Een tientje per patiënt houdt de huisartsenzorg overeind

 

In coronatijd wil niemand zorgen over de continuïteit van huisartsenpraktijken. Daarom hebben de LHV, VPHuisartsen en InEen alles op alles gezet om vroegtijdig afspraken te maken over financiële steunmaatregelen, bedoeld voor alle huisartsen. Want iedereen is hard nodig, zeker wanneer de reguliere zorg weer op gang komt.

Lees hier het hele artikel als pdf

De eerste prioriteit was het opzetten van goede coronazorg, na de uitbraak van het virus. Maar toen de reguliere zorg tegelijkertijd bijna stilviel, voorzagen de LHV, VPHuisartsen en InEen meteen dat dit grote effecten zou hebben op de financiële bedrijfsvoering van huisartspraktijken. In een peiling op HAweb werd dat bevestigd. Veel huisartsen zagen een groot omzetverlies aankomen, terwijl ze tegelijkertijd extra kosten maakten voor coronazorg.

'We hebben meteen aan de bel getrokken bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de zorgverzekeraars. Want financiële zorgen mogen geen hindernis zijn voor huisartsen om zich in te zetten voor de zorg die in de crisis nodig was en is', vertelt LHV-directeur Paul van Rooij. 'De zorgverzekeraars en de NZa zagen dat belang ook. Alle partijen hebben zich constructief opgesteld en er keihard aan gewerkt om de maatregelen uit te werken.'

Omdat de huisartsen er vroeg bij waren, waren zij de eerste sector die concrete afspraken maakte met verzekeraars en de NZa om de financiële gevolgen van de crisis te beperken.

Compensatie

De afgesproken steunmaatregelen zijn generiek van aard, om zo snel mogelijk zekerheid en duidelijkheid te scheppen voor alle huisartsen. Van Rooij: 'De belangrijkste maatregel is de nieuwe module voor corona met een vergoeding van 10 euro per patiënt. Dit bedrag zal ongetwijfeld voor de ene praktijk net wat te weinig blijken te zijn en voor de ander net wat te veel, maar we voorkomen in ieder geval dat praktijken op korte termijn in financiële problemen komen. Bovendien weet iedereen zo waar hij aan toe is. We gaan kijken hoe het in de praktijk uitpakt en welke maatregelen in het derde kwartaal nodig zijn.'

Nu er financiële duidelijkheid is, dringt de LHV er bij de praktijkhouders op aan om waarnemers en ander zorgpersoneel in dienst te houden. 'We hoorden van verschillende kanten dat contracten met waarnemers zijn opgezegd. Dat is dus niet nodig en zelfs onwenselijk, want deze financiële regeling is er om verlies van inkomsten te compenseren. Onze oproep is: zorg dat de huisartsenzorg op sterkte blijft. Want heel veel zorg die nu is uitgesteld, komt straks weer op de huisartsen af. Hou elkaar dus vast.'

Financiële zekerheid

Ad Vermaas is een van de LHV-beleidsmedewerkers die virtueel met de zorgverzekeraars en de NZa om tafel zaten. 'Het is ons gelukt om overeenstemming te bereiken over verschillende steunmaatregelen. Het gaat zowel om compensatie voor extra kosten als om compensatie voor inkomstenderving. Het was voor de LHV heel belangrijk om onze leden voor het begin van het nieuwe kwartaal, 1 april dus, duidelijkheid te kunnen geven. Dat is grotendeels gelukt, al zijn de definitieve afspraken pas later getekend en zijn de afspraken over co-ronaposten ook wat later gemaakt.'

Naast de 10 euro per patiënt die via een nieuwe module kan worden gedeclareerd, zijn er nog drie steunmaatregelen afgesproken voor huisartspraktijken. 'Voor visites aan patiënten die (mogelijk) besmet zijn met het coronavirus mag je het tarief voor intensieve zorg declareren. Verder kan het zo zijn dat huisartsenpraktijken in deze tijd niet aan de voorwaarden kunnen voldoen voor de declaratie van ketenzorg- en moduletarieven. Er is afgesproken dat daar niet op wordt gehandhaafd. En als praktijken ondanks deze maatregelen toch in financiële problemen komen, kunnen ze zich bij hun preferente zorgverzekeraar melden voor specifieke oplossingen. Deze steunmaatregelen worden uitgekeerd aan praktijken, maar zijn dus ook bedoeld om de werkgelegenheid voor waarnemend huisartsen, gedetacheerde medewerkers en personeel in loondienst te behouden.'
Er zijn aparte steunmaatregelen afgesproken voor de huisartsenposten en voor de tijdelijke coronaposten, of die nu door huisartspraktijken of door een huis-artsenpost zijn opgezet (zie kader Het financiële pakket voor de huiartsenzorg).

Derde kwartaal

De generieke afspraken sluiten niet altijd aan bij de werkelijkheid van de praktijken, erkent Vermaas. 'Toch is dit als tijdelijke oplossing het best. Het voordeel van generieke maatregelen is namelijk dat ze snel kunnen worden uitgevoerd, zonder administratieve rompslomp of toetsing. Daarmee verschaffen we dus meteen zekerheid en voorkomen we dat huisartsen zich zorgen maken over de vraag of ze hun personeel kunnen betalen de komende maanden.'

Gedurende het tweede kwartaal wordt aan de hand van declaratiedata nauwlettend gevolgd wat de daadwerkelijk gederfde inkomsten zijn. Ook wordt geïnventariseerd welke extra kosten zijn gemaakt. Vermaas: 'We hebben in een vroeg stadium van de coronacrisis aannames moeten doen over de kosten en inkomsten, om uitbetaling van het tientje in april geregeld te krijgen. We gaan dat nu toetsen en vervolgens bekijken wat er in het derde kwartaal nodig is.'

Het financiële pakket voor de huisartsenzorg

Maatregelen voor huisartsenpraktijken

  • Voor visites aan patiënten met corona(verschijnselen) mag het tarief voor intensieve zorg gedeclareerd worden.
  • Voor de dekking van extra kosten en de continuïteit van de bedrijfsvoering kunnen alle huisartsenpraktijken eenmalig 10 euro per patiënt in rekening brengen.
  • Mogelijk kunnen huisartsenpraktijken in deze tijd niet voldoen aan de voorwaarden voor declaratie van moduletarieven en ketenzorgtarieven; daar wordt niet op gehandhaafd.
  • Praktijken die ondanks bovenstaande maatregelen in de financiële problemen komen, kunnen zich melden bij de preferente zorgverzekeraar.

Maatregelen voor huisartsenposten (ANW-zorg)

  • Huisartsen die vanwege corona extra worden ingeroosterd, krijgen een opslag van 15 euro op de normale uurvergoeding van 78 euro.
  • Het maximale budget van huisartsenposten (110 procent) mag tijdelijk worden overschreden vanwege extra gemaakte kosten in verband met corona.

Maatregelen voor tijdelijke coronaposten

  • Als de zorg overdag vanuit een huisartsenpost of een regionaal samenwerkingsverband wordt geleverd, mag voor een patiënt het passantentarief in rekening worden gebracht.
  • Bij de coronaposten die huisartsenpraktijken zelf hebben ingericht, mag eveneens het passantentarief in rekening worden gebracht. Maar als de patiënt door de eigen huisarts wordt gezien, gelden de gewone consulttarieven.
  • De benodigde huisartsencapaciteit op een coronapost wordt in principe niet aanvullend vergoed. Uitgangspunt is dat een huisarts per normpraktijk gemiddeld 1 dag per 2 weken op de post werkt. Mocht onverhoopt meer inzet van huisartsen nodig zijn boven dit gemiddelde, dan wordt deze inzet van extra uren vergoed als corona-meerkosten.
  • Resterende kosten worden onder voorwaarden door de zorgverzekeraar verrekend met bestaande budget-afspraken van de huisartsenpost of het regionaal samenwerkingsverband of kunnen bij de regionale O&I-organisatie worden gedeclareerd.

Meer weten over de financiële maatregelen in verband met de coronacrisis? Raadpleeg de geactualiseerde LHV Declareerwijzer 2020 of kijk op www.lhv.n/corona.

 

Nathalie van Schoonhoven, zorginkoper huisartsenzorg CZ:

‘De zorg die nodig is, moet geleverd kunnen worden’

Zorgverzekeraars hebben er een groot belang bij dat huisartsenpraktijken overeind blijven. Daarom staat CZ-zorginkoper Nathalie van Schoonhoven vierkant achter de financiële steunmaatregelen.

'De grote uitbraak van het virus is vooralsnog uitgebleven, maar het was terecht dat de zorg zich daar wel op heeft voorbereid. Ook de huisartsenzorg. Huisartsen zitten in de frontlinie van de zorg en hebben vaak het eerste contact met patiënten.
We kregen bij de zorgverzekeraars al snel signalen binnen van huisartsen die hun inkomsten zagen dalen doordat de reguliere zorg bijna stilviel, terwijl ze wel extra kosten maakten voor coronazorg. We begrepen meteen dat daar een oplossing voor moest komen, want het laatste wat we willen is dat huisartsenpraktijken door deze crisis omvallen of dat waarnemers massaal worden ontslagen. De zorg die nodig is, moet geleverd kunnen worden. Dat geldt voor de coronazorg, maar ook voor de reguliere huisartsenzorg, als die straks weer op gang komt.
Omdat snelheid noodzakelijk was, zijn we tot generieke steunmaatregelen gekomen. Het is logisch dat die maatregelen niet precies bij elke praktijk passen. De ene praktijk heeft meer kosten of inkomsten, de andere minder. Maar het doel was dat huisartsen rustig adem konden halen en geen financiële zorgen hoeven hebben.

Natuurlijk moeten we het komende kwartaal kijken wat de echte kosten zijn en waar de gaten vallen, om te zien wat er voor het derde kwartaal aan compensatiegelden nodig zijn. Vooralsnog moeten we er rekening mee houden dat het virus aanwezig blijft en dat dit impact zal hebben op de reguliere praktijkvoering. Er gaan dingen veranderen."