Gevolgen Wet DBA: Toekomstige zzp-wetgeving gaat alle huisartsen aan

 

Of de opvolger van de Wet DBA er komt of niet, in alle gevallen worden waarnemingen die langer dan een jaar duren risicovoller. Voor de huisartsenzorg heeft dat grote gevolgen, want veel waarnemers hebben een ‘vaste’ waarneemplek. LHV-jurist David Renkema legt uit hoe het zit met de nieuwe wetgeving en waar u als praktijkhoudend of waarnemend huisarts rekening mee moet houden.

Tip: lees hier het volledige artikel over de wet DBA in PDF.

Hoe zit het met de vervanger van de wet DBA?

De plannen van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) houden in dat de zzp-markt wordt verdeeld in drie categorieën: de onderkant van de arbeidsmarkt, de bovenkant van de arbeidsmarkt en de laag ertussenin.

Om de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen, mag het minimum-uurtarief voor zzp’ers niet lager zijn dan 16 euro. Dat wordt vastgelegd in de Wet Minimumbeloning Zelfstandigen.

De groep aan de bovenkant betreft zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen. Ook hiervoor wil Koolmees een aparte wet maken: de Wet op de Zelfstandigenverklaring.

De middengroep zit ertussenin met een uurtarief tussen de 16 en 75 euro. Hiervoor blijft de oude wetgeving gelden, aangevuld met een ‘webmodule’ om de gezagsrelatie te toetsen.

Verder moeten álle zzp’ers op grond van de Wet Minimumbeloning Zelfstandigen via een offerte vooraf én met urenoverzichten achteraf aantonen dat hun tarief daadwerkelijk boven de 16 euro zit. De opdrachtgever moet dit controleren. Dit brengt dus administratieve lasten met zich mee.

Hoe zit het straks met de gezagsrelatie?

De groep aan de bovenkant mag maximaal één jaar voor een opdrachtgever werken, zonder dat de Belastingdienst toetst of er sprake is van een gezagsverhouding. Na dat jaar kan die toets wel plaatsvinden. Opdrachten mogen alleen buiten loondienst worden uitgevoerd als er geen sprake is van een gezagsverhouding. Is die er wel, dan kan de opdrachtgever (met terugwerkende kracht) worden aangeslagen voor sociale premies.

In de middengroep blijft de toets: wel of geen gezagsverhouding. Daar wordt op dit moment een aanvullend instrument voor ontwikkeld: de webmodule. Dit is een vragenlijst waarmee je kunt toetsen of de opdracht door een zzp’er mag worden uitgevoerd. Die webmodule lijkt echter ongeschikt voor de zorg. Waarschijnlijk blijven de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten die met de LHV-contractengenerator kunnen worden gemaakt, nog steeds bruikbaar.

De goedkeuring van de Belastingdienst geldt voor een modelovereenkomst voor de duur van een jaar. In de praktijk worden overeenkomsten vaak van jaar tot jaar verlengd. De verwachting is dat de Belastingdienst bij toekomstige controles in die gevallen toch kritisch gaat kijken of er sprake is van een gezagsrelatie. Als een waarnemer is ingebed in de organisatie, meedoet met vergaderingen en meedraait met vakantieroosters, zijn dat voor de Belastingdienst al tekenen van een gezagsrelatie. En bij de meeste ‘vaste’ waarnemers is dat het geval.

Worden deze plannen wetgeving?

Het conceptvoorstel is via een internetconsultatie aan de samenleving voorgelegd. Er is veel kritiek op gekomen, ook van de werkgevers- en werknemersorganisaties in de Stichting van de Arbeid, vanwege de administratieve last die de wet veroorzaakt. Ook de LHV heeft op het voorstel gereageerd, samen met de KNMT, de Federatie Medisch Specialisten en VvAA. Wij hebben aangegeven dat het voorstel te weinig rekening houdt met zorgspecifieke aspecten, waardoor er grote knelpunten in de zorg kunnen ontstaan. Alle reacties worden nu door het ministerie van SZW bekeken en verwerkt. Gelet op de kritiek is het de vraag wat er van het concept-voorstel overblijft.

En wat als de nieuwe wetgeving er niet komt?

Ongeacht of de nieuwe wetgeving er wel of niet komt, zal de Belastingdienst vanaf 2021 strenger gaan controleren. Gelet op de criteria die de Belastingdienst hanteert, kan zij bij vaste waarneming mogelijk toch de conclusie trekken dat er een gezagsverhouding is. Dit kan grote financiële gevolgen hebben voor de opdrachtgever (lees: praktijkhoudende huisarts).

‘Het kabinet kondigde in oktober 2017 in het regeerakkoord aan dat de Wet DBA in deze regeerperiode wordt vervangen door nieuwe wetgeving. Toen we als LHV lazen wat het kabinet met zzp’ers wilde, beseften we meteen dat dit grote gevolgen zou hebben voor al onze leden. Waarnemend huisartsen  zijn de smeerolie in de huisartsenzorg. We zijn de dag erna aan de slag gegaan om onze positie te bepalen.

Alerts voor praktijkhoudend huisartsen (opdrachtgevers)

Een modelovereenkomst biedt u maar beperkt bescherming. De Belastingdienst gaat vanaf 2021 bij meerjarige vaste waarnemingen mogelijk tóch toetsen of er een gezagsrelatie is. De Belastingdienst ziet inbedding van de waarnemer in uw praktijkorganisatie als een teken van een gezagsverhouding.

Als de Belastingdienst constateert dat er een gezagsverhouding is, dan krijgt u een naheffing van de sociale premies en de loonbelasting, horend bij een loondienstbetrekking. Dat kan flink in de papieren lopen.

Benut het jaar 2020 om met uw vaste waarnemer om tafel te gaan als u de relatie langdurig wilt voortzetten. Bespreek onder welke voorwaarden dat zowel voor u als voor de waarnemer meerwaarde en werkplezier oplevert. Onderzoek of dat ook binnen andere vormen (dienstverband of mede-praktijkhouderschap) kan. In de loop van 2020 brengt de LHV hier meer informatie over.

Alerts voor waarnemend huisartsen (opdrachtnemers)

Een opdracht mag alleen buiten loondienst worden uitgevoerd als u geen gezagsrelatie hebt met de opdrachtgever. Volgens de criteria van de Belastingdienst is die relatie er sneller dan u denkt. De fiscale gevolgen zijn voor de opdrachtgever, maar de relatie met u kan daarbij onder druk komen te staan.

De naheffing kan er onder omstandigheden toe leiden dat de Belastingdienst vindt dat u geen ondernemer bent. Dit betekent mogelijk dat uw fiscale ondernemersfaciliteiten worden teruggevorderd.

De kwestie van de gezagsrelatie in een specifieke opdracht staat los van de vraag of u voor de Inkomstenbelasting als ondernemer wordt gezien. Daarvoor gelden criteria als meerdere opdrachtgevers, spreiding van opdrachten en ondernemersrisico.

Verhoging van het tarief naar 75+ euro is voor vaste waarneming geen oplossing. Ook met dit tarief mogen tijdelijke opdrachten niet langer dan een jaar duren.

Benut het jaar 2020 om met uw opdrachtgever te verkennen in welke vorm de werkrelatie voor u beiden meerwaarde biedt. Misschien in dienstverband of mede-praktijkhouderschap. In de loop van 2020 komt hier vanuit de LHV meer informatie over.

Margriet Niehof, LHV-adviseur Public Affairs:

‘Opvolger Wet DBA is een wet voor de samenleving, geen zorgwet’

De LHV-lobby over de vervanging van de Wet DBA is op de dag na de presentatie van het regeerakkoord Rutte III al begonnen. Margriet Niehof, LHV-adviseur Public Affairs, heeft het onderwerp al 2,5 jaar op haar netvlies staan en dat blijft ook nog wel even zo.

Het lastige is dat de nieuwe wet afkomstig is van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dus niet van VWS, ons ‘moederdepartement’ waar we veel contact mee hebben. We moesten dus toegang vinden tot andere beleidsmakers dan die we al kennen.

We zijn vanaf het begin samen met de Federatie van Medisch Specialisten, de tandartsenorganisatie KNMT en de VVAA opgetrokken, omdat zij dezelfde zorgen hebben als wij. Het is een wet voor de hele samenleving, geen zorgwet.

Ons punt is dat er meer rekening moet worden gehouden met de specifieke wetgeving die in de gezondheidszorg geldt. Zo is waarneming langer dan een jaar in de zorg helemaal niet ongebruikelijk. Ook is de tijd van inzet vooraf moeilijk te bepalen; denk aan vervanging bij ziekte of studie. Het is ook normaal dat een waarnemer zich met de kernactiviteit van een huisartsenpraktijk bezighoudt en doktersassistentes en praktijkondersteuners aanstuurt. Maar de Belastingdienst ziet dat allemaal als aanwijzingen voor een gezagsverhouding.

Als er sprake is van een gezagsrelatie mag een opdracht niet buiten loondienst worden uitgevoerd. De lengte van de opdracht speelt bij de beoordeling een rol. Voor de bovenkant van de markt wordt maximaal één jaar een hard criterium; dit is al in de conceptwet opgenomen. Als waarneemcontracten na een jaar moeten worden beëindigd, heeft dat grote gevolgen voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorg. Daar hebben wij de beleidsmakers van zowel SZW als VWS op gewezen en we hebben het in de internetconsultatie herhaald.

We moeten afwachten wat minister Koolmees met de kritiek gaat doen. Als er een wetsvoorstel komt, zal de Raad van State daarover eerst advies uitbrengen. Daarna kan de minister het wetsvoorstel terugnemen en aanpassen óf doorsturen naar het parlement. Het hele politieke traject kan wel twee jaar duren, dus het is sowieso de vraag of het lukt in deze kabinetsperiode. Tot die tijd blijft de oude wet van kracht blijft. De Belastingdienst zal daar vanaf 1 januari fiscaal op gaan handhaven. Onze boodschap aan alle woordvoerders zorg en sociale zaken blijft: laat de nieuwe wet niet botsen met zorgwetgeving.’ 

Volg het hele tijdpad van de opvolger van de Wet DBA en de lobby van de LHV op www.lhv.nl/tijdpad-wet-dba