Voor en door huisartsen
 

Help de huisartsgeneeskunde een stap verder

 

De huisartsenzorg kan altijd beter. Daar spannen tientallen onderzoekers op de afdelingen Huisartsgeneeskunde van acht universiteiten zich dagelijks voor in. Maar het gaat niet zonder de medewerking van patiënten en huisartsen. En dat is vaak de bottleneck, want iedereen is druk. Toch is het van groot belang dat de huisarts tijd maakt om mee te doen of misschien wel: zelf onderzoeker te worden.

Eén been in het onderzoek, het andere in de praktijk. Veel onderzoekers van de universitaire afdelingen Huisartsgeneeskunde zijn ook huisarts of huisarts-in-opleiding. Daardoor levert het onderzoek vaak resultaten op die direct invloed hebben op de praktijkvoering. Over een paar jaar weten we bijvoorbeeld of het beter is om antibioticum oordruppels dan wel een antibioticum drankje voor te schrijven bij kinderen met een loopoor als gevolg van een acute middenoorontsteking. Of het beter is voor de patiënt dat de huisarts de nazorg doet na een behandeling voor dikke-darmkanker dan de specialist in het ziekenhuis, en hoe je beter kunt omgaan met een patiënt met SOLK: somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (zie volledig artikel met onderzoeksvoorbeelden).

Hoe relevant de onderzoeken ook zijn, het blijkt vaak moeilijk voor onderzoekers om voor hun onderzoek voldoende patiënten en huisartsen te ‘includeren’, zoals dat in wetenschapstermen heet. Marjolein Berger is voorzitter van de werkgroep Research van het Interfacultair Overleg Huisartsgeneeskunde (IOH-R). Binnen die werkgroep worden de onderzoeken van de acht universitaire onderzoekgroepen op elkaar afgestemd en de prioriteiten bepaald. “Elk jaar promoveren er per onderzoeksgroep 5 tot 10 onderzoekers. Dat is qua begeleidingscapaciteit en beschikbare financiering wel ongeveer het maximum. Het wordt steeds moeilijker om financiering te vinden. Subsidieverstrekkers en fondsen hanteren vaak heel specifieke relevantiecriteria. Het is moeilijk om fondsen te interesseren voor veelvoorkomende, vervelende, maar niet dodelijke gezondheidsproblemen. Als we er wel in slagen om financiering voor een onderzoek te vinden, is het des te treuriger als het onderzoek vervolgens vastloopt op een gebrek aan deelnemende huisartsen en patiënten.”

Lees verder in het volledige artikel