Voor en door huisartsen
 

Hoofdlijnenakkoord biedt meer tijd voor de patiënt

 

De huisartsenzorg wordt de komende vier jaar versterkt: aan het budget wordt € 471 miljoen toegevoegd. Daar komt nog loon- en prijscompensatie bovenop. Ook is er € 133 miljoen beschikbaar voor specifieke programma’s zoals ict-ondersteuning. Het nieuwe hoofdlijnenakkoord is goedgekeurd door de Ledenraad van de LHV. En al moeten de afspraken nog per regio worden ingevuld, de kern is: er komt meer tijd voor de patiënt.

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

Liever geen akkoord dan een slecht akkoord. Zo zaten de onderhandelaars van LHV en InEen er de laatste onderhandelingsweken in. De gesprekken aan tafel verliepen moeizaam. Alle betrokkenen binnen de LHV waren somber over de uitkomsten, maar na een marathonsessie op woensdag 27 juni, van ’s middags drie tot ’s avonds elf uur, lag er toch een akkoord voor de jaren 2019-2022. Een onderhandelaarsakkoord, want de ledenraden van InEen en LHV moesten er nog mee instemmen.

Voor de LHV waren drie dingen belangrijk, vertelt LHV-voorzitter Ella Kalsbeek, aanvoerder van de LHV-delegatie. “We wilden meer geld om de problemen in de huisartsenzorg op te lossen, zoals de zorg voor oudere en andere kwetsbare patiënten, de problemen in achterstandswijken, de enorme druk op de ANW-uren en de noodzaak tot betere ict-ondersteuning. Daarnaast wilden we dat de afspraken in het akkoord niet vrijblijvend, maar richtinggevend zouden zijn, zodat we de zorgverzekeraars daar de komende jaren op kunnen aanspreken. Om dat te borgen, wilden we ook dat de afspraken door een onafhankelijke partij zouden worden gemonitord.”

Meteen duidelijkheid

Voor de andere partijen aan tafel lagen die wensen moeilijk. De zorgverzekeraars zagen aanvankelijk niet veel heil in een hoofdlijnenakkoord. Zij hadden liever regionale dan landelijke afspraken. Van afdwingbare afspraken of monitoring wilden ze niets weten. Het ministerie kwam maar niet over de brug met geld dat volgens de LHV en InEen nodig is om de huisartsenzorg te versterken en te zorgen dat de huisarts meer tijd krijgt voor de patiënt.

“In de finale bijeenkomst hebben we in het begin meteen duidelijkheid gevraagd aan de zorgverzekeraars, die wekenlang hadden volgehouden dat ze geen hoofdlijnenakkoord wilden. ‘Willen jullie afspraken maken over een hoofdlijnenakkoord of niet?’ Als ze dat niet wilden, had een gesprek niet zoveel zin”, vertelt Kalsbeek. “De onderhandelaars van de zorgverzekeraars zeiden toen dat ze echt voor een akkoord gingen. Ze wilden alleen geen centrale regie vanuit VWS, omdat het nu juist hun rol is om de kosten van de zorg te bewaken en goed in te kopen. Daarom wilden zij de ruimte houden om per regio aparte afspraken te kunnen maken. De LHV is niet tegen regionale afspraken, maar wij vinden dat er dan wel een landelijke richtinggevende agenda moet zijn. We moeten het bijvoorbeeld eens zijn over de prioriteiten.”

Toen dat over en weer was uitgesproken, was duidelijk dat alle aanwezigen een akkoord wilden en konden knopen worden doorgehakt. Over de richting was iedereen het eens: de juiste zorg op de juiste plek. Kalsbeek: “Voor de LHV betekent dat in de eerste plaats: meer tijd voor de patiënt. Hoe dat precies wordt ingevuld, kan per praktijk verschillen. Een extra huisarts, versterking van het praktijkondersteunend team, een praktijkmanager en/of ict-ondersteuning, elke regio of praktijk bepaalt zelf welke oplossing het best past.”

Harde ondergrens

Meer tijd voor de patiënt betekent meer geld voor de huisartsenzorg. Dat stond voor de LHV als een paal boven water. Vooral ook omdat het de bedoeling is dat er nog meer taken naar de eerste lijn overgaan. In het hoofdlijnenakkoord met de medisch specialisten, dat in april al werd gesloten, is afgesproken dat er de komende vier jaar € 1,9 jaar miljard wordt bezuinigd in de tweede lijn. Kalsbeek: “Als er nog een deel van de taken van de tweede lijn naar de eerste lijn komt, moet daar wel wat tegenover staan. Dat werk kunnen huisartsen er nu niet zomaar even bij doen. In de afgelopen jaren is het takenpakket van de huisarts immers al enorm gegroeid. We willen eerst meer tijd voor de patiënt en kijken dan pas weer verder.”

Een ander belangrijk onderhandelingspunt voor de LHV zat in de 100 miljoen euro die dit jaar wel beschikbaar was, maar niet wordt uitgegeven door de zorgverzekeraars. Mede omdat huisartsen te weinig tijd hebben om met nieuwe initiatieven te komen. Kalsbeek: “Geld dat niet wordt uitgegeven, gaat altijd terug naar het ministerie van Financiën en wordt afgetrokken van het beschikbare budget. Voor ons was dat niet acceptabel. Dat hebben we ook tegen de onderhandelaars van het ministerie gezegd: ‘We accepteren niet dat dit bedrag van het budget wordt afgetrokken, terwijl huisartsen aan alle kanten tijd te kort komen en aan de grens zitten van wat ze kunnen.’ Als we dat geld niet hadden behouden, was er wat ons betreft geen akkoord geweest. Dat was onze harde ondergrens.”

Een uitkomst zonder akkoord had wel grote nadelen gehad: “De verhoudingen zijn dan voor een tijd verstoord. Je krijgt een vechtstemming. Er zijn geen bestuurlijke overleggen en afspraken om op terug te vallen. Dat was allemaal heel ingewikkeld geworden. We zijn dus blij dat er een akkoord is bereikt en dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) als onafhankelijke partij gaat monitoren wat ervan terecht komt. Dit geeft vertrouwen in de toekomst.”

Afspraken hoofdlijnakkoord huisartsenzorg

De huisartsenzorg krijgt in de periode 2019-2022 € 471 miljoen aan extra middelen. Het totale budget komt daarmee op € 4 miljard. Daarnaast komt er € 133 miljoen beschikbaar voor specifieke programma’s. De € 100 miljoen die dit jaar niet werd uitgegeven door zorgverzekeraars, blijft beschikbaar. Hieronder de belangrijkste afspraken uit het hoofdlijnakkoord op een rij:

  • De landelijke prioriteiten voor de huisartsenzorg zijn: meer tijd voor de patiënt, goede zorg voor kwetsbare groepen, oplossingen voor de ANW-uren, betere organisatie van de eerste lijn en meer ICT-ondersteuning.
  • Tijdens de looptijd van het akkoord is er 133 miljoen beschikbaar voor investeringen in ICT, gegevensuitwisseling en onderzoek, waaronder het project OPEN (online patiëntinzage eerstelijnszorg Nederland).
  • Voor huisartsenpraktijken in achterstandswijken is € 12 miljoen extra beschikbaar. Ook zijn er betere afspraken gemaakt over welke wijken ‘achterstandswijk’ mogen heten. Dit betekent dat er nu met 1,5 miljoen patiënten in achterstandswijken wordt gerekend, in plaats van 0,9 miljoen, waardoor meer praktijken een toeslag krijgen.
  • De NZa gaat monitoren of de afspraken over de prioriteiten worden nageleefd. Dit betekent dat de NZa de contracten tussen zorgverzekeraars en huisartsen, de totstandkoming van regionale afspraken, daadwerkelijke uitgaven en regionale verschillen onder de loep gaat nemen.

Akkoorden ggz en preventie

Het kabinet wil naast de hoofdlijnakkoorden voor de huisartsenzorg, de ziekenhuiszorg en de wijkverpleging ook een akkoord sluiten met de ggz en een akkoord over preventie. LHV en InEen leveren aan beide akkoorden een bijdrage, vanwege de raakvlakken met de eerstelijnszorg. LHV-bestuurslid Garmt Postma nam namens de LHV deel aan de gesprekken.

“De onderhandelingen over het ggz-akkoord zijn erg stroef verlopen, maar er ligt inmiddels ook hier een ‘onderhandelaarsakkoord’. De ggz-instellingen hebben meer geld en tijd nodig om goede zorg te kunnen leveren en willen dat de administratieve lasten fors omlaag gaan. De zorgverzekeraars willen juist grip houden op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitgaven in de ggz. Daarnaast wil de overheid dat de wachtlijsten voor de gespecialiseerde ggz omlaag gaan. Die verschillende belangen hebben de onderhandelingen onder druk gezet. Het belang voor de huisartsen is vooral dat de wachttijden voor de ggz omlaag gaan, dat wij een patiënt zo nodig direct kunnen opschalen naar de ggz en dat we met een psychiater kunnen overleggen. Daarnaast is het voor ons belangrijk om te weten welk basisaanbod aan ggz wij in gemeenten kunnen verwachten. Als daar helderheid over is, weten wij waar we op kunnen rekenen.”

De LHV heeft het ggz-akkoord niet mede-ondertekend. Postma: “De meeste afspraken gaan niet over ons of raken ons slechts zijdelings. Daar kunnen wij dus geen verantwoordelijkheid voor nemen. Maar omdat we wel veel belang hebben bij goede, toegankelijke, goed georganiseerde ggz-zorg en ook een rol hebben in de totale keten voor patiënten met een psychische aandoening, willen we wel graag betrokken blijven bij de uitwerking.”

Bij het akkoord over preventie denkt de LHV specifiek mee over het thema ‘Stoppen met roken’. Postma: “Een doktersadvies om te stoppen met roken weegt zwaar. Daarom willen we ons daar graag voor inzetten, ook omdat wij patiënten in dit verband medicatie kunnen voorschijven. Maar stoppen met roken moet vooral ook in het sociale domein worden aangepakt, via een collectief aanbod van preventieprogramma’s waarnaar wij patiënten kunnen verwijzen. Stoppen met roken is een belangrijk doel, maar als de huisartsenzorg hier extra tijd en aandacht in moet steken, hebben we ook de middelen nodig. Anders gaat het domweg niet.”

Het zal volgens hem nog even duren voor het akkoord voor preventie rond is. “Dat wordt waarschijnlijk eind oktober. Of we het tekenen hangt af van de vraag of dat vanuit het belang van de huisarts bekeken zinvol en redelijk is.”

LHV denkt ook mee over Ouderenpact

Naast de hoofdlijnakkoorden wordt er ook gewerkt aan de uitvoering van het Pact voor de Ouderenzorg, een initiatief van minister Hugo de Jonge (VWS). Hij heeft allerlei partijen uitgenodigd om mee te denken over de kwaliteit van de zorg voor ouderen. Dat gebeurt in de vorm van drie programma’s: Langer Thuis, Eén tegen Eenzaamheid en Thuis in het Verpleeghuis.

LHV-bestuurslid Garmt Postma denkt namens de LHV mee over het programma Langer Thuis. “Huisartsen willen mensen zeker helpen om langer thuis te wonen, maar er zijn grenzen aan wat wij kunnen doen. De extra inspanningen voor proactieve zorg voor kwetsbare ouderen op basis van zorgplannen en multidisciplinair overleg zitten niet in het basisaanbod huisartsenzorg. We zien bijvoorbeeld dat er steeds meer kleinschalige woonvormen komen voor ouderen die veel zorg nodig hebben; soms meer dan wij als huisartsen kunnen bieden. Daarom moeten wij steeds meer en nauwer samenwerken met specialisten ouderengeneeskunde, de wijkverpleegkundigen en de thuiszorg. De groep oudere, thuiswonende patiënten neemt enorm toe, we moeten oplossingen bedenken om die zorg aan te kunnen, want de samenleving wacht niet tot wij er klaar voor zijn.”

'Kan ik dán pas terecht? Belachelijk'

Blikvanger op de website van huisartsenpraktijk Arcade in Tegelen is een foto van een jonge vrouw met stoom uit haar oren. Daaronder de tekst: ‘Kan ik dán pas terecht? Belachelijk’. In het bericht daaronder leggen huisarts Eric Cremers en zijn collega’s uit waarom patiënten steeds vaker langer moeten wachten op een afspraak met de huisarts. Dat levert vooral positieve reacties en begrip op.

De afgelopen jaren is er alles aan gedaan om de drukte in de praktijk te verminderen, vertelt Cremers: “We hebben al jaren een fulltime verpleegkundig specialist. We huren waarnemers in als een collega op vakantie of op cursus gaat. We proberen de nachtdiensten te slijten, al lukt dat bijna niet meer omdat er nauwelijks waarnemers zijn. We hebben het management van de praktijk uitbesteed zodat er meer tijd voor patiëntenzorg overblijft. Die investeringen hebben we zelf gefinancierd, maar nu is de grens bereikt. Het lukt gewoon niet om 6 patiënten per uur te zien. Voor oudere patiënten hebben we vaak meer tijd nodig.”

Cremers raadt patiënten van harte aan om te klagen. “U mag gerust klagen, gebruik hiervoor het klachtenformulier op de website. Klaag ook bij de zorgverzekeraar, bij de patiëntenverenigingen, bij de politiek. Ook uw stem is belangrijk om tot een oplossing te komen.”

De meeste reacties die hij heeft gekregen, zijn positief. “Er zat wel eens een zure reactie bij, maar de meeste patiënten tonen begrip. Ze zien zelf ook hoe druk wij het hebben. Er waren zelfs collega-huisartsen die vroegen of zij de tekst op hun website mochten overnemen.”

Eén van de oplossingen is volgens Cremers minder patiënten per huisarts. “En dan zonder er zelf geld bij te hoeven leggen. Ook moeten we als huisartsen goed nadenken over welke zorg we in de toekomst kunnen leveren. Wat kunnen we delegeren en wat niet? Als het zo doorgaat, raken we allemaal opgebrand.”