Voor en door huisartsen
 

Het contracteringsproces moet dit jaar anders

 

Meer tijd voor de patiënt. Als er één punt is dat huisartsen in de nieuwe contracten met zorgverzekeraars willen vastleggen, dan is het dat. De LHV heeft een landelijk contracteringsteam ingesteld en trainingen ontwikkeld om de regionale teams te versterken. Want het contracteringsproces moet volgens de LHV dit jaar anders.

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

De uitslag van de ledenpeiling over het contracteringsproces is geen verrassing: huisartsen zijn ontevreden over het contracteringsproces en de opstelling van de zorgverzekeraars. LHV-bestuurslid Paulus Lips heeft zijn mouwen opgestroopt. “Huisartsen hebben nog steeds het gevoel dat ze te weinig te zeggen hebben over hun contract. Zorgverzekeraars zeggen wel dat ze maatwerk willen leveren, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. Ook vorig jaar zijn er heel wat gesprekken met verzekeraars teleurstellend verlopen.”

Daarom heeft de LHV besloten het dit jaar anders te doen. Lips: “We hebben een LHV-breed contracteringsteam opgezet dat de regionale contracteringsteams gaat ondersteunen en versterken. Ook InEen doet mee. Experts van het landelijk bureau werken samen met regionale beleidsmedewerkers en kringbestuurders aan een gezamenlijke aanpak. We zorgen ervoor dat de teams voldoende kennis, kunde en een gezamenlijke focus hebben. Zodra de landelijke afspraken bekend zijn, gaan we erop sturen dat die naar de regio’s worden vertaald. We volgen de voortgang in de besprekingen van de verschillende teams en delen de informatie met elkaar. Op die manier bundelen we alle krachten om contracten te sluiten die recht doen aan de knelpunten in de huisartsenzorg, toegespitst op elke regio.”

Samen optrekken

Voorwaarde is dat de huisartsenkringen, regionale huisartsenorganisaties en zorggroepen binnen een regio zelf ook op één lijn zitten, zeg Lips. “Anders worden ze tegen elkaar uitgespeeld. Daarom trekken we hierin samen op met InEen. Het ideaal is een contracteringsteams waarin alle geledingen vertegenwoordigd zijn. Wij bieden trainingen aan om samen de doelstellingen en strategie te bepalen. We zorgen ervoor dat teamleden de kennis en kunde hebben om goede gesprekken met zorgverzekeraars te voeren. Voor specifieke vragen, bijvoorbeeld over financiering of over juridische aspecten, zijn de experts op het landelijk bureau beschikbaar. En verder willen we bevorderen dat de regionale contracteringsteams hun kennis en ervaring met elkaar delen.”

De regionale teams moeten worden gevoed door collega’s uit de eigen regio. “Als je als huisarts tegen een hobbel in het contract aanbotst, meld dat dan in je kring, zodat dit kan worden opgepakt. Wellicht speelt het ook in andere regio’s. Door als huisartsen de rijen te sluiten, zorgen we ervoor dat de afspraken van het hoofdlijnenakkoord in de regio worden doorgevoerd.”

De enige manier om de vertrouwenscrisis tussen verzekeraars en huisartsen op te lossen, is dat beide partijen zich inzetten voor een gelijkwaardige relatie en een goed inhoudelijk gesprek. Lips. “We zijn immers samen verantwoordelijk voor houdbare en kwalitatief hoogwaardige zorg.”

Uitkomsten LHV-ledenpeiling contracteringsproces

Bijna 6 op de 10 huisartsen vinden dat het contact met de verzekeraars niet gelijkwaardig is. Nog geen 5 op de 10 huisartsen hebben vertrouwen in de zorgverzekeraars. Dat blijkt uit de LHV-peiling naar het contracteringsproces die onderzoeksbureau Newcom dit voorjaar heeft uitgevoerd. Voor het onderzoek waren 5500 huisartsen uitgenodigd, een kleine 700 deden eraan mee.

Bijna 9 op de 10 huisartsen zijn ontevreden over de mogelijkheid om maatwerkafspraken te maken. Driekwart van de huisartsen is ontevreden over het huidige zorgcontract. De grootste knelpunten zijn tijd voor de patiënt, ouderenzorg, werkdruk, personeel en vergoedingen.

Martijn Leeflang, directeur Eerstelijns Centrum Tiel (ECT): ‘Van gelijkwaardigheid is geen sprake’

Martijn Leeflang is directeur van het Eerstelijns Centrum Tiel (ECT) en lid van het contracteringsteam dat met Menzis overlegt. Hij volgde de training en workshop die de LHV aanbiedt.

“Als contracteringsteam proberen wij het beleid van Menzis te beïnvloeden. Ons team bestaat uit de kringvoorzitters en vertegenwoordigers van de zorggroepen en GEZ-centra; het ECT is namelijk zowel zorggroep als GEZ-centrum. Wij vonden het heel nuttig om die training te volgen. We hebben geleerd om vooraf onze doelen en strategie te bepalen zodat wij op één lijn zitten.

Als je met de verzekeraar in gesprek gaat, moet je de cijfers van je eigen eerstelijns zorg kennen. Daarnaast moet je weten hoeveel budget er beschikbaar is en wat de landelijke afspraken zijn. Het is heel goed dat de LHV ervoor gaat zorgen dat de regionale contracteringsteams over de juiste kennis en cijfers beschikken en dat overal input wordt opgehaald en gedeeld. Het feit dat een zorgverzekeraar weet dat wij weten wat er bij andere contracteringsteams gebeurt, heeft al invloed.

Alle verzekeraars zeggen dat zij bovengemiddeld veel zorg per patiënt betalen. Dat kan gewoon niet voor iedereen waar zijn.

Van echte gelijkwaardigheid tussen ons en de zorgverzekeraar is geen sprake. Het probleem is dat Menzis met cijfers komt die wij niet kunnen controleren. Als het gaat om zorg voor kwetsbare ouderen hebben wij in feite twee keer zoveel geld nodig om het goed te doen, maar Menzis zegt dat er niet meer budget is. Er zou een onafhankelijke derde partij moeten komen die de cijfers aanlevert. Dan hebben we als contracteringsteam en zorgverzekeraars hetzelfde vertrekpunt en kunnen we de cijfers vertrouwen.

De akkoorden die in de top van de organisaties worden gesloten, worden vertaald naar steeds lagere niveaus. Als elke laag uit voorzichtigheid een marge inbouwt, kan het uiteindelijk gebeuren dat het beschikbare budget niet geheel wordt uitgegeven. Dat is toch vreemd? Ik ben ervan overtuigd dat we als eerstelijns zorgverleners en zorgverzekeraars hetzelfde doel hebben. Daar moeten we samen aan werken, op een gelijkwaardig niveau.

Henk van den Assem, kringvoorzitter Midden-Nederland: 'Hoe hard zijn de afspraken van een hoofdijnenakkoord?’

Henk van den Assem is kringvoorzitter Midden-Nederland en lid van het contracteringsteam dat namens zeven LHV-kringen aan tafel zit met Zilveren Kruis. De gesprekken liepen vorig jaar uit op een deceptie.

“We hebben vorig jaar veel energie gestoken in de gesprekken met de zorgverzekeraar. Ook hadden we intensief contact met het landelijk LHV-bureau. Toch was de uitkomst een deceptie. Wij gingen ervan uit dat er in het tussenakkoord voor 2018 ruimte zat om te investeren in de zorg voor patiënten. Het ministerie, de eerstelijns zorgaanbieders en Zorgverzekeraars Nederland hadden daar hun handtekening onder gezet. Maar Zilveren Kruis interpreteerde dat akkoord toch anders.

De inkopers met wie wij aan tafel zaten, waren het inhoudelijk wel met ons eens. Het is goed om te investeren in zaken als praktijkondersteuning, e-health en scholing, zodat de huisarts meer tijd krijgt voor de patiënt en er meer zorg van de tweede naar de eerste lijn gaat. Het mocht alleen niet meer kosten. Want dan zouden de premies voor de zorgverzekering omhoog moeten en dat zou niet goed zijn voor de concurrentiepositie van Zilveren Kruis.

Het absurde is: het gaat niet eens over heel veel geld. Van het hele huisartsenbudget is maar 10 procent vrij onderhandelbaar. En dan nog: elke euro die je in de eerste lijn steekt, bespaart 10 euro in de tweede lijn. Maar kennelijk ziet de verzekeraar dat niet.

Binnenkort gaan we weer van start met de contractbesprekingen voor 2019. We zijn nu eenmaal tot elkaar veroordeeld. We zijn heel benieuwd hoe het nieuwe hoofdlijnenakkoord eruit gaat zien. En vooral ook hoe strak de afspraken worden. Wat hebben we aan een landelijk akkoord, als een verzekeraar er zo gemakkelijk van kan afwijken?

Nog even voor de helderheid: het gaat ons niet om meer inkomen, het gaat ons om betere zorg voor de patiënten. En die patiënten zijn de klanten van de zorgverzekeraars. Huisartsen steken hun nek uit om meer zorg te leveren, zorgverzekeraars moeten hun nek uitsteken door meer te investeren. Zoals het nu gaat, is het voor veel huisartsen niet vol te houden.”

Hans Uijen, kringbestuurder Gelre-IJssel: ‘Spreek met de juiste mensen op het juiste niveau’

Hans Uijen is huisarts in Holten, kringbestuurder van Gelre-IJssel en lid van het contracteringsteam dat overleg voert met zorgverzekeraar ENO. In het algemeen tot ieders tevredenheid.

“Onze regio is heel overzichtelijk. We hebben één Huisartsencoöperatie voor Deventer en Omstreken (HCDO), één zorgverzekeraar en één ziekenhuis. Als wij overleggen met ENO, zitten we met de juiste mensen aan tafel op het juiste niveau. Dat is voorwaarde voor een goed gesprek.

De HCDO is een coöperatie van alle huisartsen uit de regio. De huisartsenpost, ketenzorgorganisatie en de organisatie voor kwaliteit en ondersteuning vallen hier ook onder. In het contracteringsteam zijn alle geledingen vertegenwoordigd en we zitten allemaal op één lijn. We durven verantwoordelijkheid te nemen en verantwoording af te leggen richting HCDO en richting ENO. Dat schept onderling veel vertrouwen.

ENO werkt met driejarige contracten. Dat geeft rust en duidelijkheid. We zijn dit jaar op tijd begonnen met de nieuwe contracteringsgesprekken. De eerste keer zijn we bij elkaar gaan zitten om te praten over wat we belangrijk vinden in de zorg, welke begrippen we hanteren en hoe we de gesprekken verder inrichten. Daarmee hebben we een goede basis gelegd.

Een belangrijk thema is ‘Meer tijd voor de patiënt’. We kijken naar opties als praktijkverkleining, uitbreiding van de praktijkondersteuning, verlenging van de consultduur, inzet van E-health en ICT. Een ander thema is ‘Van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag.’ Er zijn problemen die niet in de huisartspraktijk horen, maar in het sociale domein. Die moeten daar ook worden opgelost.

ENO is daadwerkelijk bereid om samen met ons te kijken wat mogelijk is en geeft ons de ruimte om te experimenteren. We krijgen niet alles wat we willen, maar we hebben daar wel goed overleg over. We weten wat we gezamenlijk willen bereiken.

Het is voor alle contracteringsteams in het land belangrijk om een constructieve relatie met hun zorgverzekeraar op te bouwen. Mijn advies aan zorgverzekeraars en huisartsen is: doe er alles aan om de afstand te verkleinen. Probeer gezamenlijke doelstellingen te zoeken.”