Ella Kalsbeek, voorzitter LHV: 'De rek is eruit'

 

Veel huisartsen lopen tegen hun grenzen aan. Toch vinden de meeste huisartsen hun vak nog steeds het mooiste van de wereld. Maar vinden komende generaties artsen dat ook? Is het tijd om de alarmbel te luiden of moeten de mooie kanten van het vak sterker gepromoot? Of allebei? LHV-voorzitter Ella Kalsbeek over de grote zorgen rond de huisartsenzorg.

Op de vrouw af: hoe gaat het volgens u met de huisartsen?

'De situatie is zorgelijk. Wat ik van iedereen hoor, is dat de werkdruk enorm hoog is. Ik hoor huisartsen steeds vaker zeggen dat zij het op deze manier niet lang meer aan kunnen. De mensen en middelen die beschikbaar zijn voor de huisartsenzorg, groeien niet evenredig mee met de taken die erbij zijn gekomen. De rek is eruit.'

Tip: download het gehele artikel als PDF

In het hoofdlijnenakkoord zijn toch afspraken gemaakt om de knelpunten op te lossen?

'Inderdaad. We hebben in 2018 afspraken gemaakt met de minister, de zorgverzekeraars, andere eerstelijnsorganisaties en de patiëntenfederatie. Het uitgangspunt was De juiste zorg op de juiste plek. Ook zou er meer tijd komen voor de patiënt. Er is extra geld voor de huisartsenzorg beschikbaar gesteld, onder meer voor de zorg voor kwetsbare groepen, oplossingen voor de ANW-zorg, meer ICT en een versterking van de organisatie van de eerstelijnszorg. Het idee was dat de oplossingen vooral regionaal zouden moeten worden bedacht, omdat de aard van de problemen per regio verschilt en daarom maatwerk vraagt. We moeten alleen constateren dat er in de praktijk veel te weinig gebeurt –op een paar uitzonderingen na.'

Hoe kan het dat er zo weinig gebeurt?

'Door een gebrek aan menskracht, stuurkracht en organisatiekracht. De zorg is een ongelooflijk complexe sector, dat weten we allemaal. Er zijn heel veel partijen bij betrokken. Het begint al met de vraag wie het initiatief moet nemen. De zorgverzekeraars hebben een regisserende rol, als niemand anders die rol neemt. Zij moeten ervoor zorgen dat de zorg in hun regio goed georganiseerd is en moeten met alle betrokkenen om tafel gaan zitten. Maar niemand heeft de bevoegdheid of het gezag om te zeggen: vanaf nu gaan we het zo doen. Zelfs de minister voor Medische zorg niet. Hij kan slechts inventariseren wat er in welke regio’s gebeurt en vragen wat regio’s nodig hebben om tot oplossingen te komen.'

Ontstaan hierdoor de schrijnende voorbeelden waarmee Het Roer Moet Om onlangs kwam, van wanhopige huisartsen en patiënten die tussen wal en schip vallen?

'Kwetsbare patiënten zijn de dupe van de huidige situatie waarin tekorten aan personeel, scheve financiering, wachtlijsten en gebrek aan samenhang tussen zorginstellingen aan de orde van de dag zijn. Elke huisarts herkent deze praktijkvoorbeelden, en daarom steunen wij vanzelfsprekend als LHV het pleidooi van het actiecomité Het Roer Moet Om: er moeten oplossingen komen, om wachtlijsten en patiëntenstops te voorkomen. Het is hoog tijd dat de verantwoordelijken voor dit systeem alles op alles zetten om aan deze schrijnende situaties een einde te maken.'

Wat gaat de LHV eraan doen om de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord toch gerealiseerd te krijgen?

'Die vraag krijg ik natuurlijk vaak en ik begrijp de vragenstellers. Wij volgen de naleving van het hoofdlijnenakkoord natuurlijk nauwgezet en komen daar keer op keer op terug. Maar we moeten ook onderkennen dat er in de zorg, ook in de huisartsenzorg, sprake is van een veelkoppig monster. Te weinig professionals, geen goede spreiding van de professionals, organisaties die niet goed genoeg samenwerken, nog steeds veel te veel regeldruk, enzovoort enzovoort. Iedereen die verwacht dat de LHV dit snel en volledig kan oplossen vergist zich. Het is taai volhouden. Wij zijn aanjager, we signaleren, we zorgen ervoor dat de problemen van de huisartsenzorg én mogelijke oplossingsrichtingen hoog op agenda staan, bij de minister, de politiek en de zorgverzekeraars. En dat doen we zoveel mogelijk samen met anderen. Eind oktober hebben we samen met acht andere organisaties een Hartenkreet gedaan: een oproep aan de politiek om de huisartsen te steunen, zodat de huisartsenzorg toegankelijk blijft voor alle Nederlanders en het een aantrekkelijke sector blijft om in te werken. Het is onze taak om alle partijen te wijzen op de gemaakte afspraken. Het lijkt erop dat iedereen denkt dat de huisarts alle gaten in de zorg wel opvult. Dat laten wij niet gebeuren.'

Zou het helpen als de huisartsen massaal naar het Malieveld trekken?

'Misschien wel, want dat genereert nu eenmaal aandacht. Aan de andere kant: er zijn geen simpele oplossingen; met een zak met geld zijn we er niet. Het probleem zit ook niet alleen bij de huisartsenzorg, de hele zorgsector moet aan de slag om in alle regio’s de knelpunten op te lossen.'

Even over de pilots ‘Meer tijd voor de patiënt’. Overal waar die pilots zijn, zijn patiënten en huisartsen er blij mee. Waarom worden ze niet over het hele land uitgerold?

'Dat is een heel goede vraag. Uit de pilots blijkt dat niet alleen de tevredenheid van de patiënt stijgt en dat het aantal verwijzingen afneemt. Deze manier van werken is ook zo belangrijk omdat het werkplezier van de huisartsen stijgt. Maar de zorgverzekeraars zijn er kennelijk nog steeds niet van overtuigd dat dit de weg is. Er is zelfs vrees dat ziekenhuizen in een regio omvallen als huisartsen minder patiënten naar de tweede lijn verwijzen. In Afferden weten ze daar alles van. Daar moeten huisartsen zelfs weer meer naar het ziekenhuis gaan verwijzen. Een bizarre situatie. We hebben met z’n allen afgesproken dat we de juiste zorg op de juiste plek willen bieden. Zo dicht mogelijk bij de patiënt. Dan moet je de eerstelijnszorg dus versterken en het geld dat voor de eerste lijn beschikbaar is niet gebruiken om de gaten in de financiering van de tweede lijn te dekken.'

Zijn er nog wel voldoende huisartsen om andere manieren van werken zoals Meer tijd voor de patiënt in de praktijk te brengen?

'Het is natuurlijk waar dat we met huisartsentekorten te maken hebben. Eerst waren het vooral de krimpregio’s, maar nu zien we overal in het land tekorten aan huisartsen ontstaan. Dat wordt nu ook echt erkend. Het Capaciteitsorgaan dat onderzoek doet naar de capaciteit van professionals in de zorg en de benodigde instroom in de opleidingen, heeft de minister het advies gegeven om het aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen fors te verhogen. Dat gaat zeker gebeuren, maar het duurt wel een paar jaar voor dat gaat helpen. Het huisartsentekort heeft voor ons hoge urgentie. Vanwege de gevolgen voor patiënten, maar ook omdat als de werkdruk niet vermindert, op den duur niemand meer huisarts wil worden. In de pilots met Meer tijd voor de patiënt zien we overigens dat naast inzet van meer huisartsen ook andere inzet van personeel en het anders organiseren van de praktijk verschil maakt.'

De LHV is bezig met een onderzoek ‘hoe de huisarts van nu wil dokteren’. Gaat dat ook helpen?

'Het doel is om erachter te komen hoe huisartsen van nu in hun vak staan. Wat ze belangrijk vinden, hoeveel dagen ze willen werken. Of en hoe lang ze waarnemer willen blijven, in loondienst werken of praktijkhouder willen worden en wat daarvoor de randvoorwaarden zijn. Er zijn allerlei gedachten en beelden over, maar we willen weten hoe het echt zit, zodat we daar beleid op kunnen maken. Het gaat erom dat we alles doen wat mogelijk is om de huisartsenzorg zo in te richten dat het vak aantrekkelijk is en blijft. Stel dat een groeiende groep huisartsen zegt dat ze graag een praktijk zouden willen overnemen, maar opzien tegen alle sores eromheen, dan moeten we er voor zorgen dat bijvoorbeeld de regionale huisartsenorganisaties meer organisatorische en managementtaken overnemen.'

Is de LHV zelf voorbereid op de veranderingen in de huisartsenzorg? Gaat zij mee met de tijd?

'Daar zijn we heel hard mee bezig. De vereniging is in beweging. We zien dat het aantal niet-gevestigde huisartsen toeneemt en het aantal gevestigde huisartsen afneemt. Dat leidt tot nieuwe vragen en discussies, bijvoorbeeld over de verdeling van de ANW-zorg, maar ook over de ledentarieven en over de vertegenwoordiging van leden in besturen. De LHV is er voor alle leden. Alle leden moeten een stem hebben, en het is terecht dat leden daar over beginnen. Om voor alle leden van betekenis te blijven, hebben we nieuwe vormen nodig, want het aantal mensen dat trouw naar kringvergaderingen gaat, neemt af. En we moeten ervoor zorgen dat de besturen een goede afspiegeling zijn van de leden die zij vertegenwoordigen. Maar het belangrijkste is dat we samen blijven optrekken. Huisartsen moeten zich niet uit elkaar laten drijven, zeker niet nu de druk zo groot is. Begin dit jaar zijn in Woudschoten de kernwaarden van de huisarts opnieuw vastgesteld. Daar hebben duizenden huisartsen over meegedacht. Op die kernwaarden is iedereen aanspreekbaar. We staan sterker als we samen naar oplossingen voor knelpunten zoeken. En zeker als we dat samen met andere eerstelijnsorganisaties doen.'

Wat kunnen huisartsen zelf doen?

'Ik denk dat elke huisarts in zijn eigen regionale huisartsenorganisatie het gesprek kan aangaan over hoe de zorg in de toekomst geregeld moet worden. Een voorbeeld: iedereen weet dat er veranderingen aan zitten te komen wat betreft het langdurig kunnen inzetten van waarnemers. Langdurige vaste waarneming voor dezelfde praktijk wordt dan fiscaal veel risicovoller, zowel voor de waarnemer als voor de praktijkhouder. In theorie is dit fiscaal nu overigens ook al tricky, maar de Belastingdienst handhaaft nu niet. Vanaf 1 januari 2021 gaan zij dat, zoals het nu lijkt, wel doen. Ze nemen daarvoor veel extra personeel aan. Misschien is dit de gelegenheid om een waarnemer in dienst te nemen of een maatschap aan te gaan. En het is een goede gelegenheid om samen na te denken over nieuwe vormen van samenwerken. Misschien zijn er op regionaal niveau oplossingen te bedenken, waardoor een regio aantrekkelijk blijft of juist aantrekkelijker wordt voor waarnemers. Dan doe je meteen ook iets aan het huisartsentekort.'

En een eigen politieke partij oprichten, zoals de oprichters van NLBeter hebben gedaan?

'Zo’n initiatief laat zien dat het water aan de lippen staat. Het is weer een signaal dat het anders moet. De LHV zit met alle partijen aan tafel en kan op die manier ook signaleren en agenderen. Een beweging als Het Roer Moet Om is ook heel effectief gebleken, zonder een politieke partij te worden. Wij versterken elkaars boodschap. Als huisartsenorganisaties blijven we die boodschap er bij de politiek inhameren. Het huisartsenvak is een prachtig vak; dat moeten we zo houden, maar dat gaat niet vanzelf.'