaccinaties en bevolkingsonderzoeken, maar op populatieniveau is preventie niet de verantwoordelijkheid van huisartsen. Van de persoonlijke preventie zijn we daarentegen wél, bijvoorbeeld door gesprekken te voeren die gericht zijn op het voorkomen van hart- en vaatproblemen en diabetes. En voor die individuele patiënten mag je in groepsverband natuurlijk best meer doen, zoals beweegprogramma’s, maar het hoeft niet.’

‘Inmiddels weet ik, door mijn ervaring en door mijn betrokkenheid bij dit proces, vrij goed wat op mijn bord hoort en wat niet. We krijgen als huisartsen regelmatig oneigenlijke vragen: even een verklaring tekenen, op verzoek van een werkgever een hepatitis B-injectie geven, iets regelen in het sociaal domein. Nu onze taken afgekaderd zijn, helpt dat mij om in voorkomende gevallen te zeggen: dit is niet voor mij. Ik kan mijn grenzen beter aangeven. Andersom geldt dus ook: ik weet nu ook goed wat wél bij de huisarts thuishoort en wat ik dus hoor op te pakken.’

‘Duidelijkheid betekent overigens niet altijd dat er ook een oplossing is. Van sommige problemen weet ik heel goed dat ze bij de GGZ terecht horen, maar vanwege de lange wachttijden blijven patiënten soms toch nog een tijd bij ons. Een afbakening van onze taken helpt dan in ieder geval om op landelijk niveau ons hard te maken voor verbetering van andere domeinen, zodat problemen niet onterecht bij ons blijven. Op bestuurlijk niveau is dit document daarom ook heel bruikbaar.’

Marlous Koningsveld, huisarts in Utrecht

‘Duidelijkheid over de basis helpt om keuzes te maken over extra’s’

‘Het is goed dat we met z’n allen hebben nagedacht over wat we willen en wat we kunnen waarmaken’, zegt Marlous Koningsveld, huisarts in Utrecht. ‘Wij kennen als huisartsen onze patiënten goed en zijn daarom bereidwillig ze te helpen. Maar er komen veel extra taken op ons af en als we goed willen blijven in wat we doen en willen dat anderen ons daarin serieus nemen, moeten we ook onszelf serieus nemen en keuzes maken.’

‘Deze herijking helpt om onszelf de vraag te stellen of wij wel altijd de aangewezen en de beste persoon zijn om iemand te helpen. In de praktijk merk ik dat regelmatig vragen krijg die naar mijn idee lang niet altijd op het bord van de huisarts horen. Zoals een verzoek voor een verwijzing voor een IQ-test, omdat op de site van de organisatie staat dat het met een verwijzing van de huisarts wordt vergoed.’

‘Helemaal eensgezind over wat onze taak als huisarts níet is, zullen we volgens mij niet worden; gelukkig maar, want dat houdt de discussie en dus ook continue herijking in stand. Daarmee blijft ons vak en onze rol altijd actueel. Het viel me in de werkgroep en de focusgroep op dat we het eerder eens zijn over wat wél onze taak is. Dit document laat voor mij ook zien: we willen en kunnen veel en vinden kiezen best lastig. Ik vind het belangrijk dat we een gezamenlijke visie hebben op wat basishuisartsenzorg is. Over die basis zijn we het eens. Dat helpt om een bewuste keuze te maken in wat je eventueel extra wilt doen.’

‘In de praktijk vind ik dat afbakenen overigens nog best lastig. Wij hebben een nieuwe praktijk en dus allemaal patiënten die bij een andere huisarts vandaan komen. Dat maakt ‘nee’ zeggen soms wel lastiger: mensen denken dat wij per definitie hetzelfde doen als hun vorige huisarts.’

‘Ik zie dit visiedocument als een startpunt. Het zou mooi zijn als er een nog meer concrete en gedetailleerde uitwerking komt die in de dagelijkse praktijk houvast biedt. In het overleg met andere professionals vind ik dit document heel belangrijk: we kunnen teruggrijpen op een behoorlijk heldere afbakening van wat bij de huisarts thuishoort. Dit document is daarmee een mooie basis om lokaal afspraken te maken over samenwerking en het helder krijgen van verantwoordelijkheden. En wellicht helpt het ook voor het maken van afspraken met verzekeraars.’

Pim Keurlings, huisarts in Nijmegen

‘We moeten goed voor patiënten zorgen, maar ook voor elkaar’

Pim Keurlings rondde enkele jaren geleden zijn opleiding als huisarts af en werkt nu in Nijmegen. Hij ziet veel jonge collega’s ‘worstelen met verantwoordelijkheden en twijfelen of ze wel in het huisartsenvak thuishoren’. Voor hem was dat aanleiding zich bezig te houden met de kernwaarden en kerntaken, van de eerste denksessies in 2018 tot en met de focusgroepen van dit voorjaar. ‘In de geneeskunde en in de samenleving zijn we als huisartsen een soort achtervang. “U kunt het altijd nog even bespreken met uw huisarts” – hoe vaak wordt dat niet gezegd? Wij krijgen een grote variatie aan hulpvragen en noodkreten voorgelegd. Dat is inherent aan ons vak, maar het is wel fijn dat deze herijking een kader geeft aan wat wel en niet bij ons hoort. Ik denk dat de beroepsgroep daarmee ook een stap zet om collega’s niet te verliezen. Want als huisartsen moeten we natuurlijk goed voor patiënten zorgen, maar ook voor onszelf en elkaar.’

‘Met dit document zijn we er nog niet. Wij kunnen wel vaststellen wat onze grenzen zijn, maar daarmee is nog niet altijd vanzelfsprekend dat een patiënt elders wél terechtkan, bijvoorbeeld omdat de GGZ lange wachtlijsten heeft. In de focusgroep over terminaal-palliatieve zorg hoorde ik dat de thuiszorg in sommige regio’s niet in staat is goede terminale zorg bij patiënten thuis te regelen en dat patiënten puur om die reden soms naar een hospice gaan. Kortom: wij kunnen wel zeggen waar onze grenzen liggen, maar dat blijven holle uitspraken als de zorg achter die grenzen niet goed is geregeld. Daarom hoop ik dat dit document zorgt voor landelijke vervolgstappen op politiek-bestuurlijk vlak, zodat de zorg van andere partijen beter wordt georganiseerd. Voor de GGZ hebben we al treeknormen, wellicht kunnen die er ook komen voor sociale wijkteams, gemeenten, leefstijlprogramma’s of andere hulp waar je mensen snel naartoe wilt kunnen verwijzen. Anders blijven mensen bij ons aankloppen en komen we alsnog niet toe aan de vastgestelde kerntaken.’

‘In iedere discussie in de focusgroep kwamen we terug bij de kernvraag: zou iedere Nederlandse huisarts dit moeten doen? Sommige huisartsen hebben goede ervaringen met preventie-activiteiten zoals een wandelclub, of ze hechten aan 24-uurs beschikbaarheid voor terminale patiënten. Maar zou iedereen het móeten doen? Nee.’

‘In mijn dagelijks werk merk ik dat ik nu meer houvast heb om soms beargumenteerd te zeggen dat “wij als huisartsen dit niet doen”. Maar ik blijf ermee worstelen dat het vervolgens niet altijd lukt iemand anders aan te wijzen die die taak wél doet, en goed.’

‘Kerntaken in de praktijk’

Het document Kerntaken in de praktijk is de uitkomst van een proces dat al begon voorafgaand aan de Woudschotenconferentie van 2019. Daar werden de kernwaarden en kerntaken van de huisartsenzorg opnieuw vastgesteld. De partijen achter het document gaan hierna aan de slag met herziening van de toekomstvisie op de huisartsenzorg; de huidige Toekomstvisie Huisartsenzorg beslaat de periode tot 2022.