Voor en door huisartsen
 

'Het moet anders met de ANW-diensten!'

 

Nog nooit reageerden zoveel leden op een LHVledenpeiling als bij de peiling over ANW-zorg. Maar liefst 4000 huisartsen vulden de vragenlijst in en lieten duidelijk weten hoezeer de avond-, nacht- en weekenddiensten als knelpunt worden ervaren. Huisartsen lopen tegen hun grenzen aan. Waarom loopt het vast in de ANW-zorg en wat gaat de LHV daaraan doen?

Tip: Lees het artikel hieronder of download de pdf, met reacties van leden

Te druk, te zwaar, te weinig pauzes, te weinig huisartsen die diensten doen en te veel vragen die niet in de avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW-diensten) thuis horen. Dat zijn de grootste problemen die huisartsen bij de ANW-diensten ervaren, waardoor ze vaak als een berg tegen ANW-diensten opzien. Al vinden ze de diensten op zichzelf juist boeiend en belangrijk, het wordt de huisartsen nu toch te veel. De reacties op de LHV-peiling over de avond- nacht- en weekendzorg (ANW-zorg) waren onrustbarend in aantal en heftigheid.

Uitkomsten LHV-ledenpeilig ANW-zorg
Voor het LHV-bestuur bevestigde deze uitkomst: hier móet wat gebeuren. Een projectteam komt nog deze maand met een plan van aanpak met de eerste oplossingsrichtingen. Het projectteam werkt intensief samen met twee bestuursleden: Wendy Borneman, waarnemend huisarts in de regio Twente, en Carin Littooij, praktijkhouder in Driebergen. Zij herkennen de klachten over de ANW-diensten ook uit hun eigen praktijk. Borneman: “Ik vind die diensten naast de dagpraktijk ook zwaar. Je hebt er al een drukke dag opzitten en dan komt er nog een avonddienst of nachtdienst bij.

Omdat je die patiënten niet kent, moet je extra alert zijn op ernstige dingen. Dat maakt het zwaar en druk.” Carin Littooij: “Dat is het: het komt erbij. Je doet een avond-, nacht- of weekenddienst, maar het gewone werk gaat door. En in de praktijk overdag wordt het ook steeds drukker. Ik probeer een groot deel van de nachtdiensten te verkopen, maar dat wordt steeds moeilijker. Jaren geleden heb ik samen met anderen de huisartsenpost in Zeist opgericht. Dat was toen een geweldige oplossing, want in plaats van dat iedere huisarts 24-uursdienst had voor zijn eigen praktijk, werden de nachtdiensten verdeeld. Maar nu zijn de ANW-diensten zo druk geworden dat er opnieuw wat moet gebeuren.”

Urgentie

Het probleem rond de ANW-zorg heeft de laatste maanden steeds meer urgentie gekregen. Uit de peiling blijkt dat 70 procent van de huisartsen minder diensten zou willen doen, maar dat 88 procent van hen die diensten niet altijd verkocht krijgt. In de afgelopen zomerperiode bereikte het probleem een hoogtepunt: er was een tekort aan waarnemers die diensten konden overnemen. Bij de LHV kwamen hierover veel mailtjes en telefoontjes binnen.

De LHV-bestuurders ervoeren het zelf ook. Littooij: “De waarnemer werd ziek en toen moest ik mijn nachtdienst toch zelf doen en kon ik mijn afspraken de dag erna niet nakomen.” Borneman: “Ik kreeg zelfs vanuit de andere kant van het land verzoeken of ik diensten wilde doen. Soms nog voor diezelfde avond of nacht. Maar ik deed al extra diensten omdat een collega ziek was, dus het ging gewoon niet.” Het probleem is volgens de bestuursleden duidelijk breder dan alleen de ANW-zorg. “De ANW-zorg is het overdrukventiel waardoor de druk op de huisartsenzorg naar buiten barst.” Littooij: “Het aanbod huisartsenzorg is de laatste vijftien jaar enorm uitgebreid doordat huisartsen steeds meer zorg vanuit de tweede lijn hebben overgenomen. Daar komen dan nog externe ontwikkelingen bij die het werk in de praktijk ook drukker en complexer maken, zoals veranderingen in de ggz en de langdurige zorg. Ouderen blijven langer thuis wonen en hebben meer zorg van de huisarts nodig.” Die drukte sijpelt ook door naar de ANW-diensten.

Signalen uit het land

Om het probleem van de ANW-diensten scherp te krijgen, heeft de LHV niet alleen een enquête gehouden, de bestuursleden trekken het land in om kringbijeenkomsten over de ANW bij te wonen en leden te spreken. Littooij: “We hebben heel veel noodkreten ontvangen van leden die ons aanspraken of mailtjes stuurden. Het is duidelijk dat er veel van huisartsen gevraagd wordt en dat die ANW-diensten om allerlei redenen als zwaar worden ervaren.

Daar komt bij dat je als praktijkhouder eindverantwoordelijk bent voor de diensten die je krijgt toebedeeld. Als je niemand vindt om je dienst over te nemen, moet je die zelf doen. Waarnemers hebben die verantwoordelijkheid niet. Daar zit voor praktijkhouders een pijnpunt.” Borneman: “Er zijn ook veel klachten over het triagesysteem. Er wordt te weinig geselecteerd op echt acute zorgvragen. Het systeem dat hiervoor gebruikt wordt, is volgens velen te defensief.”

Uit de LHV-peiling blijkt daarnaast dat er steeds meer patiënten naar de huisartsenpost komen die geen acute zorg nodig hebben. Borneman: “Mensen zien de avond-, weekend- en nachtzorg als een uitbreiding van de gewone huisartsenzorg. Zo gaat het in de 24-uurseconomie. Als patiënten door de week of overdag niet kunnen, gaan ze ’s avonds of in het weekend. Maar de huisartsenposten zijn nooit bedoeld voor medische vragen die best tot de volgende dag of na het weekend kunnen wachten. Daardoor wordt het extra druk en moeten mensen die acute zorg nodig hebben toch nog vaak wachten.”

Wagro-bijeenkomst

Begin november was er een bijeenkomst voor bestuurders van regionale waarnemersgroepen (wagro's) waar de ANW-zorg centraal stond. Derk Runhaar is bestuurslid van LHV-Wadi, de landelijke belangengroep binnen de LHV voor waarnemers en hidha’s, die deze bijeenkomst organiseerde. Een kwart van de 11.000 praktiserende huisartsen is waarnemer. “Uit de verhalen op die bijeenkomst bleek dat ook waarnemers een toenemende drukte tijdens de ANW-diensten ervaren. Het is dus een gemeenschappelijk probleem, zowel van praktijkhouders als van waarnemers.”

Een van de oorzaken is ook volgens de waarnemers het defensieve triagesysteem, waardoor patiënten te snel worden uitgenodigd om naar de huisartsenpost te komen. “Bijvoorbeeld al na één dag oorpijn.” Een andere oorzaak is dat patiënten zich als consumenten gedragen en dus ook reguliere huisartsenzorg in de avond, nacht en weekenden willen hebben. “Daar zijn de huisartsenposten niet voor opgericht.” Runhaar weet dat praktijkhouders denken dat waarnemers steeds minder diensten vervullen. “Maar als je naar de cijfers kijkt, zie je dat waarnemers een derde deel van de diensten voor hun rekening nemen, terwijl wij een kwart van alle huisartsen vormen.” Waarnemers nemen dus zeker hun verantwoordelijkheid.

Uit de enquête blijkt dat ook waarnemers vinden dat diensten doen bij het vak hoort. Runhaar: “Driekwart van de waarnemers wil uiteindelijk praktijkhouder worden. Ook al zien wij ook met welke werkdruk en verantwoordelijkheden praktijkhouders te maken hebben. Waar het om gaat is dat we toe moeten naar meer tijd voor de patiënt. Zowel in de dagzorg als in de ANW-uren. Dat kan alleen met minder patiënten per fte-huisarts. Terwijl op dit moment veel praktijken groter zijn dan de normpraktijk. Door meer richting die normpraktijk te gaan en ruimte te maken voor nieuwe praktijkhouders creëren we meer tijd voor de patiënt, brengen we de werkdruk in de dagpraktijk omlaag en worden de ANW-diensten over meer praktijkhouders verdeeld. Als daarnaast ook het defensieve triagesysteem wordt verbeterd en patiënten beter worden geïnformeerd over het doel van de huisartsenpost, is er volgens Runhaar al veel opgelost. “En geef waarnemers en hidha's vooral ook inspraak op de huisartsenpost. Dat schept loyaliteit. Want het is plezieriger werken in een huisartsenpost waar je mag meepraten, dan in een huisartsenpost waar je als waarnemer geen inspraak hebt.”

Oplossingsrichting

Uit de LHV-ledenpeiling en de rondgang door het land blijkt dat het ANW-probleem niet op zichzelf staat. Daar is het bestuur zich zeer van bewust. De komende tijd worden de ingevulde vragenlijsten goed bestudeerd om het probleem zo helder mogelijk te krijgen. 1400 huisartsen namen bovendien de moeite om hun ideeën en oplossingen met de LHV te delen. Alle antwoorden worden de komende tijd zorgvuldig geanalyseerd. Het onderwerp ANW-zorg staat op de agenda van de ledenraadbijeenkomst in december en op de agenda’s van de kringledenraden in het land. Borneman: “Waar het uiteindelijk om gaat, is dat we goede randvoorwaarden scheppen voor 7x24 uur huisartsenzorg.”

Littooij voegt toe: “In het belang van de patiënt en de huisarts zelf. Je moet fit en alert zijn om je werk te kunnen doen en je moet voldoende tijd hebben voor de patiënt. Als dat goed zit, kunnen ANWdiensten weer leuk worden. Acute zorg is toch echt een boeiend onderdeel van de zorg die wij leveren. Als je ’s avonds, ’s nachts of in het weekend werkt en je kunt iets voor patiënten betekenen, kan dat veel energie geven. Als je te weinig tijd aan een patiënt kunt besteden en je loopt constant achter de feiten aan, dan kom je in een negatieve spiraal terecht.”

Out of the box

Het moet anders, maar de uitgangspunten zijn voor de LHV wel helder: de huisartsenzorg is generalistisch, persoonsgericht en continu en omvat daarom 7x 24-uurszorg. Alle huisartsen hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om die zorg te leveren. Daarbij moeten de randvoorwaarden in orde zijn. Ook moet er goed worden samengewerkt met ketenpartners in de spoedzorg. De huisarts kan het niet in zijn eentje. Borneman: “Dat geldt ook voor het werken aan een oplossing. Daarin werken wij nauw samen met partners als InEen en VPHuisarten, die net als de LHV het probleem hoog op de agenda hebben staan. Met hen gaan we aan mogelijke oplossingsrichtingen werken. En we zullen zeker ook medestand zoeken bij ketenpartners in de acute zorg, zoals de ambulancezorg, SEH, ziekenhuispartners, thuiszorg/wijkverpleging, zorgverzekeraars en patiëntenvereniging.”

Littooij: “Voor echte oplossingen moeten we out of the box denken. Er is niet één oplossing, we hebben kleine en grote, landelijke en regionale oplossingen nodig en we moeten ongetwijfeld ook keuzes maken. Daar gaan we de komende maanden scenario’s voor opzetten, waarover we vervolgens een aantal bijeenkomsten in het land houden.” Borneman: “Uiteindelijk gaat het om de vraag: hoe leveren we optimaal zorg aan onze patiënten en hoe doen we dat op een manier waarbij het werk voor onszelf leuk en veilig is en we het vol kunnen houden.”